De schat van Rincón de la Victoria

De gemeente Rincón de la Victoria zou meer profijt kunnen halen uit de unieke bezienswaardigheid die wij vandaag gaan bezoeken in dit dorp op twaalf kilometer ten oosten van de stad Málaga. De Cueva del Tesoro –de Grot van de Schat – is werkelijk een schat voor de mensheid en levert ons een boeiende middag op.

Tekst en foto’s: Else Beekman, gemeente Rincón de la Victoria

Op zoek naar meer informatie, lazen we dat de Cueva del Tesoro de enige door de zee gevormde grot is in Europa die te bezoeken is. Hiervan zijn er slechts twee andere en die liggen in Mexico en China. Een van die drie ligt dus bij ons om de hoek! Waarom staat zoiets niet in alle lijstjes en overzichten voor toeristen die dit gedeelte van Málaga bezoeken? Dat je de ingang van de grot bereikt na het doorkruisen van een wat flets aandoende urbanisatie boven op een heuvel, benadrukt ook de exceptionaliteit van deze attractie niet. We bewaren ons bezoek voor een regenachtige dag, want in een grot is het – op wat druppels na die door de kalstenen rotsen sijpelen – altijd lekker droog. Anderen zoeken in de hete zomermaanden zo diep onder de grond wat verkoeling. Het is er gemiddeld altijd 18 graden Celcius.

Op deze dag met zo weinig andere nieuwsgierigen dat ze op één hand te tellen zijn, lijkt de ontvangstruimte overdreven groot. De toegangsprijs is daarentegen weer minimaal. Op maandag kan iedereen gratis naar binnen. Andere dagen is het gratis voor kinderen tot 4 jaar. Kinderen van 4 tot 14 jaar, gepensioneerden en studenten betalen 2,75 euro en volwassenen betalen 4,65 euro. We krijgen een audiogids mee met uitleg over elke ruimte in het Spaans of Engels en dalen via lange trappen af de aarde in. Voor mindervaliden is er een lift. De receptie is ingericht als informatiecentrum en er zijn enkele archeologische vondsten te bewonderen. Ook onderweg naar beneden is meer te lezen over het ontstaan en de achtergrond van de grot. Beneden waar de lift uitkomt, staat de enthousiaste bewaakster ons te woord. Ze vertelt ons zoveel, dat we onze audiogids wel weg kunnen leggen. Het is duidelijk dat de godin Noctiluca en ‘El Suizo’ haar het meeste boeien en ons nu dus ook. Gefascineerd wandelen we verder naar de gelijknamige zalen.

Ontstaan

De Cueva del Tesoro is ruim tweeëneenhalve kilometer lang. Hiervan is bijna zeshonderd meter toegankelijk voor publiek. In dat gedeelte liggen diverse zalen, waaronder één met ondergrondse zoetwatermeren. Oorspronkelijk heet de grot Cueva del Higuerón. Voor de ingang groeide ooit een vijgenboom. Later werd het de Grot van de Zwitser (La Cueva del Suizo) en weer later kreeg de grot zijn huidige naam. De wanden van de ondergrondse ruimtes bestaat voornamelijk uit wit kalksteen en werden gevormd toen dit gedeelte van Spanje nog zeebodem was. Het immer bewegende water, de druk van de zee en de beukende golven gedurende miljoenen jaren vormden gangen, zalen en spelonken die uiteindelijk, na botsing van tectonische platen, boven zeeniveau zijn uitgerezen. Vanaf dat moment veranderde de grot van vorm door ‘normale’ geologische processen en ontstonden ook stalagmieten, stalactieten en andere grillige vormen. Uit prehistorische schilderingen die diep in de grot op de wanden zijn aangetroffen blijkt dat de ondergrondse ruimtes tussen dertigduizend en vijfduizend jaar geleden voor de toenmalige bewoners een culturele functie hadden. De schilderingen zijn in rood en geel. Ook trof men aantekeningen van meer recente ondergrondse ontdekkingsreizigers aan. De schilderingen zijn helaas afgesloten voor publiek om ze te behoeden voor verval. Dat de Cueva del Tesoro geen gewone grot is, zien we aan de grote hoeveelheid gladde, afgeronde en door het hoge vochtgehalte glimmende rotswanden. De wonderlijke vormen herbergen spleten, spelonken en duistere nisjes die mooi tot hun recht komen door de subtiele geel-oranje verlichting. Overal wekken geheimzinnige gangen waar we niet in mogen onze nieuwsgierigheid. Naast de schilderingen wezen ook andere archeologische vondsten historici op menselijke aanwezigheid in de grot van de prehistorie tot de tijd van Al-Andalus. Hieronder met vuursteen geslepen messen, pijlpunten en harpoenen gemaakt van bot, botresten en complete schedels, keramiek, armbanden, een kandelaar en munten die wijzen op Feniciërs, Romeinen en Arabieren. De meeste voorwerpen liggen nu in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid. Enkele replica’s zijn in Rincón zelf te bewonderen.

De schat en de Zwitser

We lopen de Sala del Suizo in. De zaal van de Zwitser. Al eeuwenlang gaat de legende rond dat deze grot een schat herbergt. Die zou daar zijn achtergelaten door vijf Arabische koningen in de twaalfde eeuw om hun waardevolle spullen te beschermen tegen de oprukkende legers van de Katholieke Koningen. Eeuwenlang waagden velen zich in de krochten van dit stukje aarde in de hoop de vinder van de schat te zijn. De beroemdste schatzoeker is de Zwitserse avonturier Antonio de la Nari, ‘El Suizo’. Hij zocht halverwege de negentiende eeuw bijna twintig jaar lang naar de schat. Gedurende die zoektocht woonde hij in de grot die hij enkel verliet om eten te kopen. Door met dynamiet te werken vergemakkelijkte hij zijn zoektocht en opende hij diverse gangen en een put. Helaas blies hij in 1847 ook zichzelf op. Zijn geest met lange witte baard en slechts te zien vanaf zijn middel, zou volgens getuigenissen van verschillende bezoekers en medewerkers nog steeds rondwaren in de grot.

De godin van de nacht

De geest van de Zwitser is echter niet het enige bijzondere verschijnsel in de Cueva del Tesoro. In 1915 kocht de farmaceut Enrique Laza Herrera de grond inclusief grot eronder. Niet vanwege de archeologische waarde, maar om er zijn medicinale planten te kweken. Hij liet het geheel na aan zijn zoon Manuel Laza Palacio. Die raakte zo gefascineerd door de grot dat hij ruim vier decennia lang tot zijn dood in 1988 de grot onderzocht. Die inspanningen bleken niet onvruchtbaar, want hij ontdekte het heiligdom van de godin van de maan, de nacht, de vruchtbaarheid en de dood, Noctiluca. Palacio schreef hierover: ‘Ik heb het geluk gehad om dit prehistorische heiligdom te vinden waarin de kiem van de stad Malaka ligt (…) Na de pijnlijke opgraving in de verborgen kamers van de Zwitser op de bodem van de grot ontdekte ik de vreemde figuur van kalksteen die eruit ziet als de gestalte van een vrouw gewikkeld in een mantel’. Voor deze gestalte waarin een rond gat het gelaat aangeeft, ligt een door steen gevormde kom waarin Palacios asresten aantrof. Deze liet hij onderzoeken en bleken afkomstig van botten. Aan de voet van het beeld van Noctiluca lag bovendien nog een altaar in de vorm van een halve maan. Palacios concludeerde dat Iberiërs en later de Feniciërs bij dit altaar offerden. Hij vond eveneens een kandelaar uit de tijd van Al-Andalus en vijf gouden munten. Die vondst gooide weer olie op het vuur van de legende van de schat en zo kreeg de grot zijn huidige naam.  

Andere zalen

Naast de genoemde zalen is er nog de Sala de Marco Craso. Deze Romein zou zich in het jaar 86 voor Chr. hebben verstopt in de Cueva del Tesoro op de vlucht voor veldheer Marius en politicus Cinna. Dit zou blijken uit het werk van Plutarchus, een belangrijke Griekse historiograaf en filosoof die leefde tussen circa 46 tot minstens 120 na Chr. en in 1789 opgetekend zijn door Cecilio García de la Leña in ‘Conversaciones Históricas Malagueñas’. In de Sala de la Virgen vond Palacios de Arabische kandelaar. Deze zaal dankt zijn naam aan het feit dat de vondst werd gedaan op de dag van de Virgen del Pilar op 12 oktober. De Sala del Águila heet zo vanwege een rots die de vorm heeft van een adelaar in neerwaartse vlucht. Doorwandelend naar de Sala del Volcán (zaal van de vulkaan) die op grote diepte ligt, gebeurt er iets vreemds: de temperatuur stijgt ineens flink, vandaar de naam. Tot slot is er nog de Sala de los Lagos, waar de grootste filtratie van zoet water heeft plaatsgevonden en de meeste stlagmieten en stalagtieten zijn te bewonderen, naast drie natuurlijke meren.

Hoe kom je er

De grotten liggen 10 kilometer ten oosten van Málaga en zijn te bereiken via de A-7 waar je afslag 252 neemt en zuidwaarts de Carretera Benagalbón inrijdt. De ingang ligt aan Avenida de Picasso nº 21 (Cantal Alto). Er is een grote parkeerplaats. De grot is tot 15 juni open van 10 tot 13 uur en 15 tot 17 uur en in de zomer (15 juni – 15 september) van 10:30 tot 13 en 16:30 tot 19 uur. Gepensioneerden en werklozen woonachtig in Rincón mogen zelfs gratis naar binnen (wel op vertoon van bewijs).

Rincondelavictoria.es