Het is een verschijnsel dat de laatste tijd steeds vaker opvalt: steeds meer bedrijven en organisaties in Europa kijken niet alleen naar functionaliteit wanneer ze software kiezen, maar ook naar herkomst. Waar ooit de grote Amerikaanse platforms automatisch de voorkeur hadden, merken we nu bij klanten dat er bewust gekozen wordt voor Europese alternatieven — om redenen die verder gaan dan gemak alleen.
Die beweging is geen hype, maar onderdeel van een bredere discussie over digitale soevereiniteit. Europese beleidsmakers, bedrijven en publieke instellingen praten steeds nadrukkelijker over het feit dat meer dan 80% van de digitale infrastructuur buiten Europa wordt geleverd — voornamelijk door Amerikaanse techreuzen — en dat dit op de lange termijn risico’s met zich meebrengt voor controle, data en regelgeving.
Neem bijvoorbeeld recente stappen van overheden in Frankrijk en Oostenrijk. Frankrijk wil miljoenen ambtenaren laten overstappen van Amerikaanse videoplatforms zoals Zoom en Microsoft Teams naar een lokaal ontwikkeld alternatief, juist om de controle over data en communicatie te behouden. In Oostenrijk besloot een ministerie om niet de gemakkelijke weg te kiezen met een bekende Amerikaanse tool, maar te kiezen voor een open-source samenwerkingssuite op eigen servers uit zorgen over wie toegang heeft tot gegevens.
Daarmee raakt het onderwerp iets fundamenteels: Europese landen en organisaties willen niet alleen dat systemen werken, maar dat ze ook onder controle blijven. Dat gaat over privacy, over compliance met Europese regels zoals de GDPR, maar ook over geopolitieke onzekerheden waar veel bedrijven zich steeds meer bewust van worden.
Dit betekent niet dat Amerikaanse software slecht is — verre van — maar het illustreert waarom de vraag naar Europese alternatieven groeit. Projecten zoals Gaia-X, een Europees initiatief voor veilige data-infrastructuur, laten zien dat het mogelijk is om technologie te bouwen die niet alleen voldoet aan functionele eisen, maar ook aan waarden die hier belangrijk zijn: transparantie, controle en vertrouwen.
In de praktijk zien we dat deze voorkeur zich niet beperkt tot de publieke sector alleen. Bedrijven die wij begeleiden, van recruitment tot andere branches, kiezen steeds vaker voor Europese of lokaal gehoste software — niet omdat het moet, maar omdat het past bij hun visie op data-eigenaarschap en bedrijfscontinuïteit. Door te kiezen voor Europese ecosystemen kunnen organisaties niet alleen risico’s verminderen, maar ook bijdragen aan een sterker technologisch landschap in eigen regio.
Misschien is het dat wat deze ontwikkeling het meest kenmerkt: het is geen afwijzing van technologie uit de VS, maar een groeiend besef dat controle over digitale middelen net zo belangrijk is als de middelen zelf.










