We lijken collectief in de overtuiging te leven dat productiviteit betekent: meer taken, meer snelheid, meer output. Alsof een volle agenda automatisch staat voor succes. Technologie, en AI in het bijzonder, wordt daarbij vaak gezien als het middel om nóg meer in dezelfde dag te proppen. Maar wat als dat niet de bedoeling is?
In mijn ervaring doet goede technologie juist het tegenovergestelde. Het haalt ruis weg. Het vermindert herhaling. Het zorgt ervoor dat je niet voortdurend hoeft te schakelen tussen taken die eigenlijk geen menselijke aandacht vereisen. Wanneer automatisering en AI goed worden ingezet, ontstaat er geen extra druk, maar juist ruimte.
Die ruimte is cruciaal. Ruimte om beter na te denken, om scherpere beslissingen te nemen, om echt aanwezig te zijn in gesprekken. Ik zie het bij klanten die hun processen slimmer inrichten: minder brandjes blussen, meer overzicht. Niet omdat ze harder werken, maar omdat ze bewuster werken.
Het probleem ontstaat wanneer productiviteit wordt verward met bezigheid. AI kan je helpen om sneller te reageren, sneller te analyseren en sneller te produceren, maar alleen als je vooraf bepaalt wát het waard is om sneller te doen. Anders automatiseer je simpelweg de chaos.
Echte vooruitgang zit niet in meer doen, maar in het juiste doen. Technologie is daarin geen doel op zich, maar een hulpmiddel dat ons helpt terug te keren naar focus, kwaliteit en menselijk tempo. Misschien is dat wel de meest onderschatte belofte van AI: niet dat we meer gaan werken, maar dat we beter gaan werken.
Â
Foto: Karl Heyerdahl









