De geheimen van Granada

Granada, stad van het majestueuze Alhambra, de smalle straatjes van Albaicín, de indrukwekkende kathedraal en het gezellige uitgaansleven. Een stad vol geschiedenis en dus ook vol mooie verhalen. We gingen op zoek naar de geheimen van Granada en ontdekten juweeltjes.

Tekst & foto’s: Maria Kupers
In samenwerking met César Requesens van Granada Secreta

Van nederzetting tot stad
Granada was eeuwenlang niet groter dan wat nu de wijk Albaicín is. Nadat de troepen van Muhammad Ibn al Ahmar in 1238 de stad innamen werd aan de andere kant van de rivier Darro het Alhambra gebouwd. Binnen de stadsmuren was ook ruimte voor een nieuwe woonwijk: Realejo. Granada was de laatste plaats die in de vijftiende eeuw door de Christenen op de Arabieren veroverd werd. Het was dan ook een toevluchtsoord voor Arabieren uit heel Andalusië.

In 1491 tekende koning Boabdil de overgave van de stad, onder voorwaarde dat er geen bloed vergoten zou worden en alle 110.00 inwoners er vreedzaam konden blijven wonen. Die belofte is in principe nagekomen, ware het niet dat het leven er voor de moslims er niet makkelijker op werd. Velen van hen verlieten alsnog de stad of lieten zich als Christen dopen en kregen daardoor de naam ‘moriscos’. En eigenlijk is juist die verplichte bekering de reden geweest voor de groei van de stad.

Wereldschokkende vondst
In 1588 werden net buiten de stadsmuren, in oude kalkovens, resten van botten en loden plaatjes met Arabische teksten gevonden. De botten zouden van San Cecilio zijn, nu de beschermheilige van de stad. De teksten, de ‘libros plumbeos’, werden naar het hof van koning Felipe II gestuurd zodat de officiële vertaler, Alonso del Castillo, ze kon ontcijferen. En toen dat gebeurd was, schudde de geloofswereld op zijn grondvesten.

De teksten waren een mix van wat er in de bijbel en de koran staat geschreven. En ze waren ook nog geschreven in het Arabisch dat in de eerste eeuw na Christus werd gesproken. De enige conclusie die men kon trekken was dat er dus helemaal niet zo veel verschil was tussen het Christendom en de Islam. Oorlog en haat vanwege religie waren dus overbodig.

Gezien de implicaties die deze vondst zou hebben, vroeg de koning zijn vertaler om officiële bevestiging van de authenticiteit van de ‘libros plumbeos’.Alonso del Castillo gaf deze bevestiging en dat maakte Granada een bestemming voor pelgrims. In de grotten werden kapelletjes gemaakt en duizenden gelovigen kwamen deze nieuwe heilige plaats bezoeken.

In 1609 bouwde men op dezelfde plaats een abdij. De weg vanaf daar naar de stad liep door een gebied met veel grotten: Sacromonte. De enige plek waar in die tijd zigeuners mochten wonen en tot vandaag de dag nog steeds de zigeunerwijk van Granada.

Listig bedrog
In 1682 kwam men erachter dat de loden schijfjes niet zo oud waren als men dacht. Het bleek dat Alonso del Castillo en zijn collega Alvaro de Luna ze zelf geschreven hadden. Beiden waren bekeerde moslims en hadden er belang bij dat geloofsdiscriminatie werd uitgebannen.

Het Vaticaan eiste de ‘libros plumbeos’ op en sloot ze achter slot en grendel. Pas in 2001 werden ze door kardinaal Rätzinger teruggegeven aan de stad. In 1974 werd de abdij gesloten en pas begin deze eeuw opnieuw geopend. Een groot deel is inmiddels gerestaureerd en ingericht als museum. Behalve dat je daar de grotten waar de ‘libros plumbeos’ en de botten werden gevonden kunt bezoeken, kun je er een heuse Goya bewonderen.

Magische klanken
Volgens de inwoners van Granada is de wijk Sacromonte, samen met de wijk Triana in Sevilla, de bakermat van de flamenco. In Sacromonte woonden zigeuners maar later ook ‘moriscos’, de culturen vermengden en dat gebeurde ook met de muziek. De Peña de la Platería staat bekend als een vereniging van mensen die uitermate zuiver van leer zijn, de beroemde zanger Camarón de la Isla durfde in eerste instantie niet voor hen op te treden. Liefhebbers van pure flamenco kunnen op donderdagavond met een beetje geluk een plaatsje bemachtigen bij een optreden bij de Peña. Mensen die liever een wat luchtiger versie van de flamenco willen horen kunnen bij Venta del Gallo of de Cueva Maria la Canastera terecht, beiden zijn niet overdreven toeristisch.

Landbouw in woonwijk
Albaicín is een wijk die bekend staat om haar naar jasmijn geurende straten, de teterías en statige stadspaleizen. Achter de muren van sommige van die huizen ligt een geheim verborgen. De zogenaamde ‘carmenes’ (carm is Arabisch voor wijngaard) zijn huizen die in een bepaalde stijl gebouwd zijn en met een groot stuk grond waar vroeger groente en fruit werd verbouwd. Behalve dat er een grote moestuin was, hadden de huizen ook een uitkijkpost op het hoogstgelegen punt zodat men kon zien wat er buiten de muren gebeurde. Vandaag de dag staan er nog wel fruitbomen in de ‘carmenes’ maar de rest van de grond wordt gebruikt als tuin, een kleine oase midden in de stad.

Tapas in El Realejo
De wijk Realejo werd in eerste instantie door de Joden bewoond, totdat ook zij werden weggejaagd door de Christenen. Vandaag de dag is het een wijk waar vooral veel expats, studenten en kunstenaars wonen. Hetgeen betekent dat er hier en daar al wat opgeknapt wordt, investeerders en speculanten ruiken hun kans. Vlak naast het plein Campo del Principe zijn veel bars en restaurants te vinden waar heel jong en hip Granada zich rond het middaguur en tot laat in de nacht verzamelt om van een verfrissend biertje met allerlei soorten tapas te genieten.

Hemelse pracht
En als je dan toch in Realejo bent is een bezoek aan de kerk Santo Domingo een absolute must. Vanuit de kerk heb je namelijk zicht op de Virgen del Rosario die boven in de kerk achter een glazen wand staat. Op de muren om de glanzen wand heen is een waar meesterwerk met honderden engelen aangebracht. En als je die pracht op je hebt laten inwerken is de volgende stap die naar het pand aan de andere kant van de straat. Daar ligt namelijk de Camarin de Nuestra Señora del Rosario Coronada, Virgen del Lepanto.

De ‘camarin’ is een speciale kamer voor het beeld van de maagd, in de achttiende eeuw gebouwd door de leden van het broederschap. Ook hier is weer een goed verhaal te vinden. Het beeld van de maagd stond altijd in de kerk zelf maar de devote gelovigen vonden die plek eigenlijk niet goed genoeg.

De maagd is namelijk een vertegenwoordiger uit de hemel en zou daarom in een nóg waardiger omgeving dan de kerk moeten vertoeven. Daarom werd het pand aan de andere kant van de straat gekocht en werd er een brug naar de kerk aangelegd. Er werden drie ruimtes gemaakt, waarvan één met de glazen wand naar de kerk zodat de kerkgangers naar boven moesten kijken om haar te zien. Kosten noch moeite werden gespaard voor deze hemelse kamers.

Alle drie de kamers zijn zo vol prachtige details dat je er dagen kunt doorbrengen en nog steeds nieuwe dingen zult ontdekken. Hoewel elke millimeter beschilderd is krijg je toch niet het gevoel dat het op een vervelende manier overweldigend is. Het enige dat je kunt doen is je verwonderen over de genialiteit van dit alles. De ruimte waar de maagd zelf staat is op briljante wijze ingericht zodat al het licht weerspiegeld wordt zonder dat er gebruik is gemaakt van spiegels. Een paar meter achter de ruimte is een groot raam gemaakt zodat het zonlicht vanachter schijnt en het vanuit de kerk lijkt alsof ze op de stralen van het licht zweeft. Woorden en foto’s doen geen recht aan het gevoel dat je hier krijgt.

Het gastenverblijf van het Alhambra
De moeder van de Moorse koning Boabdil wilde niet altijd in het koninklijk paleis verblijven en had daarom de beschikking over een buitenverblijf in wat nu de wijk Realejo is. Ze kon daar haar gasten ontvangen en uitkijken over de akkers van het platteland rondom de stad. Zij was echter niet de enige die gebruik maakte van het buitenpaleis, ook geheime bezoekers van het Alhambra werden hier ontvangen. Koningin Isabella de Castilla vond het zo mooi dat ze het van Koningin Fátima kocht toen de overgave van Granada werd getekend. Daarna werd het overdragen aan de Orde van Santo Domingo en die maakten er een klooster van.

Je kunt het Cuarto Real de Santo Domingo bezoeken en er de resten van de ontvangstkamer zien, met de originele tegels en houtsnijwerken. Verdere opgravingen laten de resten van verblijven zien en onlangs zijn ook ondergrondse gangen gevonden. Hoewel er nog geen officieel bewijs is, lijkt het erop dat deze deel uitmaakten van een geheim gangenstelsel dat naar het Alhambra leidde.

Het goud blinkt niet meer
Vanaf een groot deel van de stad heb je een prachtig zicht op de Sierra Nevada, favoriet ski- en wandelgebied van de Spanjaarden. De weg ernaartoe verbergt nog een ander geheim van Granada. Uit de bergen die achter de wijk Lancha del Genil liggen, zijn enorme happen verdwenen en dat komt hier niet omdat er marmer wordt afgegraven.

De Romeinen hebben hier in hun zoektocht naar goud hele stukken van de berg weg laten spoelen. Goud kun je namelijk niet zoals steenkool gewoon loshakken, het zit tussen de stenen en het zand verborgen. Daarom hadden ze een ingenieus systeem bedacht. In de bergwanden werden gaten geboord en via een aquaduct werden er daarna grote hoeveelheden water aangevoerd. De grond werd daardoor zo poreus dat ze naar beneden stortte. Aan het einde van die modderstroom werden grote zeven geplaatst waardoor het goud opgevangen kon worden.
De mijnen zijn daarna lange tijd niet meer gebruikt, totdat de Fransen weer een nieuwe poging deden. Ze gebruikten hetzelfde systeem als de Romeinen maar mochten van de akkerbouwers in de omgeving niet meer het water van de rivier Darro gebruiken. Er werden speciale kanalen vanaf de Sierra Nevada aangelegd en zo wisten ze ook nog wat goud uit de grond te halen. Tot op heden is dit verhaal nog maar bij weinig mensen bekend, de mijnen zijn verlaten en overwoekerd en behalve een straatnaam wijst niets meer op dit verleden.

Heden en verleden
Granada is wereldwijd bekend om haar geschiedenis, als je door de stad loopt voel je het rijke verleden aan alle kanten. Maar het is ook een stad die aan de toekomst bouwt.

Duizenden jongeren studeren hier aan één van de vele faculteiten. Aan de rand van de stad is in de afgelopen jaren een groot technologisch park gebouwd waar diverse internationale medische bedrijven zitten. Veel van de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biotechnologie en medische wetenschap komen uit Granada vanwege de samenwerking tussen deze bedrijven en de universiteit.

Door de aanleg van de nieuwe snelweg zit je binnen een half uur in Motril aan de kust en de bergen zijn dichtbij. Dat maakt de stad ook steeds aantrekkelijker voor toeristen en buitenlandse residenten. Ondanks alle moderne ontwikkelingen maken de tastbare en minder tastbare herinneringen aan het verleden nog steeds deel uit van deze stad. En zolang iemand de geheimen deelt, zal ook het onbekendere verleden nooit in de vergetelheid raken.

Meer informatie

Rondleiding
www.granadasecreta.es
Wij kregen een persoonlijke rondleiding om de diverse geheimen van Granada te leren kennen. Het team van César Requesens organiseert elke week allerlei rondleidingen langs de onbekende plekken van de stad.

Abadía de Sacromonte
https://sacromonteabbey.com/
De abdij ligt net iets buiten de stad, voorbij de universiteitswijk La Cartuja. Vanaf het centrum doe je er te voet ruim een half uur over, met de auto kun je het beste via de rondweg naar de abdij rijden. Toegangsprijs: 5 euro.

Camarín de la Virgen del Rosario
http://archicofradiarosariocoronada.blogspot.com/
In de wijk Realejo, de ingang van de Camarín ligt direct naast de brug naar de kerk. Je hoeft geen entree te betalen maar een kleine donatie wordt wel verwacht.

Cuarto Real de Santo Domingo
https://entradas.albaicin-granada.com/
Je kunt ter plekke een toegangskaartje kopen voor 2 euro of online reserveren.