Een heerlijk dagje op het strand: het geluid van de golven, de warmte van de zon op je huid en een goed boek. En dan ineens komt er een gezin wilde zwijnen voorbijrennen. Je knippert nog eens met je ogen, maar ze zijn er echt. Spanje kent meerdere soorten wilde dieren, het zwijn is de brutaalste onder hen. Waarom komen ze zo dicht bij de bewoonde wereld en wat wordt er gedaan om de dieren terug te dringen naar de bossen waar ze van oorsprong thuishoren?
Tekst: Maria Kupers. Foto’s: Stock
Je kunt tegenwoordig letterlijk overal een wild zwijn tegenkomen. In Fuengirola (Málaga) liep vorig jaar zelfs een kleine kudde zwijnen door een groot winkelcentrum. Niet echt het gedrag dat je van een wild dier verwacht. Hoewel ze nog steeds in staat zijn mensen aan te vallen als ze zich bedreigd voelen, zijn zwijnen al lang zo wild niet meer.
Overleven door flexibiliteit
Groepen wilde zwijnen bestaan meestal uit diverse vrouwtjes met hun jongen, de volwassen mannetjes leven meestal alleen en zoeken tijdens de bronsttijd aansluiting. Het gedrag van de zwijnen verschilt per leefomgeving. In rustige bergmassieven zijn ze overdag actief en trekken ze zich terug in dichte begroeiing als er gevaar dreigt. In de nabijheid van dorpen en steden zijn ze vooral ’s nachts op pad om ongestoord te kunnen eten.
Eten wat de pot schaft
Het wilde zwijn is een uitgesproken opportunist: het dier eet vrijwel alles wat het tegenkomt, van wortels, knollen en eikels tot insecten, kadavers, landbouwgewassen en zelfs etensresten uit afvalcontainers. Die brede voedselkeuze, gecombineerd met een hoge voortplantingssnelheid en groot aanpassingsvermogen, maakt dat de soort zich in zeer uiteenlopende leefgebieden thuis voelt. In Spanje komt het zwijn voor van Galicië tot Andalusië en van de Pyreneeën tot de Levante kust, met een voorkeur voor mediterrane eiken en dennenbossen en de half open cultuurlandschappen van de dehesa, waar schaduw, water en voedsel dicht bij elkaar liggen.
De wroetende snuit, waarmee de dieren bodem omwoelen op zoek naar wortels, larven en zaden, heeft in bossen een belangrijke functie: de bodem wordt als het ware geploegd, organisch materiaal wordt gemengd en zaden krijgen de kans te kiemen. In landbouwgronden, wijngaarden, sportvelden of tuinen vertaalt datzelfde gedrag zich echter in schade en conflicten.
Eigen schuld?
De sterke groei van de populaties in de afgelopen decennia hangt nauw samen met menselijk handelen. Vroeger lagen akkers her en der verspreid, tegenwoordig zijn er in de gebieden tussen natuur en de bewoonde wereld grote landbouwgebieden vol groente en fruit. Een soort gratis buffet waar geen zwijn nee tegen zegt.
Tegelijkertijd heeft de leegloop van het platteland ertoe geleid dat er minder herders, minder extensieve begrazing en sowieso minder dagelijkse menselijke aanwezigheid in de bergen is. Daardoor konden struiken en ondergroei dichtgroeien, een prima plek voor zwijnen om zich te verschuilen. Natuurlijke jagers, zoals de wolf, zijn in grote delen van Spanje verdwenen of slechts in kleine populaties aanwezig. De menselijke jager houdt de aantallen zwijnen weliswaar een beetje in toom, maar het jachtseizoen is eigenlijk te kort om de snelle voortplanting tegen te gaan. Mildere winters doen daar nog een schep bovenop: zonder forse kou is er minder sterfte onder de jongen en zeugen kunnen vaker succesvol werpen.
Heerlijk die groenzones
Dat wilde zwijnen tegenwoordig zo vaak opduiken in de periferie van Madrid, Barcelona of langs de Costa del Sol en Costa Blanca, is een logisch gevolg van de manier waarop het landschap is ingericht. Rond veel steden ligt een mozaïek van natuurparken, secundaire bossen, urbanisaties en golfbanen. Vanuit het perspectief van een zwijn is dat een aaneenschakeling van dekking, waterpunten en voedselbronnen. Afvalcontainers die niet goed sluiten, groenstroken die geïrrigeerd worden in droge zomers, honden en kattenvoer dat buiten blijft staan: het zijn allemaal uitnodigingen om dichter bij de mens te komen.
Omdat jacht in of nabij de bebouwde kom meestal verboden is, vormen deze zones bovendien relatief veilige gebieden. De dieren leren snel waar hinder gering is en waar beloning groot is; eenmaal aangeleerde routes en voedselplekken worden generaties lang herhaald.
Leuke filmpjes
Landbouwers zijn al decennialang gewend aan het feit dat ze overal hekken omheen moeten zetten en dat er dan alsnog eens in de zoveel tijd een akker volledig kaalgevreten wordt. Het feit dat iedereen tijdens corona in huis opgesloten zat was voor de zwijnen een godsgeschenk. Geen mensen op straat en amper verkeer: ze konden rustig afdalen naar de tuinen en afvalcontainers in de buitenwijken. Dat de mens daarna weer in beeld kwam was voor de dieren van minder belang dan de makkelijke toegang tot eten.
Video’s van schattige kleine zwijntjes die over een vol terras achter hun moeder aanrennen doen het goed op de sociale media, de toenemende aanwezigheid van zwijnen in bebouwde gebieden zorgt echter voor praktische problemen. De verkeersveiligheid komt in gevaar wanneer dieren plotseling wegen oversteken, vooral omdat ze dat meestal doen als het schemert en je ze dus pas ziet als ze al in het licht van de koplampen staan. Tuinen, begraafplaatsen en parken worden omgewoeld, wat bewoners en gemeenten met extra kosten opzadelt.
Deze praktische overlast is echter niet de enige reden dat overheden proberen het aantal wilde zwijnen terug te dringen. In Spanje worden veel varkens gehouden en de varkenspest ligt altijd op de loer. De ziekte heeft de afgelopen maanden al meerdere grote veehouderijen in het hele land platgelegd en sommige mensen vrezen dat wilde zwijnen de pest naar andere gebieden zullen verspreiden.
Gemeente aan zet
In principe zijn de gemeenten die verantwoordelijk voor het al dan niet ingrijpen om overlast van wilde zwijnen te voorkomen. Hun beleid is gebaseerd op de landelijke en regionale regelgeving.
Bij de afdeling Sanidad Veterenaria van de gemeente Marbella komen per maand gemiddeld twee meldingen over overlast binnen. “We weten in welke wijken de zwijnen het meest voorkomen, we hebben echter geen goed overzicht van de exacte hoeveelheid dieren die binnen de gemeentegrenzen woont” aldus een woordvoerder van de gemeente.
De gemeente Marbella voert -net als vrijwel alle gemeenten waar zwijnen voor overlast zorgen- campagnes om mensen erop te wijzen geen etensresten rond te laten slingeren en afvalcontainers gesloten te houden. Hier en daar worden hekken geplaatst om het zwijn de toegang tot woongebieden moeilijker te maken.
Als die maatregelen niet werken, schakelen gemeentes externe bedrijven in om de zwijnen met een drijfjacht weer richting natuurgebieden te jagen of om ze te laten vangen en afschieten.
Ondertussen proberen wetenschappers en beheerders met camera vallen, GPS halsbanden en meldsystemen beter te begrijpen waar de belangrijkste contactzones tussen mens en zwijn liggen en welke maatregelen daar het meeste effect hebben.
Beer in je achtertuin?
Het wilde zwijn is in Spanje dus niet meer zo wild. De dieren blijken heel goed in staat zich aan te passen aan door mensen gemaakte landschappen. De vraag is dan ook of andere wilde dieren in Spanje in de toekomst ook in woonwijken te zien zullen zijn.
Er leven bijvoorbeeld enkele honderden beren in Spanje. Er is nu geen sprake van overlast, maar men ziet al wel dat ze vaker richting de dorpen gaan om makkelijk eten te scoren. De kans dat beren (of wolven) op eenzelfde grote schaal problemen zullen veroorzaken als de wilde zwijnen is klein, maar de zwijnen zijn wèl een goed voorbeeld om nieuw beleid te ontwikkelen dat een evenwicht tussen mens en dier moet garanderen.









