Hoe is het om tijdens een dictatuur op te groeien, te studeren en aan je eerste baan te beginnen? Je krijgt in Spanje niet vaak de kans om daadwerkelijk antwoorden op die vragen te krijgen. Oud-journalist José Antonio Martínez Soler schreef een boek over het leven in die tijd, persoonlijke verhalen gecombineerd met stukken geschiedenis die ook meteen een verhelderend beeld geven van de oorsprong van de huidige cultuur.
We treffen elkaar op een terras in het centrum van Madrid en hij reageert verbaasd dat ik zijn boek ‘Franco para jóvenes’ echt heb gelezen. “Dat meen je niet, dan heb ik je niets meer te vertellen!” lacht hij. “Maar wat vond je ervan?” Ik antwoord hem dat het me vooral opviel dat zoveel dingen die tijdens de dictatuur zijn ontstaan, vandaag de dag nog steeds bestaan. “Dat is ook precies waarom mensen moeten weten wat er is gebeurd, niet alleen de gruwelijke terreur en angst die er heerste, maar ook dat we vijftig jaar later nog steeds met de gevolgen leven. De manier waarop er naar vrouwen wordt gekeken, de corruptie, het milieubeleid, de angst om een uitgesproken mening te hebben…alles valt terug te voeren naar die tijd.”
Viva España…
Martínez Soler werd in 1947 geboren in Mojácar, in de provincie Almería. Zijn vader vocht tijdens de burgeroorlog aan republikeinse kant en weet in 1938 bij toeval aan het vuurpeloton te ontsnappen. Hij vertelt dat het motto van zijn moeder altijd heel duidelijk was: ‘horen, zien en zwijgen’.
“De oorlog was dan wel voorbij maar iedereen die een andere mening had werd afgevoerd naar concentratiekampen, de gevangenis of simpelweg meteen doodgeschoten. Franco had het vooral voorzien op docenten. Hij heeft ruim 500.000 leerkrachten ontslagen en duizenden van hen laten ombrengen. Het onderwijs kwam in handen van de kerk, jongens en meisjes gingen weer naar aparte scholen en we begonnen de dag met het hijsen van de vlag en brengen van de fascistische groet. We maakten stiekem varianten op de teksten, maar de monniken moesten ons niet horen, dan kreeg je een behoorlijk pak slaag.”
In het dorp waar hij opgroeide wist iedereen van elkaar wat ze tijdens de burgeroorlog hadden gedaan. Vooral de mensen die aan de kant van de republikeinen vochten hielden zich gedeisd, bang voor represailles van de nieuwe machthebbers.
“Uiteindelijk was iedereen bang voor Franco, ook de mensen die zijn gedachtengoed steunden. Als kind begreep ik veel dingen niet echt, ik wist alleen dat je op elk moment ergens voor gestraft kon worden. Waarvoor en waarom deed er niet zo heel veel toe. Je leerde je gedeisd te houden” aldus José Antonio.
Zonde wordt strafbaar feit
De kerk heeft inmiddels niet alleen het onderwijs overgenomen. Franco geeft hen vrij baan om conservatief katholieke tradities weer in te voeren. Scheiden wordt weer verboden, alleen het huwelijk voor de kerk is geldig en pastoors hebben het volste recht mensen aan te geven omdat ze zonden hebben begaan.
Sterker nog, Franco vond dat die zonden overtredingen waren waarvoor mensen bestraft moesten worden. Hij stelde speciale wetten op om mensen die een gevaar voor de samenleving waren te straffen. Het Vaticaan hielp hem de gevaren te definiëren: zwervers, hoeren, verraders, mensen die hand in hand over straat liepen, vakbondslieden, homoseksuelen…
“Ik kan me herinneren dat ik in 1968 een directeur van psychiatrische inrichting interviewde over mentale aandoeningen. Volgens hem was homoseksualiteit niet alleen een geestelijke ziekte maar ook een gevaar voor het ras. Daar voegde hij nog aan toe dat het kleptomanen, psychopaten en marxisten zijn” vertelt José Antonio.
De macho ibérico
Franco en de kerk waren het erover eens: de èchte man is sterk en superieur aan de vrouw. Vrouwen mochten in die tijd dan ook vrijwel niets. Hun plek was thuis en ze moesten aan hun man gehoorzamen. Een man die zijn vrouw mishandelde werd niet bestraft, sterker nog, als zij overspel pleegde had de man het volste recht haar te vermoorden. Een bankrekening openen of een baan buitenshuis aannemen kon alleen als de echtgenoot toestemming gaf.
“Ik ben getrouwd met een Amerikaanse en zij ging eind jaren zestig met een vriendin op reis naar Marokko. Dat was tenminste het plan, ze werd bij de grens tegengehouden door de Guardia Civil en omdat ze geen schriftelijke toestemming van mij had mocht ze niet verder reizen” vertelt Martínez Soler.
Ruim baan voor de bikini
De jaren na de burgeroorlog zijn vreselijk. Er heerst enorme armoede en duizenden mensen komen om van de honger. Spanje wordt uitgesloten van het Marshall Plan waarmee andere Europese landen hun economie weer op gang brengen. De diepe economische crisis, de stakingen (hoewel hard neergeslagen) in de jaren vijftig en zestig plus het gebrek aan buitenlandse deviezen om olie te kopen, doen Franco besluiten de grenzen open te gooien voor handel met het buitenland.
“Dat is waarschijnlijk de beste beslissing ooit geweest, ondanks dat het tegen zijn nationalistische ideeën indruiste. Het was de toenadering tot Europa, er kwamen goederen en mensen het land binnen. Die eerste officiële toeristen hebben voor een enorme verandering in het land gezorgd, niet alleen vanwege het geld dat ze meebrachten. Ineens zag de Spaanse bevolking dat er ook andere manieren van leven waren, mensen die vrij konden gaan en staan waar ze wilden en niet op hun woorden hoefden te passen. Dat sprak vooral de studenten aan, er was weer hoop voor de toekomst.”
Leve de consumptiemaatschappij
Het kapitalisme werd in Spanje met open armen ontvangen. De akkers werden niet meer met een ezel en ploeg bewerkt want boeren konden een tractor kopen. Huisvrouwen verruilden het koken op vuur voor een petroleumstel, in de steden kookte men nu zelfs op gas. De wasmachine en koelkast deden hun intrede en de voor de eerste Spaanse auto, een Seat 600, bestond een wachtlijst van twee jaar. Alles werd op krediet gekocht, de lonen waren dan wel wat gestegen maar rijk was men nog niet.
Er werd flink geïnvesteerd in openbare infrastructuur en de huizenbouw. De kusten werden volgebouwd om de toeristen en de benodigde werknemers onder te kunnen brengen en steeds meer mensen trokken naar de steden. Projectontwikkelaars wisten heel goed dat je in een goed blaadje bij Franco moest komen om vergunningen en projecten toegewezen te krijgen. Vaak waren het al vrienden van het regime die al jarenlang hielenlikten. Ook kleinere ondernemers waren zich ervan bewust dat ook voor hen de zon niet voor niets opging. Auto’s, vakanties, onroerend goed en enveloppen vol geld werden gebruikt om gunsten te kopen.
Jongeren worden ‘dictatuurmoe’
En hoewel Franco nog met ijzeren hand regeerde, begonnen er steeds meer scheurtjes in het systeem te ontstaan. Steeds meer priesters keerden zich af van de harde leer van de kerk, ministers van de ‘regering’ werden hier en daar wat soepeler en studenten in de grote steden gingen de straat op. De politie greep nog steeds regelmatig in, duizenden mensen werden gevangengezet om ‘heropgevoed’ te worden of zonder proces doodgeschoten. Maar de jongere agenten hadden ook niet meer de fascistische overtuigingen van hun oudere collega’s. Ook zij verlangden naar meer vrijheid en keken wat vaker de andere kant uit.
Niets in het nieuws
“Een dictatuur kan in stand gehouden worden door de persvrijheid in te perken. Franco had vanaf het begin een streng censuurbeleid. Al in 1938 liet hij een wet opstellen waarin letterlijk stond dat de pers in dienst staat van de regering om de bevolking te indoctrineren.
“In 1966 werd de wet iets versoepeld maar alsnog had de overheid het recht een krant of tijdschrift te sluiten of alle gedrukte exemplaren in beslag te nemen en een rechtszaak aan te spannen” aldus de oud-journalist. “Ik ben eindredacteur geweest van verschillende tijdschriften en als ik twijfelde stuurde ik de teksten eerst naar de censuurafdeling van het ministerie. Je kon als journalist eigenlijk nooit de waarheid publiceren, je deed aan autocensuur of werd gecensureerd. Maar dan nog bleef het een risico, de politie kon op elk moment binnenvallen en je had geen idee waarom totdat je de dagvaarding van de rechtbank binnenkreeg.”
Martínez Soler werkte niet alleen voor de geschreven pers maar ook bij Radio Televisión España en heeft ook daar nog een verhaal over: “in 1967 kregen mijn collega’s van het journaal het bericht ‘uit de hoogste regionen’ dat er absoluut niets gemeld mocht worden over de waardedaling van 14 procent van de peseta ten opzichte van de dollar. De presentatoren slaan het onderwerp dus keurig over. Maar de weerman had het bericht niet gekregen en meldt dat de temperaturen in heel Spanje behoorlijk gedaald zijn, maar niet zoveel als de waarde van de peseta. De angst op de redactie was voelbaar.”
Tijd om te herinneren
José Antonio en zijn zoon Erik schreven het boek ‘Franco para jóvenes’, een afwisseling van zijn eigen ervaringen, feiten en beschouwingen. Het is niet het eerste boek dat over de dictatuur is geschreven, waarom heeft hij de pen ter hand genomen?
“Ik voel me schuldig. Schuldig aan het feit dat ook ik heb meegewerkt dit deel van ons verleden te laten vergeten. Ook ik wilde na de dood van Franco verder, deel uitmaken van een nieuw democratisch Spanje. Het pact om te vergeten was toen geen slecht idee, we moesten met z’n allen verder. Maar nu zie ik jongeren die enthousiast fascistische en nationalistische ideeën omarmen, die denken dat het leven tijdens de dictatuur beter was. We hebben gefaald, onze generatie heeft niet in de gaten gehad wat dat zwijgen voor resultaat zou hebben. Onze grootouders, ouders en wijzelf zijn decennialang gehersenspoeld, onze diepgewortelde angst mag niet nog meer generaties beïnvloeden” sluit José Antonio af.









