Jaén, provincie van kastelen en slagvelden

Waar je ook kijkt in de provincie Jaén, je ziet altijd wel érgens een kasteel op een berg staan. Er zijn er meer dan vierhonderd, van sommigen zijn alleen nog wat losse stenen en een halve toren over, anderen zijn deels in hun oude glorie hersteld. Ze vertellen het verhaal van de vele veldslagen die in dit gebied zijn gevoerd. Jaén is de natuurlijke doorgang tussen Castilla-La Mancha en Andalusië. Moren, christenen en Fransen moesten daar langs om hun territorium uit te breiden of te verdedigen. We doken in de geschiedenis en bezochten de meest opvallende en belangrijkste kastelen.

Tekst: Maria Kupers. Foto’s: Ayto Baños de Encina, Maria Kupers.
Met dank aan Antonio Navas Pancorbo & José Cruz.

Iedereen die wel eens de reis naar of van het noorden van Spanje heeft gemaakt is onderweg door het natuurpark Despeñaperros gereden. Een hoge bergketen die een natuurlijke grens tussen Andalusië en Castilla-La Mancha vormt. Ook in vroeger tijden was dit de enige doorgang voor de legers die naar het noorden of naar het zuiden trokken om gebieden te veroveren. Eén van de eerste kastelen op die route is het Castillo Navas de Tolosa. Het kasteel is door de Arabieren gebouwd, als basisplaats voor hun legers in de nabijgelegen bergen. In 1212 trok het leger van Alfonso VIII verder naar het zuiden, met de bedoeling Granada te veroveren op de Arabieren.

De paus bestempelde deze missie als een kruistocht, de soldaten waren christenen van allerlei nationaliteiten die de ‘moslimhonden’ van het Europese continent wilden verdrijven. Volgens de legende is toen de naam Despeñaperros ontstaan, ‘despeñar’ betekent van een grote hoogte vallen en ‘perros’ zijn honden. De Arabieren werden letterlijk van de bergen het ravijn ingegooid.

Het kasteel is tegenwoordig in handen van particulieren, om het te bezoeken kun je een afspraak maken. Ik spreek af met Pilar en José Carlos bij hun restaurant langs de A4, vanaf daar zie je de resten van het kasteel al liggen. Ik stap bij hen in de auto en mijn eerste vraag is natuurlijk waarom zij de eigenaars van een kasteel zijn, wilden ze altijd al koningen zijn? Pilar lacht “helemaal niet! Maar het terrein stond te koop en we besloten dat daar een kans voor ons lag. We vinden het belangrijk dat geschiedenis en natuur behouden blijven. Daarnaast houden we op een deel van het terrein koeien en stieren van het bravo ras.” Terwijl we over de vele hectares rijden valt me op dat er nergens een olijfboom staat, en dat in Jaén! Het landschap is vergelijkbaar met dat in de provincie Cádiz, het mediterrane bos met de typische bomen en losliggende rotsblokken overal. José Carlos vertelt dat heel Andalusië er vroeger zo uitzag maar dat men in de provincie Jaén het land makkelijker bewerkbaar heeft gemaakt voor de olijfboomgaarden. Net als dat in andere delen van Andalusië de oude bossen zijn gekapt om plaats te maken voor dennenbomen voor de houtindustrie.

Terwijl Pilar en ik te voet aan de klim omhoog beginnen rijdt José Carlos nog een stukje door. Als we vlakbij het kasteel komen zie ik waarom: hij heeft een picknickkleed uitgelegd. Terwijl we genieten van wat tapas en een glaasje wijn vertellen ze over de diverse verhalen die bekend, of verzonnen, zijn over de Batalla de Navas de Tolosa. Zo is er een uitleg gevonden voor het feit dat de Arabieren, die toch ver in de meerderheid waren, toch de strijd verloren. Een herder die op de hand van de christenen was zou hen de weg over de smalle paadjes langs de bergrichels hebben gewezen naar het kamp van de Arabieren. Toen ze daar aankwamen stonden ze meteen bij de tent van de bevelvoerder. Die sneden ze de keel door, er was dus niemand meer die de strijd coördineerde.Van de 125.000 Arabieren kwamen er 90.000 om, van de 70.000 christelijke soldaten hebben er slechts 2.000 het leven gelaten. In latere verhalen is de herder verdwenen, het zou de geest van San Isidro zijn geweest die de christelijke soldaten naar het vijandelijk kamp leidde.

De familie Orellano heeft bewust niets gedaan om het kasteel te restaureren. “Dit is één van de weinige kastelen waar sinds de bouw eeuwen geleden niets aan gebeurd is, alle materialen zijn origineel. We krijgen regelmatig geschiedkundigen op bezoek die juist graag die originaliteit willen bestuderen” vertelt Pilar. Terwijl we uitkijken over de bergen in het noorden en de vlakten in het zuiden, probeer ik me voor te stellen hoe het er hier vroeger was. Het moet een hard leven zijn geweest. In gedachten zie ik soldaten in paniek uit de bergen komen rennen, hopend dat ze in het kasteel een veilige plek om te schuilen vinden. Die plek hebben ze twee dagen gehad, van degenen die het niet gelukt is verder richting Granada te vluchten werd door de christenen de keel doorgesneden.

Langs elke weg een kasteel
De verdedigingslinie van Al-Andalus was behoorlijk uitgebreid. Niet alleen de directe toegang vanuit Castilla-La Mancha werd bewaakt, ook bij alle andere doorgaande wegen naar wat nu de provincies zijn, staan grote kastelen. Troepen die Andalusië al waren binnengedrongen moesten op hun weg naar Granada en Córdoba via Alcalá la Real. De Fortaleza de la Mota is groot, voor een deel gerestaureerd en absoluut een bezoek waard. Er zijn rondleidingen met een gids maar op het toegangsbewijs staat ook een QR-code voor een audiorondleiding via je eigen mobiele telefoon.

Het fort is in 741 gebouwd en was tot 1341 in handen van de Arabieren. Tot de definitieve overwinning van de christenen woonde iedereen er vreedzaam samen. Er was een rijke cultuur door de uitwisseling van kennis en kunde.
Binnen de verdedigingsmuren waren alle voorzieningen voor de bewoners aanwezig. Uit opgravingen blijkt dat er onder andere een slagerij en bodega waren aangelegd. De verblijven van de soldaten en de opslagruimtes voor wapens zijn grotendeels bewaard gebleven en gerestaureerd. Toen de christelijke legers kwamen wilden ze geen bloederige slag leveren. Ze kozen voor een slimmere aanpak: ze gooiden wat kadavers in de bron waardoor het water ondrinkbaar werd. De Arabieren verlieten de vesting om elders in de regio te gaan wonen of zich bij de Arabische legers te voegen.

Zoals de gewoonte was, bouwden de christenen ook hier een kerk op voormalig moslimterrein. Het leven in het vestingstadje was echter in de loop van de decennia zo rustig geworden dat men zich veilig genoeg voelde om buiten de muren te gaan wonen. Het fort werd alleen nog gebruikt door de militairen en voor de kerk. Uiteindelijk werd ook de kerk in het dorp gebouwd. Tegenwoordig wordt het pand gebruikt voor het vertonen van een interessante video, op drie verschillende schermen tegelijk, van de geschiedenis van de Fortaleza de la Mota. Tussen neus en lippen door wordt daarin vermeld dat de kerk volledig verwoest is door soldaten. Ik herken het uniform uit de Nederlandse geschiedenisboeken en vraag de gids of het inderdaad om Franse soldaten gaat. Van dat deel van de historie van Andalusië hoor je namelijk vrijel nooit iets. En inderdaad, het waren de Fransen die ook hier in het fort hebben huisgehouden en de kerk in brand hebben gestoken.

Andalusië nekslag voor Napoleon
Nadat de christelijke legers heel Spanje weer hadden veroverd was de rust wedergekeerd. Maar Spanje is groot en zowel de adel als de kerk wilden hun grondgebied maar al graag uitbreiden. De kastelen in Jaén werden in die tijd vaak ingezet als basis voor de privélegers.

Ondertussen werd er in het paleis van Carlos IV lustig op los gekonkeld, zijn zoon Fernando vond dat zijn vader er een potje van maakte en wilde aan de macht komen. De Secretaris van Staat Manuel Godoy wist iedereen zo te bespelen dat een overeenkomst met de Fransen werd gesloten. Dat leek een goed plan want in 1805 vochten beide landen nog samen tegen de Britten. Die slag bij Trafalgar werd overigens verloren. Het resultaat was dat er nog tientallen Franse boten bij Cádiz in de havens lagen. Napoleon wilde die boten graag terug en ook graag Spanje in handen krijgen.

Hij deed daarom Carlos IV een voorstel, alle leden van het koninklijk huis zouden kastelen in Frankrijk krijgen om zich even terug te trekken terwijl hij even orde op zaken in het land zou stellen.

Leven als een god in Frankrijk leek Carlos IV wel wat, hij ging akkoord. Al snel werd duidelijk dat de Spanjaarden erin geluisd waren. Napoleon stelde zijn broer Joseph aan als nieuwe koning en het leger trok in 1807 het land in. Het plan was om de Franse schepen weer in handen te krijgen en ook om Portugal, bevriend met Groot-Brittannië, in te lijven. De koninklijke familie had dan wel een onderkomen in Frankrijk maar mocht dat niet verlaten, ze hadden simpelweg huisarrest.

Ondertussen moesten wel alle Franse soldaten in Spanje te eten en onderdak krijgen. Dat was niet makkelijk in een land waar bewoners zelf amper te eten hadden. Op 2 mei 1808 kwam de bevolking van Madrid in opstand tegen de Franse bezetters. Die opstand schudde de rest van het land wakker en was het begin van een oorlog tegen de Fransen.

De slag bij Bailén
De Fransen trokken in eerste instantie zonder problemen via Bailén door naar Córdoba en waren van plan vanaf daar naar Sevilla en Cádiz te gaan. Maar in Córdoba bereikte hen het bericht dat al hun schepen verbrand waren, doorgaan had dus geen zin. Omdat ze net zonder problemen langs Bailén waren getrokken, verwachtten ze niet dat ze op de terugweg op tegenstand zouden stuiten.
Dat bleek echter wel het geval te zijn. De Spanjaarden hadden in korte tijd een verdedigingslinie opgezet met duizenden ongetrainde maar uiterst gemotiveerde mannen.

Op 19 juli 1808, bij een temperatuur ver boven de veertig graden, werden de Franse soldaten in de pan gehakt. Volgens de verhalen hebben de Spaanse soldaten onder andere kunnen winnen omdat ze voortdurend van water werden voorzien door de vrouwen uit het dorp Bailén, geen overbodige luxe in de bloedhitte. Er werden 18.000 soldaten gevangengenomen en naar diverse plekken in Spanje gestuurd. Napoleon liet deze gevangenen aan hun lot over, de meesten van hen zijn omgekomen van honger en dorst.

In het Museo de Batalla de Bailén is een uitgebreide tentoonstelling te zien over de slag die daar gevoerd is. Hoewel deze overwinning de internationale reputatie van Napoleon behoorlijk schaadde en het begin van zijn ondergang was, was de strijd daarmee nog niet gestreden. In 1812 weten de Fransen alsnog het hele land te bezetten.

De onafhankelijkheidsoorlog duurde nog tot 1814, in de laatste jaren werden de Spanjaarden bijgestaan door de Britten. Napoleon liet uiteindelijk kroonprins Fernando vrij, die nam de Spaanse troon weer in bezit.

Jaén, kastelen en stad
Bij de andere kastelen die ik tijdens deze reis heb bezocht heb ik de beste verhalen gehoord van de lokale mensen, dus ik besluit een vriend in Jaén te vragen om een rondleiding langs de mooiste plekken van de stad. José Cruz neemt me als eerste mee naar een kasteel dat ikzelf absoluut niet had gevonden en dat ook nergens op de lijstjes staat: het Castillo de Otíñar. Er staat echt nergens een aanwijzing of route aangegeven, dit is een kasteel voor de kenners. Het pad naar boven is mooi, zwaar en ligt vol losse stenen. Zodra we boven zijn is duidelijk waarom het kasteel daar staat, het is een perfecte plek om alles en iedereen in de kloof eronder in de gaten te houden.

Shoppen, eten en monumenten
Jaén is een compacte stad waar je te voet makkelijk overal kunt komen. We beginnen bij de kathedraal maar die is vanwege de restricties helaas niet open voor bezoekers. Gelukkig is de buitenkant is ook al een feest voor het oog. Het scheelde echter niet veel of de kathedraal had er helemaal niet meer gestaan. In 1937 Jaén gebombardeerd door Duitse vliegtuigen. De kathedraal is gespaard gebleven om twee redenen: er werden nationalisten (vrienden van Franco en dus van de Duitsers) gevangengehouden en omdat de orgelpijpen in de torens waren gemonteerd. Zo leek het vanuit de lucht of er afweergeschut aanwezig was. Zes jaar na de oorlog werd het orgel weer in gebruik genomen.

We wandelen op ons gemak door het centrum, het valt me op dat alles perfect onderhouden is en er veel prachtige monumenten staan. Er zijn verschillende mooie pleintjes, doorkijkjes naar binnenplaatsen en het is gezellig druk op de vele terrassen. Op een paar filialen van winkelketens na vind je er voornamelijk unieke winkels. We kunnen hier en daar een kerk binnen en ook de Baños Arabes zijn open voor het publiek. Vanaf het dak heb je een prima uitzicht op de stad en het hoger gelegen kasteel. We bedenken hoeveel zin een bad zal hebben gehad voor de bewoners van het kasteel. Ben je net fris gewassen, moet je de heuvel weer op naar je verblijfplaats…

Slapen als een prinses
Elk kasteel dat ik bezocht heb was prachtig maar dat van Jaén is nét iets specialer. De helft van het complex is in de jaren zestig van de vorige eeuw namelijk volledig gerestaureerd en ingericht als hotel, één van de Paradors van Spanje. Het schijnt er overigens wel te spoken.

Het Castillo Santa Catalina bestaat eigenlijk uit drie forten, één daarvan is door de Arabieren gebouwd, de andere twee zijn in de veertiende eeuw door Alfonso III gebouwd. Behalve dat ook hier de christenen en Arabieren een felle strijd hebben gevoerd is het kasteel ook door de Fransen gebruikt. Het coördinatiecentrum van de troepen van Napoleon was daar gevestigd. Je kunt er de verschillende torens bezoeken en ook de oude gevangenis zien waar Spanjaarden aan de muur werden vastgeketend. Toen de Fransen vertrokken bliezen ze grote delen van het kasteel op, alleen de resten van de verblijven zijn nog bewaard gebleven. Als je een stukje voorbij het kasteel loopt, naar het kruis op de punt, heb je een prachtig uitzicht op de stad en de omgeving.

Meer kastelen…

Overnachten
Als je meerdere dagen in Jaén door wilt brengen is een accommodatie in het centrum ideaal. Wil je Jaén echter als basis voor dagtrips gebruiken is het praktischer aan de rand van de stad te overnachten. Het centrum heeft veel eenrichtingsverkeer, navigatiesystemen hebben nog niet al die straten als dusdanig aangegeven. Parkeren op straat is lastig en er zijn slechts drie parkeergarages in het centrum.

Afstanden
Málaga-Jaén: 185km
Jaén-Bailén: 37km
Jaén-Alcalá la Real: 71km
Jaén-Navas de Tolosa: 69km

Rondleiding Jaén + kastelen
We hebben deze keer geen officiële gids ingeschakeld maar wél iemand die veel van de geschiedenis weet en ook uitstekend Engels spreekt. Als je ook zo’n rondleiding wilt kun je contact opnemen met José: kekoyeah@gmail.com

Openingstijden
Niet alle websites vermelden actuele openingstijden. Aangezien de regelgeving nogal eens wisselt is het handig vooraf te bellen.

Meer informatie
www.orellanaperdiz.es/
www.tuhistoria.org/lugar/fortaleza-de-la-mota
https://museobatalladebailen.es
http://castillosyfortalezasdejaen.com
http://castillosybatallas.com
www.bdelaencinaturismo.com

Nóg meer in de buurt
Deze trip biedt voldoende activiteiten voor 4 á 5 dagen. Als je meer van de omgeving wilt zien:

www.especial-life.com/monumentale-steden-ubeda-baeza

www.especial-life.com/sierra-de-cazorla-segura-y-villas

Delen:

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

¿qué pasa?

culturele agenda van de provincie Málaga

Meer lezen

Een greep uit onze artikelen

Danniëlle & Andy

Eind 2019 vertrokken Danniëlle en Andy van Doorn-Ketels met hun camper richting Spanje. Na een uitgebreide rondreis was het plan een luxe camping speciaal voor

Kinderen en scheiding

Als ouders uit elkaar gaan betekent dit dat er in het leven van hun kinderen veel gaat veranderen. De ouders zelf en de familie kunnen

Off the grid

Al van de schrik van de nieuwe elektriciteitstarieven bijgekomen? Dan is het misschien toch tijd om eens serieus over zonne-energie te denken. Van Hall Innovations

ESpecial Life Magazine

over het goede leven in Spanje

Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen over Spanje!
(max. 1 mail per maand)