Het begin van de democratie

Día de la constitución

Zes december lijkt misschien voor veel buitenlanders die hier wonen de zoveelste vrije dag maar voor Spanjaarden heeft de ‘Día de la Constitución’ een speciale betekenis. Het is de dag waarop ze herdenken dat ze mochten stemmen over de nieuwe grondwet. Een wet die het begin betekende van de democratie. In een land waar de adel en de kerk het volk altijd onder de duim hebben gehouden en daarna dictator Francisco Franco met ijzeren hand regeerde is dat tot vandaag de dag reden om stil te staan bij de vrijheid die de bevolking nu heeft.

Tekst & foto: Maria Kupers

Op 20 november 1975 overleed dictator Francisco Franco. Reden voor sommige mensen om de champagne open te trekken, voor anderen om een traantje weg te pinken. Vrijwel niemand durfde echter openlijk voor zijn emoties uit te komen, dat was al decennialang afgestraft met boetes, gevangenisstraf of de dood. Aangezien de dictator niet door middel van een revolutie was verdwenen maar gewoon rustig in zijn bed was overleden wist niemand wat er nu precies zou gebeuren. Men verwachtte dat de situatie min of meer hetzelfde zou blijven, simpelweg met iemand anders aan het hoofd. Dat was ook zo gepland. Franco had prins Juan Carlos aangewezen als zijn opvolger en staatshoofd en Carlos Arias Navarro als zijn ‘politieke’ opvolger.

De troonopvolger
Spanje had al 44 jaar geen koning gehad. Ten tijde van de republiek (voor de burgeroorlog van 1936) was koning Alfonso XIII het land uitgejaagd en drie van zijn voorgangers waren ook al van de troon verstoten. Zowel links als rechts waren nooit echt voorstander van een monarchie. De vader van de prins zou de meest logische nieuwe koning zijn geweest maar Franco en Carlos konden het niet goed met elkaar vinden. Twee dagen na het overlijden van Franco werd prins Juan Carlos gehuldigd als koning en hij zwoer trouw aan de principes van de Movimiento Nacional, de enige toegestane politieke partij ten tijde van Franco.

Maar de nieuwe koning bleek een wolf in schaapskleren te zijn. Ondanks het feit dat Franco zich ontfermd had over de opleiding van de prins, had deze in de jaren zeventig al contacten met diverse politici in ballingschap. Juan Carlos wilde democratie en daar was niet iedereen blij mee. Sommige mensen voelden zich verraden en waren bang voor de democratie. Volgens hen zou dit de deuren openzetten voor allerlei schandelijke zaken zoals communisme, porno en echtscheiding.

Geschiedenis maar beter vergeten
Tijdens de burgeroorlog maar ook tijdens de dictatuur zijn in Spanje honderdduizenden doden gevallen en waren mensen gevangengenomen omdat ze een andere mening hadden, homoseksueel waren of simpelweg omdat degene die aan de macht was een persoonlijke rekening met hen te vereffenen had. Een verleden waarvan iedereen het over eens was dat het niet in de weg moest zitten bij het moderniseren van het land. In 1977 werd daarom een generaal pardon afgekondigd. Daardoor kwamen alle politieke gevangenen vrij maar werd ook vastgelegd dat er nooit iemand vervolgd zou worden voor misdaden die tijdens de dictatuur zijn begaan. Daardoor konden de mensen die in de tijd van Franco aan de macht waren geweest gewoon blijven zitten en meedoen aan verkiezingen.

Juan Carlos ging voortvarend te werk, hij wist het voor elkaar te krijgen dat Alfredo Suarez González in juli 1976 voorzitter werd van het parlement en schoof daarmee de door Franco aangewezen Carlos Arias Navarro aan de kant. In 1977 werden de eerste algemene verkiezingen gehouden en de partij van Suarez behaalde de meerderheid, gevolgd door de PSOE. De inmiddels weer legale communistische partij en de rechtse partij Federación de partidos Alianza Popular onder leiding van Manuel Fraga, minister uit de tijd van Franco, wisten elk rond de twintig zetels binnen te halen.

Het opstellen van de grondwet
Direct na de verkiezingen in 1977 werd een comité samengesteld dat de nieuwe grondwet voor Spanje moest opstellen. Vertegenwoordigers uit diverse partijen gingen om tafel zitten, haalden de meest moderne onderdelen uit grondwetten van andere Europese landen en debatteerden maandenlang tot ze tot een voorstel kwamen dat naar het parlement kon. Het is voor het eerst in de geschiedenis van Spanje dat er een grondwet is waar alle politieke partijen mee kunnen instemmen en die ook aan het volk voorgelegd wordt.

Op zes december 1978 geeft 87,7% van de Spanjaarden aan dat ze de nieuwe grondwet goedkeuren. De koning ratificeert de wet op 27 december 1978. Zoals met alle wetten moet ook de grondwet in de Boletín Oficial del Estado (staatscourant) worden gepubliceerd maar 28 december is in Spanje de ‘Día de Inocentes’, vergelijkbaar met 1 april in Nederland en België. Om te voorkomen dat het volk zou denken dat het om een grap gaat besluit men de publicatie uit te stellen tot 29 december.

De staatsgreep
Het ‘pacto de olvido’ (pact om te vergeten) betekende ook dat het leger vrijuit ging. En dat leek iedereen wel zo veilig, uit het verleden was immers gebleken dat een militaire staatsgreep in Spanje nooit helemaal ondenkbaar is. Op de ochtend van 23 februari 1981 drong een groep van 280 agenten van de Guardia Civil onder leiding van generaal Antonio Tejero het parlement binnen.

De verhalen over de samenzwering verschillen maar bij de militairen heerste blijkbaar het idee dat ze gesteund werden door de koning. Die trok echter ’s avonds zijn uniform van legerleider aan en hield een televisietoespraak waarin hij de coup veroordeelde. Hij riep de coupplegers op zich over te geven en zich aan de grondwet te houden, diezelfde grondwet waar het hele Spaanse volk een paar jaar geleden omarmd had. De duidelijke uitspraken van de koning, het optreden van de militaire politie en de gevangenisstraffen die de coupplegers kregen zorgden voor rust bij de bevolking. Ze konden nu echt geloven dat Spanje altijd een democratie zou blijven.

Zes december is uitgeroepen tot een landelijke feestdag en vrijwel overal worden herdenkingen georganiseerd. In de week daarvoor nodigen veel gemeenten schoolkinderen uit voor een eenmalige kindergemeenteraadsvergadering of een vragenuurtje bij burgemeester en wethouders.