Roadtrip: Setenil de las Bodegas

Er zijn van die dagen dat je echt even je huis uit wilt, maar waarop het toch nog wat te fris is om de hele dag buiten te zijn. De ideale oplossing: een road trip! Een dagje weg met de auto om nieuwe gebieden in de omgeving te ontdekken. We zochten een paar leuke bestemmingen en besloten de rest van de trip aan het lot over te laten. De enige benodigde technologie is voor het afspelen van een lekker muziekje onderweg. Voor de route haalden we een heuse wegenkaart uit de oude doos.

Tekst & Foto’s: Maria Kupers

Vertrekpunt: Coín
Hoofdbestemming: Setenil de las Bodegas
Stopplaatsen: El Burgo, Carratraca
Totaal aantal kilometers: 185

 

Er is één foto van Setenil de las Bodegas die je overal ziet: terrasjes onder een afdak van rotsen. We besluiten dat we daar ook wel eens een drankje willen drinken en stappen in de auto. Omdat we onderweg meteen een deel van de provincie willen zien rijden we via de Sierra de las Nieves in de richting Ronda. Dit gebied is al jarenlang een ‘Reserva de Biosfera’ en wordt dit voorjaar officieel tot Parque Nacional benoemd. Het is 23.000 hectare groot en er ligt op het grondgebied van acht gemeenten. Je vindt er allerlei soorten roofvogels, berggeiten en de beschermde Pinsapo Abies (de Spaanse Zilverspar die alleen op koudere natte bergtoppen te vinden is). Voordat je in de vrijwel onbewoonde natuur komt gaat de A366 langs de plattelandsdorpen Alozaina, Jorox en Yunguera. Alozaina is een korte wandeling waard, vanaf de mirador in het dorp heb je een prachtig uitzicht over de regio Valle del Guadalhorce.

We stoppen in El Burgo voor een laat ontbijt. We pakken een plekje in de zon op het eerste beste terras bij de rotonde. Het is woensdag, marktdag in het kleine dorp. Ondanks dat er ongetwijfeld elke week dezelfde (kleding)kramen staan is het best druk. Het is zo te zien de dag waarop de vrouwen van het dorp elkaar tegenkomen en bijpraten. Op de bankjes in het parkje en ons terras zitten oudere mannen naar de bedrijvigheid te kijken en wisselen zo nu en dan een paar zinnen uit. We vervolgen onze route door de bergen. De weg is goed onderhouden en het landschap is afwisselend. Rotsen, naald- en loofbomen wisselen elkaar af tot we door een droog steenachtig gebied bij Ronda uitkomen. We nemen de noordelijke rondweg richting Sevilla tot we de afslag Setenil (MA-7402) tegenkomen. Je ziet meteen dat we in een andere provincie zijn beland, het landschap bestaat uit de voor Cádiz zo typerende glooiende heuvels afgewisseld met rotsen.

Aangekomen!
We parkeren aan de rand van het dorp en lopen op goed geluk de straten in. Rond het centrum zijn die niet heel bijzonder, maar al gauw zien we de hoge rotswanden waar die ene bekende foto genomen moet zijn. We lopen door smalle straatjes, beklimmen trappen, gaan over bruggetjes en zien leuke hoekjes. Op diverse plekken zien we huisjes die tegen de rotswanden aangebouwd zijn en proberen onopvallend naar binnen te kijken. Volgens onze berekeningen moeten de kamers wel erg klein zijn, geen wonder dat er veel leeg staat of de ruimtes nu als garage worden gebruikt.

De rivier Guadalporcún loopt door het dorp en heeft in de loop van de eeuwen de rotsen uitgesleten en de beroemde ‘tajo’ gevormd. Na de regens van de afgelopen winter hadden we meer water in de rivier verwacht, in de bedding is wel te zien dat het water in de afgelopen maanden veel takken heeft meegesleurd maar het is nu een rustig stroompje. Op diverse plekken in het dorp staan informatieborden die meer vertellen over de geschiedenis en de bewegwijzering is op zich ook goed. Maar ondertussen vragen we ons wel af waar we dan toch die beroemde straat met de terrassen kunnen vinden. Als we die dan eindelijk vinden blijkt dat we eigenlijk aan de verkeerde kant van het dorp hebben geparkeerd. Daardoor hebben we routeaanwijzingen gemist maar uiteindelijk wel alles gezien dus de lunch is welverdiend. De meeste bars en restaurants zitten in de Calle Cuevas del Sol, de plek waar het zonlicht komt. Aan de andere kant van de rivier zit de Calle Cuevas de las Sombras, daar dringen de zonnestralen amper door. Overal kun je streekgerechten proberen maar ook voor vegetariërs is er meer dan alleen de typische tortilla. Het is een mooie dag dus we gaan buiten onder het rotsendak eten. Als het wat frisser is kun je ook prima binnen zitten. In alle restaurants zie je de rotsen als achterwand en plafond.

We stappen weer in de auto en volgen de bordjes richting Málaga. Onderweg rijden we door wat gehuchten (CA-9122 / MA-7403) waarvan Ariate het meest levendige lijkt te zijn. We zijn nog maar net weer op weg dus het is nog te vroeg voor koffie. We besluiten nog even door te rijden tot we iets anders tegenkomen. Via de A367 komen we op de A357 die regelrecht naar Málaga gaat. We gaan er bij Carratraca af, simpelweg omdat die naam zo lekker klinkt. Het dorpje ligt tegen een bergwand aangeplakt en dat betekent weer steile straatjes. Als we van de Plaza de la Constitución naar het gemeentehuis lopen begint het wat te stinken naar rotte eieren. Die geur hangt er al eeuwen want het is de plek waar de thermale bronnen met een hoog sulfaatgehalte liggen. In het dorp is nog te zien dat de gegoede burgerij daar vroeger woonde. Er staan nog wat lichtelijk verwaarloosde, statige panden. Het ‘balneario’ is tegenwoordig in handen van Villa Padierna die er een luxe kuuroord van heeft gemaakt. In diezelfde straat ligt de bar La Bocacha, gerund door de kleindochters van Pepa. Pepa is de oprichtster van restaurant en pension La Fonda Casa Pepa waar je kunt genieten van zelfgemaakte traditionele streekgerechten. Op het terras drinken we een potje thee en genieten van het uitzicht over de bergen terwijl de zon ondergaat. Dan stappen we weer in de auto voor het laatste stuk terug en zijn voor het helemaal donker is weer thuis.