Spaanse werknemers: cultuurshock?

Aan de Costa del Sol zitten veel bedrijven die gerund worden door Belgen en Nederlanders. Onder het personeel dat zij in dienst hebben bevinden zich ook Spanjaarden. We vroegen ons af hoe zij het ervaren om voor een Nederlandstalige baas te werken. Zijn er grote cultuurverschillen? Wat kunnen wij van de Spanjaarden leren en wat vinden zij leuk, of juist niet aan de Belgische en Nederlandse werkomgeving? ESpecial nodigde vier Spaanse werknemers uit voor een glas wijn en een goed gesprek (in het Engels).

Tekst & foto’s: Maria Kupers

Toen het idee voor dit onderwerp van de ESpecial Sessies ontstond wisten we meteen dat het risico bestond dat we de beleefde versie van de meningen van de Spanjaarden zouden krijgen. Daarom spraken we met hen af dat we niet bij elke uitspraak de naam van de spreker zouden vermelden, geen blad voor de mond dus. Het valt ons op dat, hoewel de flessen wijn op tafel staan, iedereen voor water kiest.

Marjan Schut valt meteen met de deur in huis met de vraag wat zij vinden van het stereotype dat Nederlanders bot en onbeleefd zijn. Christina Cuevas heeft twintig jaar in diverse landen gewoond en gewerkt voor ze weer terugkwam naar Marbella. Sinds een half jaar werkt ze als personal assistant van Franciska Schmidt van Professional Law International en Christina is het totaal niet met die uitspraak eens. “Bot is echt niet het woord, direct wel. Dat past prima bij mijn persoonlijkheid, het maakt het leven makkelijker, je weet waar je aan toe bent.”

José Miguel Robles vindt ook dat direct een beter woord is dan bot. Hij werkt inmiddels vijf jaar op de Tax and Legal Department van Euro Economics. Francisco Melero, technisch architect bij Acoola, is van mening dat directheid niet zo zeer een cultuurverschijnsel is, maar meer een karaktertrek van iemand. “Ik heb ook voor Spaanse werkgevers gewerkt en daar zaten ook hele directe mensen bij. Dat werkt erg prettig, niet om de dingen heen draaien, dat schept duidelijkheid voor iedereen.” Ester Moreno Gómez vindt Nederlanders juist aardig en beleefd. Zij werkt als officemanager en architect bij Residencia Estates en heeft ook geregeld met Nederlandse klanten te maken. “Ze geven duidelijk aan wat ze willen, maar wel altijd op een hele beschaafde manier. En ze willen samenwerken, dat was vooral op de werkvloer voor mij echt een shock.”

Belgen en Nederlanders ideale baas?
De opmerking van Ester over samenwerking binnen het bedrijf is voor iedereen aanleiding met voorbeelden te komen. “Alles is makkelijk, als mijn kind ziek is bijvoorbeeld, kan ik zonder problemen naar huis” vertelt José. Op het kantoor waar Christina werkt wordt wekelijks werkoverleg gehouden en dan wordt iedereen geacht meningen en suggesties te geven over de lopende projecten en de plannen voor de toekomst. “Dat is bij Spaanse bazen echt wel anders, die vragen niet om je input en stellen het ook niet op prijs als ze die ongevraagd krijgen.”

“Belgen en Nederlanders zijn veel meer van het samenwerken dan Spanjaarden”

Ester weet nog dat ze bijna van haar stoel viel toen haar baas Marijke de Nier na de eerste weken vroeg of ze het naar haar zin had, of dat er misschien iets verbeterd kon worden om het werken nog prettiger en efficiënter te maken. Zowel Francisco als José hebben Engelse les gehad op kosten van de baas en Christina gaat een basiscursus Nederlands volgen.
De algemene mening is dat Nederlandse en Belgische bazen cool zijn. Maar ook slim. Want tevreden werknemers hebben er ook geen probleem mee om als het nodig is wat langer te blijven om een project af te maken. Francisco denkt dat daar juist het verschil zit met de Spaanse werkgevers. “Die zijn toch meer geneigd tot misbruik van de tijd van werknemers. Je kunt geen overwerk eisen en er niets tegenoverstellen. Als je je personeel de ruimte geeft, komt die extra inzet vanzelf.”

Iedereen is van mening dat er in Spanje wel sprake is van verandering. Het onderwijs en de maatschappij zijn voortdurend in ontwikkeling. Het verschijnsel van de personal coach voor managers begint ook hier normaal te worden en er zijn steeds meer internationale bedrijven die hun manier van werken importeren. Maar de vier tafelgenoten vrezen wel dat meer flexibiliteit op de werkvloer misbruik door de Spaanse werknemers zou kunnen uitlokken. Ze vermoeden dat de Spanjaard in het algemeen, sneller dan de andere nationaliteiten, geneigd zal zijn die vrijheid oneigenlijk te gebruiken.

Valt er nog wat te leren van de Spanjaarden?
In hoeverre passen de Belgen en Nederlanders zich eigenlijk aan, als het gaat om het werkzame leven in Spanje? Het valt de vier Spanjaarden op dat ze vooral onderling zaken doen en alleen Spaanse bedrijven inschakelen als het niet anders kan. Hoewel hun bazen wel allemaal Spaans spreken, blijkt dat bij andere Nederlandstalige leveranciers niet altijd het geval te zijn. Het gebeurt geregeld dat iemand die bijvoorbeeld het onderhoud van de airconditioning doet, amper Engels en helemaal geen Spaans spreekt. En daarom dus alleen door een Nederlandstalige werknemer te woord gestaan kan worden. Dat vinden onze tafelgenoten lastig en eigenlijk ook een beetje vreemd.

Omdat zowel Christina als Ester, Francisco en José ook met Nederlandse en Belgische klanten werken vallen hen nog wel meer dingen op. Belgen kunnen af en toe wat grof zijn in de benadering van personeel van andere bedrijven. Nederlanders zien volgens hen alles nogal zwart-wit, grijstinten bestaan niet.

Er wordt over het algemeen maar weinig rekening gehouden met de Spaanse feestdagen. Het feit dat de supermarkt open is, is voor ondernemers voldoende reden om ook aan het werk te zijn. En dat terwijl het in Spanje de gewoonte is dat de baas het personeel uitnodigt voor een middag of avond op de lokale feria. Ze voegen eraan toe dat dat dan wel meteen het enige bedrijfsuitje is dat je bij een Spaans bedrijf kunt verwachten. De werkgevers van onze vier Spanjaarden organiseren echter wel leuke uitjes of dinertjes en dat wordt wel degelijk gewaardeerd.

“Een tikkie sturen, dat is echt zoooo Nederlands!”

Vreemde gewoonten
Zodra we het over eten hebben, wordt duidelijk dat sommige gewoonten van de Nederlanders en Belgen volgens de Spanjaarden uitermate hilarisch zijn. Zo staan ze erop dat ze de bon meekrijgen, geven ze amper fooi en ieder betaalt voor zich. Er wordt smakelijk gelachen als iemand begint over het ‘tikkie’. (een digitaal betaalverzoek dat je aan mensen kunt sturen zodat ze het verschuldigde bedrag meteen aan je kunnen overmaken, red.) Ze weten het niet met zekerheid te zeggen maar het zou niemand verbazen als die uitvinding door Nederlanders is gedaan.

Francisco is onlangs nog in België geweest en hij begrijpt niet hoe mensen mosselen met patat kunnen eten. De Belgische chocolade weet hij wel weer enorm te waarderen. José snapt niet hoe mensen warme wijn kunnen drinken. Als hij uitlegt wat glühwein is worden er meer wenkbrauwen gefronst. Ester is echter wel een fan, in de winter maakt ze zelf thuis ook wel eens een glaasje. De Nederlandse bitterballen vallen wel in de smaak en andere Nederlandse hapjes die ze tijdens Marbella 4Days Walking hebben geproefd zijn ook goedgekeurd.

Terwijl we het gesprek afronden vragen we of iemand nog wat te drinken wil. En wat schetst onze verbazing? Nu wil iedereen wel wijn. Waren ze dan toch bang dat ze een verkeerde indruk zouden wekken? Omdat wij de directe Nederlanders zijn vragen we het natuurlijk even. Inderdaad, er was sprake van wat zenuwen vooraf want wie weet zouden we lastige vragen gaan stellen. Maar, zo vertellen ze ons, we zijn inmiddels allemaal vrienden geworden en dan is het tijd om te ontspannen. Iets wat de Nederlanders en Belgen overigens volgens hen ook nog van de Spanjaarden kunnen leren. Daar heffen we het glas op!