Relaxed toerisme in Murcia

Als je van de Costa Blanca naar de Costa del Sol rijdt, heb je de afslag naar Murcia ongetwijfeld gezien. En die waarschijnlijk zonder aarzelen voorbijgereden. Dat is een gemiste kans want Murcia is een prima bestemming om op je gemak door de straten te slenteren, monumenten te bekijken, een avondwandeling langs de mooi verlichte bruggen over de Segura te maken en te genieten van heerlijke gerechten met verse groenten van de omliggende akkers.

Teksten: Petronella van Mullekom
Foto’s: Petronella van Mullekom, Ayuntamiento de Murcia

Murcia is de hoofdstad van een van de kleinere autonome regio’s van Spanje: de Región de Murcia (11.000 km2 en 1,5 miljoen inwoners). De stad zelf telt op dit moment 475.000 inwoners en is daarmee de zevende grootste stad van Spanje. Toch nog steeds een grote onbekende, ook bij de Spanjaarden zelf. De laatste tijd komt de stad wel vaker in het nieuws, hoewel uit onverwachte hoek: tennisser Carlos Alcaraz, momenteel nummer 1 op de wereldranglijst, komt uit Murcia!

Ondanks het flinke aantal inwoners blijft Murcia een aangename en rustige stad, waar nauwelijks toeristen komen, en waar alle belangrijke monumenten op korte afstand van elkaar liggen. Voor mij was het, 32 jaar geleden, de eerste Spaanse stad waar ik ging wonen en werken. Hoewel ik daarna op veel andere plaatsen in Spanje heb gewoond en gewerkt, heb ik nog altijd een speciale band met Murcia en kom er graag terug. Niet alleen om te eten bij mijn favoriete bar, Los Toneles, waar het voelt als thuiskomen en het dagmenu nog steeds ongelofelijk “bueno, bonito y barato” is.

Moorse invloeden
De stad werd in 825 gesticht door de toenmalige emir van Córdoba, op een vruchtbare vlakte aan de rivier Segura. De Moorse invloeden zijn vandaag de dag nog steeds te zien. Niet alleen de resten van de Moorse stadsmuren op diverse plaatsen in de stad, maar ook gloednieuwe archeologische vondsten, zoals het in 2024 geopende “Madina Mursiya”.

Niet zichtbaar, maar zeker zo belangrijk is het meer dan duizend jaar oude Moorse irrigatiesysteem dat nog steeds gebruikt wordt om de tuinbouwgebieden rondom de stad te bevloeien. De twee hoofdkanalen dragen nog steeds hun Arabische namen: Aljufia en Alquibla. De verdeling en rechtspraak betreffende het water is nog altijd in handen van de ‘Consejo de los Buenos Hombres’, een tribunaal bestaande uit oudere en respectabele tuinbouwers. Geschillen worden nog altijd mondeling, snel, efficiënt, en zonder kosten opgelost. Dit watertribunaal staat sinds 2009 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Afgelopen jaar vierde de stad haar 1200-jarig bestaan, met o.a. een spectaculaire serie video-mappings op de gevel van het Edificio Moneo, gewijd aan diverse periodes in de geschiedenis van de stad.

Goede eerste indruk
Meestal kom je de stad binnen via het Glorieta-park bij het voormalige gemeentehuis dat in de 19e eeuw aan de oevers van de Segura werd gebouwd. Zodra je daar vervolgens de hoek omgaat, sta je meteen op het mooiste plein van de stad, de Plaza del Cardenal Belluga, en word je overweldigd door de indrukwekkende barokke façade van de kathedraal, een van de beste voorbeelden van barokke bouwkunst in Europa. Enkele jaren geleden werd de gevel volledig gerestaureerd zodat hij weer in volle glorie staat te pronken.

De rest van de kathedraal is een mengeling van verschillende bouwstijlen uit diverse eeuwen, waaronder barok, gotiek en renaissance. Dat geldt ook voor de drie ingangen. Eenmaal binnen, zie je dat de meeste bezoekers en kerkgangers meteen richting de Capilla de los Vélez gaan: een uitbundig versierde kapel met ingenieus stervorming gewelf in laatgotische stijl. Hier worden op weekdagen diensten gehouden maar de kapel is ook Nationaal Monument. Aan de buitenkant van de kathedraal is dit deel ook duidelijk te herkennen door de enorme uitstulping aan de achtergevel en de enorme stenen kettingen die op de muren gebeeldhouwd zijn.

Aan de linkerkant van de kathedraal staat de tweede hoogste klokkentoren van Spanje (95 meter). Deze is al van verre te zien en is het symbool van de stad. De eerste twee delen van de toren werden in de 15e en 16e eeuw gebouwd in de stijl van de Florentijnse Renaissance. Na een bouwstop van bijna 250 jaar, werd de rest van de toren afgemaakt in barokstijl. Zowel de kathedraal als de toren zijn te bezoeken met rondleidingen of audioguides.

De rest van de Plaza Cardenal Belluga mag er ook wezen, sowieso het rijk versierde barokke paleis uit de 18e eeuw van voormalig kardinaal Belluga. Aan de overkant liggen tal van gezellige terrassen, en aan de vierde zijde van het plein, pal tegenover de kathedraal, staat het nieuwe gemeentehuis, ook wel bekend onder de naam Edificio Moneo.

Het betreft een indrukwekkende creatie van de prestigieuze Spaanse architect Rafael Moneo. Een groter verschil in stijl bestaat er nauwelijks, maar qua hoogte en afmetingen lijkt het gebouw toch in een soort dialoog te staan met de kathedraal aan de overkant. Vanaf de balkons bovenin het gemeentehuis (toegankelijk tijdens de Murcia Open House dagen) heb je het beste uitzicht op het plein en op de kathedraal.

Flaneren door het centrum
Als je de Plaza Cardenal Belluga verlaat, loop je eigenlijk vanzelf richting de Traperia straat, genoemd naar de stofhandelaren die hier in de middeleeuwen hun handel dreven. Halverwege de Trapería stuit je aan de rechterkant op het prachtige Casino-gebouw.

Casino’s waren in het Spanje van eind 19e en begin 20e eeuw geen gokhallen, maar herenclubs voor de gegoede burgerij. Hier konden leden de krant lezen, zakelijke gesprekken voeren, en er was zelfs een heuse balzaal, voor de feesten van de high society. Zodra je hier binnenstapt, valt de uitbundig versierde hal in neo-moorse stijl op, duidelijk geïnspireerd op het Alhambra.

Bekijk vooral ook de elegante bibliotheek, balzaal en het damestoilet(!). De bovenste verdieping is alleen toegankelijk voor leden, hoewel tegenwoordig ook vrouwen lid mogen worden!

Aan het eind van de Trapería straat komt de Plaza Santo Domingo in zicht, met de gelijknamige kerk. Een groot gezellig plein met veel terrassen. Hoewel het plein er uitnodigend uitziet, raad ik je aan hier linksaf te slaan en onder de Arco de Santo Domingo door te lopen. Je komt dan uit op het plein van Teatro Romeo.

Dit in neoklassieke stijl gebouwde juweeltje is genoemd naar de 19e eeuwse Murciaanse acteur Julián Romeo. Zowel wat het programma als wat het interieur betreft, is dit gebouw een echte aanrader. Kaarten voor klassieke concerten, flamenco uitvoeringen, theaterstukken, of ballet kosten een fractie van wat ze in andere steden kosten en zijn van hoog niveau.

Verrassende ontdekkingen bij Santa Clara en San Juan de Dios
Aan de achterkant van het theater, valt je oog op de hoge muren van de Santa Clara kerk en klooster. Eeuwenlang lag achter deze muren een Clarissenklooster, een zogenoemde gesloten orde.

Pas in de jaren negentig, toen de nonnen naar een andere locatie verhuisden, deed men hier een van de meest verrassende ontdekkingen aller tijden: het klooster bleek onderdeel uit te maken van het 12e en 13e eeuwse Al Qasr al Sagir. Dat betekent letterlijk het kleine paleis, de Islamitische heersers gebruikten het in die tijd als hun zomerpaleis.

De restauratiewerkzaamheden zijn intussen afgerond en zowel de paleis- als de kloosterafdeling op de eerste etage zijn te bezoeken en geven boeiende historische inzichten.

Ongeveer uit dezelfde periode stammen de ontdekking die onder de San Juan de Dios-kerk (vlak achter de kathedraal) werden gedaan: hier werden delen van een Moors paleis met privé moskee en –begraafplaats blootgelegd. In eerste instantie denk je dat het intieme barokke interieur van deze kerk al de moeite waard is, maar bij een (gratis) rondleiding ontdek je pas wat er allemaal voor historie schuil gaat achter en onder het gebouw.

de ball room in het Casino

Bruggen en rivieroevers
Behalve historische bruggen zoals de Puente Viejo, of Puente de los Peligros, liggen er over de Segura ook nog een aantal moderne bruggen. De Spaanse architect Santiago Calatrava heeft de Puente Jorge Manrique en Puente Hospital ontworpen.

Ik maak graag een avondwandeling langs deze oevers als de bruggen mooi verlicht zijn. Vooral in maart, als de sinaasappelbomen langs de kant heerlijk naar oranjebloesem (azahar) ruiken. Een stukje verder, vlak bij de Mercado de las Verónicas, ligt overigens een mooi aangelegde wandelpromenade langs de rechteroever van de Segura. Deze Paseo del Malecón is 1,5 km lang en loopt in het begin langs tuinen maar uiteindelijk ver door tot in het tuinbouwgebied.

Uitstapje buiten de stad
Enkele kilometers ten zuiden van de stad ligt La Fuensanta, het heiligdom dat gewijd aan is aan de gelijknamige patroonheilige van Murcia. Een prachtige kerk gelegen op een heuvel, te midden van bossen en wandelgebieden. De perfecte plek om van het uitzicht over de stad te genieten.

Niet vergeten in de bijbehorende openluchtbar een typisch Murciaans drankje en hapje te bestellen: een asiático (koffie met gecondenseerde melk, cognac en likeur 43, geserveerd in een speciaal glas) en paparajotes (citroenblaadjes omhuld door deeg dat gefrituurd wordt en daarna met suiker bestrooid. Het citroenblaadje zelf eet je overigens niet op.

Moestuin van Europa: eten en wijn
De streek rondom Murcia wordt ook wel de moestuin van Europa genoemd, vanwege de vruchtbare grond en de uitgestrekte land- en tuinbouwgronden. Maar liefst 20% van de Spaanse groente- en fruitexport komt hier vandaan.

Naast citroenen (de topper van de citrusvruchten in de streek), worden voornamelijk perziken, abrikozen en nectarines gekweekt. Bij de groenten zijn sla, tomaten, paprika, snijbieten en broccoli de belangrijkste producten. Deze vind je elke morgen (behalve op zondag), in de grote versmarkt Mercado de las Veronicas en spelen ook een belangrijke rol in de traditionele gerechten van Murcia zoals als de Ensalada Murciana en de Arroz con verduras. Onder foodies geldt Murcia al jaren als een culinaire hotspot. In 2020 was de stad zelfs gekozen tot culinaire hoofdstad van Spanje. Helaas moesten door de lock-down en corona-maatregelen alle culinaire festivals en proeverijen worden afgelast.

De favoriete bezigheid van de Murcianen is overigens tapas eten en cañas drinken op de terrassen van de Plaza de las Flores en Plaza Santa Catalina. Als je voor een local door wilt gaan, bestel je hier de populaire Murciaanse tapa: marinera (een knapperige broodstick met daarop Ensaladilla Rusa en een ansjovis).

Behalve groente, fruit, vlees en vis, heeft de regio Murcia ook uitstekende wijnen. Maar liefst drie wijngebieden hebben een herkomstbenaming: D.O. Bullas, D.O. Yecla en D.O.P. Jumilla (een van de wijnen van deze laatste regio kreeg 100 punten op de Parkerlist).

Beste periodes om de stad te bezoeken
Semana Santa als er indrukwekkende processies plaatsvinden met de mooiste barokke processiestukken van heel Spanje: gemaakt door de 18e eeuwse Italiaans/Murciaanse beeldhouwer Salzillo.

Bando de la Huerta. Dit levendige voorjaarsfeest waarbij de bevolking regionale klederdracht draagt, begint de dinsdag na Pasen. Het feest eindigt op zaterdag met de symbolische “Entierro de la Sardina”.

Open House weekend in maart, wanneer veel gebouwen, monumenten en privéwoningen gratis open worden gesteld voor belangstellenden.

Flamenco-festival (oktober-november) of het Festival Tres Culturas (mei), wanneer op veel plaatsen in de stad gratis concerten plaatsvinden.

Handig
Het VVV kantoor op de hoek van de Plaza Cardenal Belluga heeft goede plattegronden en geeft info over alle activiteiten en concerten in de stad.

Vervoer
Het treinstation van Murcia ligt in de wijk El Carmen, 1,5 km buiten het centrum, maar heeft een directe aansluiting op de hogesnelheidstrein (AVE en Avlo) vanuit Madrid. Daarnaast zijn er dagelijkse treinen naar Alicante, Valencia en Barcelona. Het busstation ligt in de wijk San Andrés en heeft goede verbindingen met heel Spanje met lange afstandsbussen (Alsa).

Eten en drinken
Bar Los Toneles: authentieke tapas en een scherp geprijsd dagmenu van traditionele Murciaanse gerechten.

Restaurante Hispano: gelegen in een klein straatje achter de Trapería. Je kunt er niet eens naar binnen kijken maar dit is dé hotspot voor fijnproevers in Murcia, alles bereid met lokale producten.

Gastromercado Correos: gevestigd in het voormalige postkantoor, 14 verschillende restaurantjes in één ruimte, 7 dagen per week geopend, de hele dag door.

Overnachten
Hotel Cetina: praktisch 3 sterren hotel midden in het centrum, tegenover Restaurante Hispano.
Hotel Rincón de Pepe: centraal gelegen 4 sterren hotel met uitstekend restaurant. In de hotelbar zit je midden tussen de Arabische stadsmuren.

Rondleidingen in Murcia en meerdaagse programma’s in de Región de Murcia: petronellavanm@yahoo.es

Foto van Petronella van Mullekom
Petronella van Mullekom

Freelance vertaler Spaans, docent Spaans en toeristische gids

Delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn

¿qué pasa?

culturele agenda van de provincie Málaga

Meer lezen

Een greep uit onze artikelen

ESpecial Life Magazine

over het goede leven in Spanje

Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen over Spanje!
(max. 1 mail per maand)