Sierra de Cazorla, Segura y Villas

Het Parque Natural Sierra de Cazorla, Segura y Villas is met bijna 210.000 hectare het grootste beschermde natuurpark in Spanje. Door het gebied stromen vele beken en rivieren, de hoogste bergtoppen zijn 2.000 meter hoog en het landschap is zeer afwisselend. We kozen een hotel vlakbij Carzorla als uitvalsbasis om een paar dagen te genieten van de bossen die nog écht bossen zijn.

Tekst & foto’s: Maria Kupers

Als je in je omgeving eens rondvraagt naar wat mooie natuurgebieden zijn en waar je fijn kunt wandelen, fietsen en paardrijden is er altijd wel íemand die Cazorla noemt. Het is een flink eind rijden vanaf Málaga (256 km) maar het landschap op je route door de provincies Granada en Jaén is afwisselend dus saai is het zeker niet. We stoppen onderweg ergens aan de rand van een olijfboomgaard om een meegebracht broodje te eten en rijden verder het hele stuk in een keer door.

Het dorp Cazorla ligt aan de voet van het gelijknamige natuurpark en zodra je er binnenrijdt zie je meteen dat het toerisme hier een grote rol speelt. Behalve de normale voorzieningen in een dorp (winkels, banken, scholen etc.) zie je uithangborden van fietsverhuurbedrijven, hotels, casas rurales en een uitgebreid aanbod aan allerlei activiteiten in de natuur. Door al die borden raken we een beetje de weg kwijt maar komen uiteindelijk aan bij ons hotel dat aan de weg tussen Cazorla en Iruela ligt.

Het dorp Cazorla

Het dorp is tegen de helling van de Peña Halcón gebouwd en wordt al sinds 2.000 jaar voor Christus bewoond. De landbouw en de jacht zijn hier altijd de belangrijkste bronnen van inkomsten geweest. Cazorla telt nu ongeveer 8.000 inwoners, ze jagen niet meer maar de olijfolie maakt nog steeds een groot deel uit van de lokale economie. Die olie wordt overigens niet alleen in de keuken gebruikt. In de buurt zijn diverse kleine fabriekjes die allerlei soorten cosmetische producten maken met de olie als basis. Hoog tijd om het dorp eens verder te verkennen. We volgen de borden naar de parkeerplaats maar die is vol. Parkeren in Cazorla blijkt niet heel makkelijk te zijn, tenzij je je auto aan de rand van het dorp wilt zetten. Op goed geluk rijden we de smalle straatjes in en komen vast te zitten achter een toeristentreintje. Het voordeel is wel dat we kunnen horen wat de gids vertelt en horen dat de kerk Santa Maria over de rivier Cerezuelo is gebouwd. Toen die buiten haar oevers trad stortte het ondergrondse aquaduct in en bleef er van de kerk uiteindelijk niet meer dan de buitenmuren over. De binnenruimte wordt nu gebruikt voor concerten.

Als we eindelijk het treintje kunnen inhalen komen we op een weggetje dat naar Castillo de Yedra leidt. De eerste delen van het kasteel werden in de twaalfde eeuw gebouwd door de Arabieren en later door de Christenen uitgebreid tot het kasteel dat het nu is. Je kunt het kasteel en het daarin gevestigde Museo de Artes y Costumbres Populares del Alto de Guadalquivir bezoeken om een beter idee te krijgen van de geschiedenis van Cazorla en de omgeving. Al met al is Cazorla een typisch Andalusisch bergdorpje: een wirwar van smalle straatjes en leuke pleintjes in het centrum en eromheen de nieuwere straten waar woningen en winkels elkaar afwisselen.

Op ontdekkingstocht

Van de receptionist van het hotel hebben we een kaart van de omgeving meegekregen waarop hij heeft aangegeven wat we allemaal moeten bezoeken. Dat is zoveel dat we meteen besluiten daar twee dagen voor uit te trekken. Aangezien we gisteren al een hele tijd in de auto hebben gezeten gaan we vandaag voor een wandeling. De lange afstandsroute GR247 Bosques del Sur loopt door de hele Sierra de Cazorla, Segura y Villas. Het 478 kilometerlange traject is opgesplitst in 21 etappes en er zijn ook nog diverse varianten uitgezet. De meeste begin- en eindpunten zijn bij plekken met basisvoorzieningen, dorpjes, een camping of een recreatiezone. Op de andere trajecten zijn boshutten te vinden waar je kunt schuilen of overnachten. Aangezien je diep het natuurgebied ingaat heb je niet overal bereik met je mobiele telefoon. In je eentje gaan wandelen is dan ook niet heel verstandig. We kiezen voor een korte rondwandeling over een smal rotsachtig pad dat langs de rivier Guadalquivir loopt. Daarna rijden we nog wat rond in de omgeving en het valt ons op dat er overal borden staan met waarschuwingen om rekening te houden met fietsers. We zijn niet veel fietsers tegengekomen maar voor de liefhebber zijn deze bergen zeker een aanrader.

Arroyo Frio

De naam zegt het al: er stroomt een rivier met koud water door dit kleine dorpje. Arroyo Frio ligt in een vallei en bestaat voornamelijk uit vakantiewoningen, een paar supermarktjes, bars en restaurants. Maar ook hier rijdt wél weer een toeristentreintje. We beginnen ons af te vragen welk type toerist bewust midden in de natuur op vakantie gaat en dan toch in een treintje rondgereden wil worden. Wij rijden liever in onze eigen auto en als we de weg vervolgen rennen er een paar herten in het bos met ons mee. Jammer genoeg kun je niet met een fototoestel in de hand een auto besturen dus we waren te laat om het vast te leggen, sommige beelden moet je dan maar in je geheugen opslaan. Sowieso is de omgeving prachtig, loof- en naaldbomen wisselen elkaar af en op de vochtige plekken staan metershoge varens en zijn boomstammen bedekt met mos. Ondanks dat we op keurig onderhouden wegen rijden, lijkt het alsof de mens hier nooit geweest is, het is puur natuur.

Toch is de mens hier al jarenlang aanwezig. Langs de weg liggen campings, kleine hotels, casas rurales en restaurants die regionale gerechten op het menu hebben staan. Er zijn op diverse plekken ‘zonas recreativas’ (recreatiezones) aangelegd waar je kunt picknicken en waar wandelingen beginnen. En natuurlijk zijn er de ‘miradores’ (uitzichtpunten) met de informatiepanelen over wat er in de omgeving te zien is. We stoppen bij Centro de Visitantes Torre del Vinagre om ons eens uitgebreid op de hoogte te stellen van alle details over de Sierra Cazorla, Segura y Villas. Dat doen we eigenlijk altijd op onze trips in de natuurparken en ook hier is het weer de moeite waard. Het informatiecentrum is in handen van de Junta de Andalucía en die weet de informatie voor kinderen en volwassenen op een aantrekkelijke manier te presenteren.

Je kunt de geluiden van dieren horen, video’s kijken en genieten van prachtige foto’s die diep in het natuurgebied, waar je zelf niet zo snel kunt komen, gemaakt zijn. Zo leren we alles over het ontstaan van de bergen, alle flora en fauna, het leven in vroeger tijden en waar men tegenwoordig van leeft.
Buiten ligt een botanische tuin met allerlei soorten bomen en planten, de 115 meter hoge sequoia is vooral indrukwekkend. We lunchen op het terras bij het centrum en vragen de ober, altijd de beste informatiebron, naar het naastgelegen huisje. Dat blijkt een vakantiehuis van Franco te zijn geweest, ondanks zijn verdere afwijkingen had hij dus wel een goede smaak als het om natuur ging.

We vervolgen onze weg naar de Embalse de Tranco, een stuwmeer dat in 1945 in gebruik werd genomen. In het midden ligt een eilandje waar nog resten van Castillo de Bujaraiza op te vinden zijn.

Vlakbij het stuwmeer ligt Centro de Fauna Silvestre, daar worden dieren in semi-vrijheid gehouden. Er leven voornamelijk diverse soorten geiten en herten die in dit gebied thuishoren. Mocht er ooit een ziekte uitbreken onder de dieren die volledig in het wild leven kan er met deze exemplaren weer een nieuwe populatie worden opgebouwd. We hebben langer geluncht dan gepland en kunnen dus niet meer mee met een rondleiding, maar we weten ook niet of we dat heel erg vinden. Het grootste deel van de rondleiding gaat namelijk met een toeristentreintje!!

Lammergieren in Centro de Cria Guadalentín

Diep verscholen in de bergen ligt het centrum van de Stichting Gypaetus waar we afgesproken hebben met biologe Margarita. Zij gaat ons meer vertellen over het werk dat daar verricht wordt. Het Centro de Cria is een broedcentrum voor de ‘quebrantahuesos’: de lammergier. In de jaren tachtig werd deze roofvogelsoort met uitsterven bedreigd en werden er op diverse plekken in Europa centra opgericht om de soort in stand te houden. “Gieren houden van een rustige leefomgeving en door ingrijpen van de mens werd hun leefgebied steeds kleiner. Om te voorkomen dat ze helemaal zouden uitsterven worden er nu hier, in de Pyreneeën en ook in de Alpen eieren uitgebroed en de jongen worden na drie maanden uitgezet in de natuur. Waar dat gebeurt en hoeveel exemplaren wordt in overleg met de andere centra bepaald”, zegt Margarita.
De lammergier is een monogame vogel die ook nog eens niet zomaar met alle vrouwtjes paart. “Het zijn eigenzinnige beesten, we moeten er soms veel tijd voor uittrekken om een mannetje en een vrouwtje bij elkaar te brengen. Daar gebruiken we soms een kraai voor. De kans bestaat dan namelijk dat de gieren dan een band kweken vanwege de indringer in hun kooi”, vertelt Margarita. En inderdaad, even later zien we twee gieren argwanend naar een kapriolen uithalende kraai zitten kijken.

De gieren worden zoveel mogelijk met rust gelaten maar als er eieren zijn worden die vlak voor het uitkomen vervangen door stenen exemplaren zodat de jongen onder toezicht geboren kunnen worden. De kuikens zijn blind dus zien niet wie hen voert en de ouders hebben geen reukzin dus kunnen zonder problemen een jong van een ander stel terugkrijgen. Na drie maanden worden de jongen vrijgelaten in een grot in de bergen. Daar wordt eten voor ze neergelegd totdat ze op een leeftijd van 5 maanden zelf kunnen vliegen. Dan trekken ze het hele land door en als ze ongeveer 6 jaar oud zijn gaan ze weer terug naar hun geboortegrond om een nest te bouwen.

In alle kooien hangen camera’s zodat men vanuit de controlekamer alles in de gaten kan houden. Ook als de dieren vrijgelaten zijn worden ze nog gevolgd. Ze worden geringd, een paar veren worden geverfd en ze krijgen een chip met gps die gevoed wordt door een zonnecel. Daardoor weet men op elk moment waar de vogel zich bevindt. De ‘naam quebrantahuesos’ betekent letterlijk ‘bottenbreker’, ze eten namelijk botten van bijvoorbeeld geiten die in de natuur liggen weg te rotten. Ze zoeken een plek met rotsen en veel zijwind om die botten vervolgens te laten vallen tot ze in kleinere hapklare stukken breken. De lammergier weegt tussen de drie en vijf kilo en de vleugels hebben een reikwijdte van bijna 3 meter. Aangezien de vogels stress krijgen van de aanwezigheid van mensen kun je niet dicht in de buurt van de kooien komen. Maar dan nog is het centrum absoluut de moeite van het bezoeken waard, van juli tot eind september mag je op afspraak een kijkje komen nemen.

Meer info:
https://cazorla.es/turismo/
http://www.gypaetus.org