Een witte bestelauto rijdt onze oprit op met twee mannen op leeftijd. Ik herken José. Die heeft een berghut aan de andere kant van de kloof en is dus onze buurman. De ander stelt zich voor als Pépé. Ze hebben bij elkaar in de klas gezeten. De mannen zijn gekomen om ons uit te nodigen voor de lunch met zwarte rijst. Op onze vraag wanneer we verwacht worden is het antwoord nu. Nou ja, over een half uur mag ook, want ze moeten nog wat voorbereiden.
Een half uur later zitten we in de zon voor het huisje. Er komen meer mannen de berg op. Ze blijken allemaal in het dorp te zijn opgegroeid. Sommigen zijn ergens anders gaan wonen maar ze blijven elkaar regelmatig opzoeken, zoals vandaag.
Het leven in de bergen is voor mannen. Dat is de plek waar ze even alleen kunnen zijn zonder bemoeienis van hun vrouw en andere familieleden. Selma mag er ook bij zijn. Zij is anders. Zij woont in de bergen en dat is stoer. Het liefst zou José ook in de bergen wonen, maar zijn vrouw wil dat absoluut niet. Een blik op het interieur van zijn berghut is voldoende om haar standpunt te begrijpen.
De mannen gaan flink aan het bier en worden steeds luidruchtiger. Ene Antonio is wat slecht ter been en besluit binnen te gaan zitten. Hij blijft wel deelnemen aan het gesprek door heel hard naar buiten te roepen. Het praten gaat steeds sneller en het Andalusisch dialect krijgt de overhand. Het blijkt over politiek te gaan, maar het enige wat we nog meekrijgen zijn de stopwoorden die ik hier niet zal vertalen.
In de open haard wordt gekookt. De rijst moet nog een tijdje garen, dus eerst komen er garnalen en dorado’s. Iedereen krijgt een stuk brood. Eten doe je staand, met het stuk brood als bord. We nemen wat van de garnalen en de hemel gaat open. “Wat is dit lekker!” De dorado’s en daarna de zwarte rijst doen er niet voor onder. Hoe kun je zo iets lekkers maken in een open haard?
Pépé moet lachen en buigt voorover. “Ramon heeft dit gekookt. Hij heeft een restaurant in Barcelona en hoort dit jaar tot de top 10 beste koks van Spanje.” Hoe bedenk je dit? Een topkok op onze berg? Dan stapt iedereen in zijn auto om beneden weer aan het werk te gaan. We zwaaien ze uit. “Wacht,” zegt José. “ik heb nog wat voor je.” We krijgen 20 kilo sinaasappelen mee naar huis.
Foto: Awar Kurdish










