de kortste en de langste oorlog

oorlog
oorlog

De kortste oorlog duurde 38 minuten

 

De Engels-Zanzibarese oorlog werd uitgevochten door het Verenigd Koninkrijk en het Sultanaat Zanzibar op 27 augustus 1896. Met een duur van 38 minuten is het de kortste oorlog in de geschiedenis.

Toen de Britsgezinde sultan Hamad bin Thuwaini (1857-1896) overleden was (mogelijk vermoord) na een regering van drie jaar, werd hij opgevolgd door zijn neef sultan Khalid bin Barghash (1874-1927), een minder Brits- en meer Duitsgezinde vorst. Daarbij speelde de voor Zanzibar lucratieve slavernij een rol, die Hamad onder Britse druk trachtte af te schaffen. Omdat Groot-Brittannië zijn invloed in het sultanaat niet wilde verliezen, stelde het land een ultimatum: Khalid moest aftreden en het paleis verlaten.

Als antwoord barricadeerde Khalid zich in het paleis en riep de wacht op hem te beschermen. Op 27 augustus om negen uur ’s morgens liep het ultimatum af. Op dat moment hadden de Britten een kleine oorlogsvloot bestaand uit drie kruisers en twee kanonneerboten verzameld, bemand met onder andere 150 mariniers en 900 Zanzibari’s. Het commando werd gevormd door schout-bij-nacht Harry Rawson en brigadegeneraal Lloyd Mathews. De bezetting van het paleis bestond uit ongeveer 2800 man: paleiswacht, bewapende burgers en paleisdienaren, die kanonnen en machinegeweren op de Britten richtten.

Om twee over negen werd het vuur geopend met een bombardement op het paleis, dat in brand vloog. In de haven werd het jacht van de sultan tot zinken gebracht, evenals twee kleinere Zanzibarese schepen. Toen de vlag op het paleis was weggeschoten werd het vuren gestaakt, om ongeveer 09.40 uur.

Er waren 500 doden en gewonden aan Zanzibarese kant, en slechts één gewonde onder de Britten. Sultan Khalid slaagde erin te vluchten en zocht asiel in het Duitse consulaat. Hij ontvluchtte Zanzibar met een Duits oorlogsschip, de Seeadler, en kreeg toestemming zich te vestigen in Dar es Salaam, destijds een stad in Duits-Oost-Afrika. De nieuwe, Britsgezinde sultan was Hamud bin Muhammed (1853-1902), die schout-bij-nacht Rawson dankbaar onderscheidde met de Arabische Orde van de Lovenswaardigen, eerste klasse.

De langste oorlog duurt  781 jaar

De langste oorlog uit de geschiedenis duurde zo maar 781 jaar. De “Reconquista” starte in 711 en eindigde in 1492. De opeenvolging van veldslagen tussen de christelijke kruisvaarders en islamitische moren werd hoofdzakelijk gestreden op Portugees en Spaans grondgebied.

Tijdens de grote volksverhuizing, die mede het einde van het West-Romeinse Rijk veroorzaakte, werd het Iberisch schiereiland bezet door de Visigoten die er hun koninkrijk vestigden. Rond 700 brak er een burgeroorlog uit onder verschillende Visigotische edelen en een van de partijen nodigde de islamitische Moren in Noord-Afrika uit om hen bij te staan in de strijd. Aldus stak in 711 de Berberse generaal Tarik ibn Zijad de Straat van Gibraltar over om in te grijpen bij de burgeroorlog onder de Visigoten. De Visigotische koning Roderik werd in hetzelfde jaar vermoord waarmee het koninkrijk ophield te bestaan en de Moren maakten van de gelegenheid gebruik om te trachten het hele schiereiland te bezetten.

Tussen 711 en 750 was Al-Andalus (het Arabische Spanje, thans Andalusië) een deel van het kalifaat van de Omajjaden, met als hoofdstad Damascus. Nadat in het Midden-Oosten de Abbasiden de Omajjaden verslagen hadden en de heersende klasse verdreven, vluchtte het enig overgebleven lid van de Omajjaden-familie, Abd al-Rahman I, in 756 naar Spanje. Hij verenigde er de Berbers en maakte van Córdoba een nieuwe hoofdstad. Hij verbrak de banden met de kalief in Bagdad en stichtte het emiraat Córdoba. In 929 riep zijn opvolger, Abd al-Rahman III, zich uit tot kalief. Onder het kalifaat Córdoba kende Al-Andalus grote welvaart. Er was een zekere mate van tolerantie ten opzichte van christenen en joden.

Tussen 1002 en 1031 viel het kalifaat uiteen in de zogenaamde taifa-rijkjes. Deze verdeeldheid leidde tot een definitieve kentering na een paar eeuwen patstelling tussen de christelijke rijkjes en de moslims. Voorheen waren er voornamelijk defensieve veldslagen tegen de moslims, maar in deze eeuw krijgen ze een meer offensief, progressief en continuïtief karakter. In 1063 gaf paus Alexander II zijn zegen aan de kruistochten van de reconquista.

Deze eerste periode is de meest heroïsche periode voor de christenen, en wordt het vaakst beschreven in ridderromans. Bekend is o.a. El Cid, de legendarische ridder Rodrigo Díaz de Vivar, die nu eens met de christenen, dan weer met de moslims meevocht, en uiteindelijk Valencia voor de christenen veroverde.

Het jaar 1085 was een sleuteljaar in de reconquista. In dat jaar bezette de Castiliaanse koning Alfonso VI de oude Visigotische hoofdstad Toledo. De Slag bij Las Navas de Tolosa (tussen Toledo en Córdoba) in 1212 was een zware nederlaag voor de moslims en een echte doorbraak voor de reconquista. De christenen boekten hierna in relatief korte tijd grote successen: Córdoba werd in 1236 veroverd en Sevilla in 1248. In 1280 was praktisch het gehele schiereiland in christelijke handen. Alleen de Taifa Granada bleef islamitisch onder heerschappij van de Nasriden. Het was schatplichtig aan de koningen van Castilië. Interne machtsstrijd was de oorzaak van verval. Vanaf 1421 begonnen de opeenvolgende pausen op te roepen tot kruistochten tegen de moslims in Granada.

In 1482 begon de veldtocht tegen inmiddels Koninkrijk Granada. Op 2 januari 1492 (hetzelfde jaar dat Columbus voor het eerst de Atlantische Oceaan overstak en daarbij Amerika ontdekte) nam het katholieke koningspaarFerdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië, de sleutels van de stad Granada in ontvangst van emir Abu Abdallah (bij de Spanjaarden bekend als Boabdil). Hiermee was de reconquista eindelijk voltooid.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.