Meemigreren, de conclusie

In de vorige edities las je interviews met kinderen die in hun jeugd naar Spanje zijn mee geëmigreerd, ofwel gemeemigreerd met hun ‘gelukszoekende’ ouders. Iedereen heeft zijn of haar eigen verhalen en ervaringen. Ik zou ze het liefst allemaal horen en kan daar nog wel tig ESpecials mee volschrijven. Maar op basis van de gesprekken en mijn eigen ervaring als moeder kan ik inmiddels meerdere conclusies trekken. Kortom: tijd voor wat overpeinzingen!

Tekst: Jet Bootsma. Foto: Maria Kupers ism Jet Bootsma

Zoals bijvoorbeeld over de prachtige dochter van een vriendin. Ook net voor de pubertijd naar Spanje gemeemigreerd en nu begin twintig, gesettled met man en vaste baan in Fuengirola. Maar… dat is toch geweldig? Jazeker! Behalve dat vorig jaar na de zomer de hele familie, vader, moeder en zus, weer naar Nederland is verhuisd. Ik had haar naar haar ervaringen willen vragen en willen weten hoe dat nu voelt, maar wat grappig is, is dat we elkaar nog niet getroffen hebben. Allebei te druk.

Waarom dat grappig is? Omdat ik daarmee meteen bewijs dat we ook in Spanje soms maanden langs elkaar heen leven omdat we domweg te druk zijn om een gaatje voor elkaar te vinden. Net als in Nederland.

Maar wat had ik dan aan haar willen vragen? Of ze het jammer vindt dat haar hele familie vertrokken is en zij nog wél hier woont? Wat had ik dan gedacht te gaan horen… Ja joh, tof! Heel blij dat ze weg zijn! Nee natuurlijk.

Voor het merendeel van de gelukszoekers komt een moment van terugkeer.

De lange termijn
Als je de beslissing neemt met je gezin weg te gaan uit Nederland realiseer je je vaak niet, of maar ten dele, wat de consequenties zijn op de lange termijn. Voor het merendeel van de gelukszoekers komt een moment van terugkeer.

Redenen te over om die beslissing te nemen, neem dat maar van mij aan. Het is niet gezegd dat je kinderen mee ‘terug’ willen. Of juist je kinderen gaan, vanwege betere kansen of wat voor reden dan ook, naar Nederland. Settelen dáár. Stel je voor, straks: kleinkinderen op 2400 kilometer afstand. Voor de mensen die helemaal geen zin hebben in oppas-opa of oma te zijn, is het een uitkomst. Hou wel je Spaans een beetje bij zou ik willen zeggen. Maar als je wel graag in de buurt wilt zijn, is het minder geslaagd.

Andersom ook. Als we ouder worden en terug moeten vallen op de mantelzorg van onze kinderen kunnen we daar ook naar fluiten.

En in Nederland blijven garandeert óók niet dat je kinderen immer in dezelfde straat blijven wonen. Kids vliegen zo snel mogelijk die straat uit, gaan studeren in Groningen, Maastricht… en de kans dat één van je oogappels in een zogeheten ‘tussenjaar’ zijn of haar hart verliest aan de andere kant van de wereld is ook vrij groot geworden.

Dan valt Zuid-Spanje nog wel mee.

Afstand is dus niet het probleem, daar heb je overal mee te maken. Ook binnen Nederland.

Wat is dan wél een probleem?
Lezend over dit thema kwam ik de term ‘cross cultural kids’* tegen. Voor mij een nieuw begrip, en dat terwijl ik er zelf ook twee in huis heb. Cross cultural kids zijn kinderen die opgroeien in een land dat een ander land is dan waar hun paspoort vandaan komt. Je hebt dan een andere identiteit dan de mensen om je heen waar je opgroeit. Je weet dat je anders bent, voelt dat vaak ook. Je hebt ouders met een andere achtergrond en wordt ook echt anders opgevoed dan de kinderen om je heen, hoe geïntegreerd je ouders ook zijn.

‘Ergens bij horen’ blijkt net zo belangrijk voor ons mensen als voedsel en onderdak, nergens echt bij horen is dus fnuikend. Die nationaliteit kan troost bieden. Houvast. Ik bén ook anders, kijk maar naar mijn paspoort, het bewijs.

Tot het moment dat je gaat wonen in, of terugkeert naar je paspoortland. Je ‘thuisland’. Dan pas blijkt dat je je óók in het land waarvan je dácht dat je er thuishoorde, anders voelt, anders bent. Omdat je bijvoorbeeld, zoals Kimberley vertelde, alleen maar ‘papa-en-mama -Nederlands’ hebt leren spreken. En omdat je gewoonweg opgegroeid bent in, en dus gewend bent geraakt aan, een andere cultuur. Maar laten we vooral niet op de toekomstige identiteitscrisis vooruitlopen.

Verder googelend kom ik een onderzoek* tegen dat rept over de gevolgen voor kinderen die rond hun puberteit verhuisden. De cijfers liegen er niet om. Criminaliteit, drugsgebruik, algehele malaise. Maar wat blijkt bij het lezen van de kleine lettertjes, het onderzoek gaat over verhuizende pubers in het algemeen. Naar ergens buiten de oorspronkelijke gemeente. Dus volgens dit onderzoek is het verhuizen van (pré) pubers binnen een land zélf al desastreus! (Laat stáán als je ze de grens over neemt! vul ik voor het gemak even aan)

Als je de onderzoeken erop na slaat laat je het, in het belang van de kinderen, wel uit je hersens, dat gelukzoeken aan de Costa del Sol. Maar goed, dan is het dus net zomin verstandig je grachtenpand te verruilen voor een rustiek boerderijtje in Sexbierum.
En toch…

De jongvolwassenen die ik geïnterviewd heb, en andere kinderen van mensen om mij heen, zijn geen losgeslagen verdwaalde criminelen. Het zijn hele wereldwijze zelfstandige kids, die in meer of mindere mate hebben leren dealen met het gegeven er niet altijd bij te horen.

Ze hebben zich allemaal leren handhaven in een andere cultuur. Hebben ook díe cultuur goed leren kennen, spreken vloeiend meerdere talen. Ze zijn zich bewust van de verschillen en kunnen daarom bewuste keuzes maken. Zijn open minded. Kunnen zich identificeren met het één én met het ander. Dat klinkt niet als crisis, dat klinkt als kadootjes.

1*A Cross-Cultural Kid ( CCK) is a person who has lived in—or meaningfully interacted with—two or more cultural environments for a significant period of time during developmental years.”
o Ruth E. Van Reken, co-author, Third Culture Kids: The Experience of Growing Up Among Worlds, 2002

2*In een recente studie van de Britse onderzoeker Roger T. Webb en zijn collega’s werd de invloed van verhuizen als kind op je latere leven uitgebreid onderzocht. Dit gebeurde op basis van zeer uitgebreide data, namelijk de gegevens van iedereen die in Denemarken geboren werd tussen 1971 en 1997
https://www.ajpmonline.org/article/S0749-3797(16)30118-0/pdf