Vuur en vernieuwing

Een natte herfst en winter zijn fantastisch voor de natuur. Alles kan heerlijk groeien en bloeien. Maar als de zomerse hitte weer toeslaat, verandert sappig groen in dor bruin en is dan prima voer voor een bosbrand. De wekenlange branden in heel Spanje van de zomer van 2025 staan bij iedereen nog helder op het netvlies. Bijna 400.000 hectare natuur ging verloren. En terwijl er met man en macht geblust werd rees de vraag hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen. De bosbranden lijken elk jaar feller en groter.

Moeten bossen eigenlijk wel beheerd worden? Is een bosbrand erg? Heeft het zin, en is het verstandig, om zo snel mogelijk als het vuur gedoofd is nieuwe bomen te planten? Een zoektocht naar antwoorden leverde deze kort-door-de-bocht-conclusie op: het evenwicht tussen mens en natuur is volledig verstoord.

Tekst: Maria Kupers. Foto’s: Stock, Maria Kupers

Javier Martos maakte deel uit van het wetenschappelijk platform dat tussen 2007 en 2022 informatie over de Serranía de las Nieves en de Sierra Bermeja verzamelde en aanleverde, met als doel deze gebieden te laten uitroepen tot Nationaal Park. Hij kent de Sierra Bermeja dan ook door en door, en weet alles over de bosbranden die er in de loop van de geschiedenis hebben gewoed. We spraken met hem over bosbranden, de rol van de mens bij het ontstaan ervan en over hoe de natuur zich na een brand herstelt.

“In heel Spanje zijn elk jaar bosbranden, dat is altijd al zo geweest maar in de laatste vijftig jaar is de frequentie omhoog gegaan” aldus Javier. “Vrijwel alle branden ontstaan door toedoen van de mens. Niet omdat mensen doelbewust de boel in brand steken, het is altijd een ongelukje of pure domheid. Het feit dat de branden tegenwoordig grotere oppervlakten vernietigen komt helaas ook door de mens.”

Evenwicht houdt brand binnen de perken
Tot halverwege vorige eeuw was er in de berggebieden sprake van een evenwicht tussen mens en natuur. Overal graasden geiten en schapen, bomen werden gekapt zodat het hout gebruikt kon worden in de bouw of als kolen in de stoof die iedereen in de winter onder de tafel had staan. Kortom, er was minder brandstof in de bossen voor de vlammen. En als er brand uitbrak waren de mensen in de buurt om meteen in te grijpen.

“Vanaf de jaren zestig trok de jeugd naar de kust en stedelijke gebieden. Jongeren, die hun ouders hun hele leven keihard op het land en in de bossen hadden zien werken, kozen voor minder intensieve en beter betaalde banen in het toerisme. Kolenstoven werden vervangen door gaskachels en huizen werden volledig van beton en stenen gebouwd dus hout was niet meer nodig. Dorpen liepen leeg en bossen werden aan hun lot overgelaten” vertelt Javier.

En terwijl het aantal inwoners van de bergdorpen terugliep, werd er vanaf de kusten steeds verder landinwaarts gebouwd. Bewoners van de nieuwe villa’s en appartementencomplexen midden in de natuur houden echter geen geiten en kappen geen bomen. Maar door het simpele feit dat ze mensen zijn en dus onbedoeld brand kunnen veroorzaken, zijn ze wèl een gevaar voor de natuur. En bij brand is de natuur een gevaar voor hen, het vuur kan hen razendsnel insluiten.

Wie doet wat?
In Spanje zijn de deelstaten verantwoordelijk voor het beheer van de natuurgebieden in hun regio. Zij bepalen welke activiteiten waar zijn toegestaan. De meest kwetsbare en afgelegen gebieden zijn vaak niet toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer, er is immers maar één vonkje van bijvoorbeeld een quad nodig om een brand te laten ontstaan.

Daarnaast is er regelgeving voor het gebruik van barbecues op openbare picknickplaatsen en het verbranden van tuinafval in de wijde omgeving van natuurgebieden. Bovendien zijn de deelstaten verantwoordelijk voor het opstellen van preventieplannen (met bijbehorend budget) waarin ook duidelijk omschreven moet staan welke middelen er zijn voor preventie, controle, coördinatie en brandbestrijding beschikbaar.

Naar aanleiding van de branden van 2025 was er felle kritiek op de regeringen van de deelstaten Galicië en Extremadura. Volgens de inwoners hadden ze al jaren niets gedaan aan het onderhoud van de bossen in de afgelegen gebieden waar zij wonen. Omdat politici op regionaal niveau de landelijke regering om hulp vroegen bij het blussen en ook de regering verweten dat zij niet snel genoeg ingrepen, heeft de Spaanse overheid een decreet aangenomen dat de deelstaten verplicht hun preventieplannen te vernieuwen. Bovendien gaat men vanuit Madrid scherper toezicht houden op de inhoud en uitvoering regionale preventieplannen.

Brandjes blussen
Het blussen van branden valt dus ook onder de verantwoordelijkheid van de deelstaten. Overal is eenzelfde type systeem opgezet: op strategische plekken zijn helikopterbases en uitkijkposten gevestigd die het hele jaar door in meer of mindere mate bezet zijn. Het personeel bestaat uit brandweerlieden die vrijwel allemaal een studie bosbouw hebben gevolgd. Een deel van de brigades staat niet alleen klaar om te blussen maar werkt gedurende het jaar ook aan preventie door bijvoorbeeld brandgangen op berghellingen aan te leggen.

Afhankelijk van waar de brand woedt, worden niet alleen helikopters maar ook brandweerwagens ingezet. In eerste instantie die van de deelstaat, maar als het nodig is worden ook lokale en provinciale korpsen ingezet. Als het nodig is kunnen ook nog blusvliegtuigen worden ingezet, zij gebruiken óf water uit de zee of bluspoeder om over de vlammen uitstorten. Bij heel grote branden zoals die van de zomer van 2025 wordt ook de hulp uit andere deelstaten en soms zelfs andere landen ingeroepen. Daarnaast kan ook de Unidad Militar de Emergencias (UME) van het nationale leger worden ingezet om de situatie zo snel mogelijk onder controle te krijgen.

Hoe dan?
De strategie om een natuurbrand te blussen is simpel: zorg ervoor dat er niets te branden meer is. De methode om dat te bereiken is al eeuwenoud. De mannen werken in een rij, ieder met een eigen taak. Met gereedschappen die lijken op schoffels en scheppen wordt alles wat brandbaar is met de grond gelijkgemaakt. De volgende persoon in de rij slaat de vlammen vervolgens dood met een soort roeispaan. Indien nodig wordt ook nog een motorzaag ingezet om lage begroeiing af te zagen. Zo ontstaat ter plekke een brandgang die verdere verspreiding van het vuur voorkomt.

Afhankelijk van de situatie wordt zelfs een andere plek in brand gestoken. Door stukken terrein met onkruid op gecontroleerde wijze af te branden blijft er niets dan verschroeide grond over, de vlammen van de oorspronkelijke brand doven vanzelf uit. Vuur met vuur bestrijden werkt in dit geval dus echt. Het water dat door de helikopters en eventueel ingezette blusvliegtuigen wordt gestort is vooral bedoeld ter afkoeling van de plekken waar de brandweer op de grond aan de slag is.

Als het vuur gedoofd is
Op 8 september 2021 ontstond in Jubrique (Màlaga) de grootste brand uit de geschiedenis van Andalusië en de eerste die het predicaat ‘zesde generatie’ kreeg.

De hitte en rook zorgden voor een uniek microklimaat waardoor het nog moeilijker was de brand onder controle te krijgen. In totaal brandde 10.000 hectare in het natuurgebied Sierra Bermeja af, het sein ‘brandmeester’ werd gegeven op 14 september maar pas op 24 oktober werd de brand volledig uitgewoed verklaard. Er werden 3.000 mensen geëvacueerd, een brandweerman kwam om het leven en 1.000 ‘pinsapos’ (unieke soort naaldboom) gingen verloren.

De bevolking uit de omgeving was zwaar onder de indruk van deze brand en de gevolgen daarvan. Iedereen wilde iets doen en er werden meerdere initiatieven opgezet om de natuur een handje te helpen. “Er waren zelfs mensen die tomatenplanten in het afgebrande gebied pootten” vertelt Javier. “Dat was dan wel een uitzondering, maar er waren veel meer particulieren en verenigingen die met de beste bedoelingen het gebied introkken. Er zijn enorm veel zaden uitgestrooid en kleine boompjes gepoot. Maar dat hoeft niet, de natuur heeft eigenlijk geen hulp nodig om te herstellen. Sterker nog, al die initiatieven doen meer kwaad dan goed want mensen weten niet welke soorten in deze omgeving thuishoren.”

Rijkdom in de grond
Als je de grond van een bos onderzoekt vind je enorm veel zaden van bomen, struiken en planten. Die liggen daar vaak jarenlang en na een brand hebben ze de kans te gaan groeien. De bodem is door de as vruchtbaarder en er is meer licht en ruimte. Ruim vijf jaar na de brand in de Sierra Bermeja zie je overal weer struiken en jonge boompjes.

Opruimen niet nodig?
Als je langs een afgebrand gebied komt lijkt alles extreem treurig en ook een beetje een rommeltje. Moet dat oude spul niet even opgeruimd worden? Volgens Javier Martos niet. “Vroeger dacht men dat afgebrande bomen plagen konden verspreiden en werden ze dus verwijderd. Men ging zelfs, waar het kon, met bulldozers het gebied in om alles schoon te vegen. Inmiddels is bekend dat je daarmee het bodemleven volledig vernielt en ook de erosie bevordert. Bovendien zijn niet alle zwartgeblakerde bomen dood, als vlammen snel door een gebied zijn getrokken gaat het vaak alleen om oppervlakkige schade. Tegenwoordig haalt men alleen de exemplaren weg die vlak bij wegen staan omdat ze misschien om kunnen vallen.”

Moderniteiten
In vroeger tijden was een rookpluim de enige waarschuwing dat er ergens iets in brand stond. Sinds 1975 wordt gebruik gemaakt van satellieten om te kunnen zien hoe groot het gebied is waar een brand woedt en hoe deze zich ontwikkelt. Tegenwoordig is er een scala aan technologische hulpmiddelen dat ingezet wordt om het risico op brand in te schatten, vuur snel te ontdekken en de ontwikkelingen van een brand te volgen en voorspellen. Bij het blussen van branden worden soms zelfs robots ingezet.

De beelden van satellieten worden sinds een aantal jaren geanalyseerd door Artificial Intelligence: genoteerde veranderingen in de vegetatie en temperatuur worden razendsnel vertaald naar plattegronden waarop de risico’s en gevaren te zien zijn. Deze plattegronden worden zowel voor preventie als tijdens branden zelf gebruikt.

In berggebieden staan camera’s en apparatuur die de temperatuur, rook en gassen kunnen meten en zo een brand kunnen ontdekken voordat deze überhaupt voor het menselijk oog zichtbaar is. Zodra de zomer aanbreekt en het risico op bosbranden dus hoog is, worden drones met meetapparatuur ingezet om afgelegen gebieden in de gaten te houden.

Kwestie van balans
Javier is blij met al deze technologische ontwikkelingen en toepassingen (hij is zelf informaticus) maar benadrukt het belang van de mens in de preventie. “Vroeger was er sprake van een evenwicht en waren bossen een bron van leven die gebruikt werd om te overleven. Tegenwoordig gaan we in onze vrije tijd naar natuurgebieden om te kunnen overleven in de stedelijke gebieden” lacht hij. “Er is iets voor te zeggen om de natuur volledig haar gang te laten gaan maar het is nu eenmaal een feit dat dit gevaren met zich meebrengt. Als we niet willen dat de mens in gevaar komt doordat branden dicht in de buurt komen moeten we het evenwicht weer terugvinden.”

Foto van Maria Kupers
Maria Kupers

Creative director van ESpecial Life Magazine en freelance communicatiespecialist

Delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn

¿qué pasa?

culturele agenda van de provincie Málaga

Meer lezen

Een greep uit onze artikelen

ESpecial Life Magazine

over het goede leven in Spanje

Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen over Spanje!
(max. 1 mail per maand)