Door je ouders meegesleept naar Spanje

Emigreren naar de zon

Het is weer zover,  de krant kopt ‘Nederlandse kinderen zijn het gelukkigst’

Wat bezielt mensen eigenlijk, om hun toch zo bevoorrechte spruiten uit het Walhalla weg te halen en mee te nemen naar een land dat beduidend slechter scoort op wezenlijke  punten als onderwijs, arbeidsperspectief, algeheel welbevinden… ? Als Nederlandse moeder met twee Nederlandse kids die al geruime tijd in Spanje woont vraag ik me af of ik er verstandig aan gedaan heb, verstandig aan doe.  Zien ze straks de winst van het tweetalig opgroeien? Van leven in een land met ruimte, mooie natuur en zonneschijn? Tussen verschillende culturen? Of gaan ze me straks van alles kwalijk nemen? Dat ik ze hun creatieve ontwikkeling ontzegd heb, dat ze daarom kansen missen? Dat ik ze een gelukkigst mogelijke jeugd heb ontnomen?  Had ik ze niet het beste moeten gunnen? Hoe hebben de kinderen het ervaren die ooit door hun ouders zijn meegenomen naar Spanje om hun aan sleur onderhevige leven om te gooien? En wat vinden die kinderen van toen, nu volwassen, er nu van? Hier volgt het eerste van een serie interviews waarin ik het ze gewoon maar eens vraag.

Tekst & foto’s: Jet Bootsma

 

Deel 1, Jesse

Jesse was acht. Zijn vader en moeder waren zoveel jaar getrouwd, en gingen dat met z’n tweeën vieren in Spanje. Bij terugkomst hadden ze ‘Groot Nieuws’. Jesse en zijn zus moesten aan tafel komen zitten en daar kregen ze het te horen: wij willen in Spanje gaan wonen!  Jesse is kort over hoe hij daarover dacht: ‘Leuk’. Ze waren al weleens in Spanje op vakantie geweest en dat was toen leuk en ook het achterlaten van zijn Nederlandse leventje leek hem geen probleem. ‘Mijn vriendjes en vriendinnetjes kunnen toch naar Spanje op bezoek komen? Of wij op visite in Nederland?’ Nee hoor, Jesse vond het prima.

Het is grappig om te zien hoe luchtig hij erover praat, daar zit voor hem écht geen ellende of pijn. Hij geeft wel aan dat dat voor zijn twee jaar oudere zus wel anders was. Zij wilde niet weg, haar leven niet zomaar opgeven. Haar bezwaren hebben echter geen invloed op de voortvarendheid van de plannen van pa en ma. Twee weken later is het huis verkocht en is er een caravan voor in de plaats gekomen. Er wordt een grote loterij georganiseerd en alles wat niet in de caravan past gaat weg.

‘Jemig’, Jesse, vond je dat niet heftig? Zo snel? Alle mensen uit de straat met jouw spullen onder de arm weg zien lopen?’ Mijn gedachten dwalen toch even af naar zijn zus. ‘Nee hoor’, zegt hij weer opgeruimd, ‘Dingen die voor ons écht belangrijk waren mochten we meenemen’. Zo ook zijn trampoline, die altijd in de tuin stond, die gaat ook gewoon mee.

Op 22 juli, de dag van Jesse’s negende verjaardag, vertrekt het gezin, mét hond en al naar Spanje. De achterbak is volgeladen met schoolboeken van de wereldschool voor een jaar. Ze gaan op de bonnefooi, reizen al sight seeënd in een paar maanden naar Spanje, en hebben nog geen idee waar ze zich zullen gaan vestigen. Ze hebben hun huis bij zich, de kinderen, de hond. Het avontuur kan beginnen. ‘We hebben veel gezien en volgens mij was het een hele goede manier om ons te laten wennen aan de veranderingen en het idee. We kregen drie uur per dag les van m’n vader en moeder, en voor de rest was het luilekkerland’. Weer rept hij niet van heimwee of gemis. Maar goed, het was natuurlijk ook zomervakantie, en dan is bijna iedereen onderweg. Misschien komt gemis pas later? Óf…

Vijf maanden later komen ze aan in Zuid-Spanje. Ze zetten hun caravan op een camping aan de Costa del Sol, besluiten te blijven en zoeken een huurhuis, dat ze uiteindelijk vinden in Coín. Onderweg hebben ze elke dag al wat Spaans geoefend. In het begin wordt Jesse overhoord door zijn vader, maar in no-time zijn de rollen omgedraaid en overhoort hij z’n vader. Hij blijkt een talig mannetje en dat is fijn voor hem, want hij en z’n zus moeten gewoon naar een Spaanse school.

‘Wat heb je daar allemaal van onthouden? Vond je dat moeilijk? Dat je de taal nog niet zo goed sprak? En was het heel anders? Leuker, of minder leuk dan de Nederlandse school? Moest je veel harder leren?’ Ik zou Jesse ‘t liefst helemaal binnenstebuiten keren over dit onderwerp.

‘In Nederland, als we een werkje moesten doen, was het altijd wel stil. In Spanje was het veel ongeregelder. In die vreselijk galmende oude gebouwen was het altijd een enorme herrie’. Ik moet grinniken om herrie, daar kan ik me wel wat bij voorstellen. Zelf kan ik de juf al bijna niet verstaan bij rapportvergaderingen in het klaslokaal en die zijn één op één. Ongeregeld daarentegen verbaast me. De nette rijen op het plein elke ochtend en de manier waarop die rijen één voor één naar binnen gaan doen anders vermoeden. Het heeft op Jesse kennelijk geen indruk gemaakt. De taal pikt hij vrij makkelijk op. ‘Als je de hele dag niks anders hoort moet je wel’, zegt hij nuchter.

Jesse heeft er geen slechte herinneringen aan overgehouden. Integendeel. Hij weet het nog goed. Jesse  zal een jaar of elf zijn geweest. Op een middag klom hij aan de rand van het land in een amandelboom, vanwaar hij de hele Guadalhorce vallei kon overzien. Hij zat daar een poosje in z’n eentje zijn leven te overdenken en voelde zich erg bevoorrecht en gelukkig. Dát is het overheersende gevoel dat er bij hem is blijven hangen.

Vier jaar, drie verschillende huizen en drie verschillende scholen verder besluiten Jesse’s vader en moeder dat ze terug willen naar Nederland. Dat zal geen makkelijke keuze zijn geweest. Een keuze die ze wellicht niet zouden hebben gemaakt als alles ze allemaal alleen maar voor de wind zou zijn gegaan? Bij Jesse is er van geploeter of moeilijkheden thuis niks blijven hangen en over nu weer terug naar Nederland moeten, zegt hij wederom dat het hem niet zo veel uitmaakte. ‘Ook wel weer leuk’. Zijn zus, inmiddels 15, net weer gewend in het laatste huis en op haar nieuwe school, vindt het wél weer net zo verschrikkelijk.

Het gezin woont, terug in Nederland, met twee honden en twee katten anderhalf jaar lang op elkaar gepakt in een houten chaletje op een camping. Dan gaan zijn ouders uit elkaar. Omdat Jesse toch Nederlands onderwijs heeft gemist wordt hij, dertien jaar oud, teruggeplaatst naar groep acht. Hij aardt niet op school en hij volgt een groot aantal opleidingen. Volgens Jesse heeft dat weinig te maken met de vier jaar die hij in Spanje gewoond heeft en meer met het feit dat hij school nou eenmaal niet zo leuk vond en vindt. Nu, acht jaar later, heeft hij een vaste baan en binnenkort zijn eigen chalet op dezelfde camping waar ze ooit vanuit Spanje terechtkwamen.

Ik vraag hem hoe hij denkt over het begrip ‘thuis’. Is Spanje toen thuis geweest? Is Nederland altijd thuis gebleven? Of voelt hij zich in Spanje ook nog steeds thuis?’

Tja, wat is thuis…?

Jesse gaat nog regelmatig terug naar Spanje. Hij heeft er vrienden aan overgehouden die hij nog ziet en hij weet er nog steeds goed de weg.  Zijn Spaanse ervaring heeft hem wel echt anders naar zijn leven in Nederland doen kijken. Hij is naar eigen zeggen vele malen relaxter dan zijn vrienden en heeft het Spaanse tempo wel degelijk in zich opgenomen.

‘Mijn intentie is toch om terug te gaan ooit. Leven op een manier van het het is wel goed zo en het komt wel, trekt me veel meer dan twintig afspraken op een dag van links naar rechts omhoog omlaag. Thuiskomen uit school en de rest van de middag lekker in het zwembad springen kán gewoon niet in Nederland. Hoe of wat of wanneer weet ik nog niet, maar ‘t is wel de bedoeling.’

Laatste vraag: ‘Stel dat je mensen tegenkomt met kinderen van een jaar of acht die naar Spanje willen gaan emigreren. Wat adviseer je ze? Heb je nog tips?’. ‘Nou, doen!’ reageert hij direct. ‘Misschien de taal: zorg dat de kinderen Spaans spreken voor ze naar een Spaanse school moeten, maar dat is eigenlijk wel logisch, tóch?’

Tóch?

Jesse past precies in het beeld dat vaak geschetst wordt over kinderen. Dat het niet uitmaakt wáár ze zijn, als ze maar bij jóu zijn en dat ze zich op die leeftijd o, zo makkelijk aanpassen. Voor Jesse was het één groot avontuur en als hij erover vertelt straalt hij als een zonnetje. So far so good! Maar dat de zus van Jesse haar verhaal níet wil doen, omdat ze helemaal geen zin heeft die hele pijnlijke geschiedenis nog eens op te dissen, maakt overduidelijk hoe verschillend kinderen zijn en hoewel ze in hetzelfde gezin toch min of meer dezelfde dingen meemaken, alles toch écht heel anders kunnen ervaren. Het behoeft nader onderzoek.

 

Zou je zelf je verhaal wel kwijt willen? Of ken je iemand anders die dat graag wil? Mail me dan op info@jetbootsma.com