Spanje is het land van de paarden. De paardenkracht van de tractor en de auto hebben het dier vervangen, maar het is niet heel raar om in de dorpen op het platteland iemand te paard naar de kroeg te zien gaan. In de grote steden flaneren dames en heren tijdens de ferias nog steeds op het paard door de straten. Spaanse paarden en rijkunsten zijn overal ter wereld hoog aangeschreven. Binnen het Spaanse ras bestaat een unieke bloedlijn: de Cartujano. Een lijn die haar naam te danken heeft aan de Karthuizer monniken.
Tekst: Maria Kupers. Foto’s: Maid of R Picture, Maria Kupers
Het Cartujano-paard heeft eeuwenlang in het wild in de bergen van Andalusië geleefd en dat is ook meteen de reden voor het grootste fysieke verschil tussen dit ras en de paarden in België en Nederland: de hoef. Paarden in het noorden van Europa hebben een brede hoef, handig want dan hebben ze meer draagvlak op zanderige en natte ondergrond. De Cartujano heeft een flexibeler enkel en een kleinere hoef: ze kunnen prima een rotsachtige berg opklimmen.
De Cartujano-paarden staan bekend om hun zachtaardigheid, intelligentie, elegantie, evenwichtigheid en wendbaarheid. Ze waren dan ook bijzonder geliefd bij grootgrondbezitters (kerk en adel) die ze voor allerlei doeleinden gebruikten. Er werd gefokt met de paarden van diverse Spaanse rassen: de Lusitano, de Alter Real en de zelfs Lipizzaner hebben een deel Cartujano-bloed in zich.
Eigen paard eerst
Het klooster van de Karthuizer monniken in Jerez de la Frontera (Cádiz) besloot in de vijftiende eeuw dat de Cartujano bloedlijn beschermd moest worden en zette een speciaal fokprogramma op. Alle gegevens werden zorgvuldig geregistreerd, deze registers zijn nog steeds beschikbaar en daardoor weet men dat alle Cartujanos uiteindelijk van één hengst afstammen: Esclavo.
Klok horen luiden
Spaanse koningen hebben altijd een grote voorkeur gehad voor deze bloedlijn, Karel V gebruikte de paarden in zijn strijdtochten door Europa. Felipe IV was zo’n groot fan dat hij zijn eigen paarden naar Jerez stuurde om ze daar te laten bezwangeren.
De monniken waren echter niet van plan om de zuiverheid van de bloedlijn aan te laten tasten, koning of niet. Ze bedachten een list: de echte Cartujanos hadden een brandmerk dat op een klok of bel lijkt, de veulens die geboren werden uit de mix van de koninklijke merries en een Cartujano-hengst kregen hetzelfde teken maar dan met een klepeltje. De koningen hebben het nooit in de gaten gehad.
Pure bloedlijn
Het klooster van de Karthuizer monniken in Jerez de la Frontera is niet meer in gebruik. De stoeterij Yeguada de la Cartuja heeft de taak van de monniken overgenomen en tijdens een bezoek kun je daar alles leren over deze bloedlijn en de geschiedenis.
De Asociación Nacional de Criadores de Caballos de Pura Raza Española is de overkoepelende vereniging van fokkers van paarden van het Spaanse ras. Daarbinnen is er de vereniging voor Cartujano-fokkers die de belangen van deze bloedlijn behartigen. Francisco de Rooij is met zijn fokkerij Residelca een van de oprichters. Zijn blonde haar en blauwe ogen verraden zijn afkomst maar de passie die hij heeft voor deze bloedlijn is absoluut Spaans.
Spaanse traditie van Nederlandse Belg
Terwijl er vier merries dicht tegen me aan staan en zachtjes duwend om aandacht vragen vertelt de negentwintig-jarige Francisco zijn verhaal. “Het feit dat ik hier nu woon en Cartujano-paarden fok is het resultaat van een uit de hand gelopen hobby van mijn vader.”
“Hij had een bedrijf in Limburg en hij had voor de lol twee paarden om voor een koets te kunnen spannen. Daardoor kwam hij in aanraking met de paardenwereld en ook de Cartujanos. En toen was het hek van de dam.”
Lief paard
De stoeterij van de familie De Rooij had in België uiteindelijk bijna honderd paarden. Omdat paarden van de Cartujano-bloedlijn al snel tot de favorieten behoorden reisde de familie vaak af naar het zuiden van Spanje en begon ook daar met een fokkerij. Francisco heeft foto’s van hem als driejarige op een paard. “Ik ben ermee opgegroeid en ze hebben mijn hart veroverd. Ze zijn gevoeliger dan andere paarden en veel zachtaardiger.”
Francisco ging in Spanje studeren maar de liefde voor de paarden won het van de universiteit. Hij ging in de leer bij meesters in de klassieke rijkunsten en dat is te zien als hij even een korte demonstratie geeft. Soepeltjes manoeuvreert hij Presumido tussen obstakels door, doet een zijwaartse galop en draaft met een lange stok over het veld alsof hij daadwerkelijk een kudde stieren onder controle moet houden. En dat alles met één arm in de klassieke Spaanse rijhouding.
Niet snel cashen
“Deze paarden zijn enorm veelzijdig, ze werden overal ingezet behalve voor het zware trekwerk op het land. Het is een paard dat sierlijk loopt: een stel Cartujano’s voor je koets hebben lopen was tot in de jaren zestig een teken van verfijnde rijkdom. Het is echter geen paard waarmee je snel geld verdient. Springpaarden moeten in hun vierde of vijfde levensjaar bij wedstrijden al geld opleveren, dat werkt bij dit paard niet zo. Ik laat ze sowieso drie of vier jaar los in het veld lopen voordat ik het niveau van de training opvoer zodat ze aan wedstrijden mee kunnen doen. Daar worden ze sterker van, een simpele beenbreuk betekent voor hen dan ook niet het einde van de carrière. De Cartujano-paarden kunnen ook langer meedoen aan shows en wedstrijden. Mijn hengst Bonito is op zijn achtentwintigste met pensioen gegaan en dat irriteert hem nog dagelijks” lacht Francisco.
Op de stoeterij Yeguada Residalca in Alhaurín El Grande (Málaga) staan zeven merries, twee veulens en drie hengsten. Francisco gebruikt ze zelf om aan wedstrijden mee te doen, ze te trainen voor dressuur, les te geven in de klassieke rijkunst, shows en natuurlijk om mee te fokken en ze te verkopen. Daarnaast geeft hij overal in Europa lezingen en masterclasses over de Spaanse rijkunsten en dit speciale paard dat een symbool is van erfgoed, kwaliteit en vakmanschap in de Europese paardenwereld.
Instagram & facebook: Residelca Horses










