De grens van Andalusië

Andalusië is een wereld op zichzelf. Niet alleen vanwege de grote verscheidenheid aan natuur, cultuur en historie. Ook omdat het gebied van oudsher letterlijk niet makkelijk te bereiken is. Je kwam er óf via de zee óf via de bergketen die de deelstaat scheidt van de rest van Spanje. De Sierra Morena is de natuurlijke grens tussen Andalusië en de rest van Spanje. Ruim 400 kilometer, verdeeld over de provincies Jaén, Córdoba, Sevilla en Huelva. Het meest westelijke deel van deze bergketen is de Sierra de Aracena y Picos de Aroche. Bossen en weilanden die vloeiend in elkaar overlopen, de kleur groen heeft hier het hele jaar door de overhand.

Tekst: Maria Kupers.
Foto’s: Ayuntamiento de Aracena: Rafael Asquith / Love The Frame, Ayuntamiento de Almonaster la Real, Maria Kupers.

Onderweg naar Aracena verschijnt de naam Portugal op de verkeersborden, ik zit echt aan de uiterste grens van Andalusië. Na het wat saaie landschap rondom Sevilla zijn de glooiende heuvels met kurkeiken, gras en hier en daar een zwerfkei een verademing. Ik kom in de regio van de ‘dehesas’, gebieden waar in weilanden met bomen vee gehouden wordt. Tussen de verschillende percelen staan lage muurtjes van keien, onder de bomen grazen koeien, paarden, schapen en vooral veel varkens. De Sierra de Aracena staat dan ook bekend om de diverse soorten vlees die van deze eikeletende viervoeter worden gemaakt.

Onbekender maar zeker bemind
In berggebieden waar dan ook in Andalusië vallen altijd een paar dingen op: de eenvoud en rust van de mensen, de kleine gehuchten die op de hellingen geplakt lijken te zijn, de stevige kost en het feit dat er tussen de robuust gebouwde huizen altijd weer minstens één historisch juweeltje te vinden is. Het leven heeft er zijn eigen ritme.

Het enige dat de diverse natuurparken van elkaar onderscheid, is het type bergen en de flora en fauna die je er tegenkomt. De Sierra de Aracena y Picos de Aroche valt bij mij in de categorie ‘lieve bergen’. Het weelderige groen is een lust voor het oog en de bergen golven zacht in elkaar over. Er zijn geen ontzagwekkend hoge rotswanden of diepe kloven, na elke bocht in de weg heb je een nieuw uitzicht op valleien vol bomen en weilanden.
Je hoeft dus geen bergbeklimmer te zijn om hier dagenlang te wandelen. Elk dorp heeft vertrekpunten voor diverse wandelingen, er zijn in het hele gebied meer dan 700 kilometer aan routes uitgezet. In de dorpjes zie je dan ook veel mensen met stevige wandelschoenen en een rugzak rondlopen. Vooral in de weekenden komen toeristen uit heel Spanje voor een ‘bosbad’ naar de regio.

Wow
Die toeristen kwamen er al in 1914, toen werd namelijk de Gruta de Maravillas voor het publiek opengesteld. De ‘grot van de pracht’ is in 1850 ontdekt door mijnwerkers die op zoek waren naar een nieuwe plek om lood en zilver te winnen. De Gruta de Maravillas ligt in het centrum van Aracena, deels onder het kasteel van dit regiohoofdstadje, en is nooit gebruikt als mijn.

Nou ben ik helemaal geen fan van grotten, al met al zijn het wat stalactieten en stalagmieten onder de grond en klaar. Heb je er één gezien, dan ken je ze wel. Maar het regent en Gruta de Maravillas werd me aanbevolen door iemand die hetzelfde over grotten denkt als ik.

De toegangsprijs (voor grot, kasteel en Museo del Jamón) is aan de hoge kant voor Spanje maar zodra we de trappen zijn afgedaald ben ik dat vergeten. Een zacht ‘wow’ ontsnapt aan mijn lippen. En een paar meter verder weer. En daarna nog een paar keer.

De route door de grot is 1,2 kilometer en daalt af tot honderd meter. Ik loop met de laatste groep van die dag en begrijp niet hoe de gids de hele dag al die trappen op en af kan lopen, met hier en daar ruimtes waar het zuurstofgehalte laag is, en dan ook nog zo deskundig en leuk kan vertellen. Als ik weer buiten kom miezert het nog, maar na maanden droogte vind ik dat uitermate prettig. Bovendien heb ik een open haard in mijn appartement vlakbij het centrum, dus snel weer warm worden is geen probleem.

Weer en wind: lekker!
Het lekkere van de bergen vind ik dat het er soms zo fijn koud kan zijn. Dat je met rozige wangen terugkomt naar je accommodatie en dan lekker op de bank met een boek of naar het haardvuur staren.

Het regent relatief veel in dit gebied, het is er niet voor niets zo groen. Maar de voorspellingen komen natuurlijk niet altijd uit. Sowieso kunnen in de bergen wolken ergens blijven hangen, terwijl het dan op andere plekken zonnig of anders in ieder geval droog is. Op de enige dag met regen die ik tref, pak ik de auto om gewoon eens wat rond te rijden.

En inderdaad, twintig kilometer verderop is het droog en slenter ik over de wekelijkse dorpsmarkt van Aroche. Het is een mooie plek om een beeld te krijgen van het dagelijks leven. Er staan kramen met allerlei soorten warme kleding, zonder franjes want gemak dient de mens.

Zowel de ouderen als de jongere inwoners nemen de tijd om een praatje met elkaar te maken, aan hun armen tassen vol voedingsmiddelen van de overdekte markt iets verderop.

Overal iets te zien
Op die regenachtige dag heb ik natuurlijk geen zin om door dorpjes te slenteren. In diverse plaatsen stop ik bij de Oficina de Turismo om te horen wat ik daar beslist moet bezoeken.

Iedereen is uitermate vriendelijk en vertelt desgevraagd honderduit over het leven daar en alle fantastische dingen die er te doen zijn. Ik krijg stapels folders mee en hoor over festivals, tentoonstellingen, sportevenementen en dorpsfeesten. Het mag hier dan wel rustig zijn, saai is het zeker niet.

Ik bezoek het oude klooster van Aroche. Hier zijn nu verschillende tentoonstellingen te zien over het dorp, de natuur en de meest unieke tentoonstelling ter wereld: rozenkransen. Een inwoner van het dorp besloot die te verzamelen, stuurde brieven naar alles en iedereen met het verzoek een rozenkrans te sturen. Hij verzamelde meer dan drieduizend exemplaren en zelfs jaren na zijn dood komen er nog nieuwe rozenkransen binnen.

Nadat ik me bij eerdere tripjes al eens volledig heb klemgereden in een dorpje, ben ik altijd wat huiverig voor kleine straatjes. Maar volgens de dames van de VVV in Almonaster la Real kan ik wel met de auto bij de mezquita in de buurt komen. De verbodsborden mag ik vandaag wel negeren, de dorpsagent heeft geen dienst. De moskee is gebouwd op de resten van een basiliek uit de tijd van de Visgoten, binnen in het kasteel dat daar weer op gebouwd werd. Nadat de Moren verdreven waren werd er een kapel van gemaakt, maar alle elementen van de moskee zijn nog aanwezig. Een aparte combinatie van eeuwenoude onderdelen van de geschiedenis.

Terug in de tijd?
Alle dorpjes die ik bezoek zijn prachtig. Dat komt vooral doordat de straten van middelgrote keien en cement zijn gemaakt. Daardoor krijg je meteen het gevoel in een totaal andere wereld te zijn beland. Het is dat ik ook hier gewoon appjes ontvang, anders zou ik denken dat de tijd heeft stilgestaan. Tijdens de lunch in Almonaster la Real raak ik in gesprek met José van Bar Teteria. Ik wil wel eens weten hoe het is om hier te wonen.

José komt oorspronkelijk uit een dorp in Sevilla en heeft op Ibiza en in Malaga gewoond. Hij vertelt dat hij in een aldea (gehucht) in de buurt woont, waar negen 9 huishoudens elk een eigen huis hebben, maar een waterbron, moestuin en zonnepanelen delen. Geen commune, maar een groep mensen die er ongeveer dezelfde levensfilosofie op nahouden. Als echte campo-bewoner raak ik meteen enthousiast. We praten over de geneugten van het leven weg van de hectiek en die eeuwige vraag die je dan wordt gesteld: maar wat moet je daar toch zo ver van alles?

“Zo ver van wat precies?” zegt José. “Van dat dagelijkse ritje in een overvolle metro naar je werk? De supermarkten waar 80 procent van de producten overbodig of ongezond is? De herrie van mensen en verkeer? Ik vind het prima hier, heb alles wat ik nodig heb en mocht ik een keer behoefte aan drukte hebben, dan zoek ik die wel op.” Het enige waar hij zich wel een beetje zorgen over maakt is het feit dat het dichtstbijzijnde ziekenhuis op bijna drie kwartier rijden ligt. “We hebben allemaal een cursus Eerste Hulp gedaan, zodat we in ieder geval weten wat we moeten doen. En verder weet je het natuurlijk nooit, maar als je in een stad woont eigenlijk ook niet.”

Onverwachte ontmoetingen
Terwijl ik verder rijd richting Alajár, zie ik een bordje naar een watermolen. Dat is vast leuk voor een foto denk ik, en ik volg het steeds smaller wordende paadje. Hier vertrouw ik het niet helemaal, muurtjes en een waterkanaaltje vlak langs het pad, dus keren zou lastig worden. Ik rij een stuk achteruit en parkeer de auto strak langs een hek. Het is een zonnige dag en even de benen strekken is altijd prettig.

Vlak na een kleine houten brug over een beekje zie ik een parkeerplaats, het kan dus wel…Ik kan de molen niet vinden, maar zie wel een grote blonde man rondlopen. Inderdaad, een Nederlander. Monica en Peter Jan hebben jaren geleden de watermolen gekocht en wonen er nu.

Op het terrein ernaast hebben ze zes huisjes voor de verhuur gebouwd en ik krijg een rondleiding. Alles is gebouwd met prachtig gerestaureerde oude materialen uit de omgeving. “We kwamen hier 25 jaar geleden tijdens een wandeling terecht en wisten meteen dat we hier wilden wonen” vertelt Peter Jan. Volgens hem wonen er in de hele Sierra rond de honderd buitenlanders, waaronder een aantal mensen die bij hen op vakantie zijn geweest en verliefd werden op de omgeving. “Iedereen komt hier voor de rust en om te wandelen. Wij hebben zelf acht wandelingen uitgezet, aangegeven met geschilderde deksels van blikken hondenvoer. En vanuit Alajar kun je ook diverse rondwandelingen doen, de mooiste is waarschijnlijk wel die van de aldea’s. Door de natuur van gehucht naar gehucht, prachtig.”

Niet alles is ham
De Sierra de Aracena y Picos de Aroche staat bekend om de Pata Negra en allerlei andere vleessoorten. Maar dat betekent voor de vegetariërs onder ons gelukkig niet dat je de hele vakantie tortilla de patatas en tomaten moet eten. Die tomaten zijn overigens wel heerlijk, zelfs in deze tijd van het jaar komen ze nog vers van het land. Net als alle andere groenten en de diverse soorten paddenstoelen. En dan zijn er natuurlijk nog de kazen in allerlei soorten en maten. Kortom, zowel ontbijten, lunchen en dineren buiten de deur is hier een feestje.

Aracena is de grootste plaats in de omgeving en daar vind je dan ook de meeste winkels met allerlei streekproducten. Daar ontbreken natuurlijk de honing, wijn, zelfgemaakte zeep, olijfolie en allerlei andere creatieve combinaties gemaakt met lokale ingrediënten niet. Ik begin heel hard te lachen als ik een zakje met snoepjes ‘con sabor a bellotas’ zie. Op het etiket staat ook nog eens dat het voor ‘mijn favoriete varkentje is’, ik kan de verleiding niet weerstaan en doe het in mijn winkelmandje [volgens de ontvanger smaken ze vooral naar suiker].

Verfijnde smaak
Op mijn rondtocht door het dorp zie ik een winkel die chocolade ‘hecho en Aracena’ verkoopt. Ook die verleiding kan ik niet weerstaan. Ik raak in gesprek met Ester Richardson, een Cubaanse die samen met haar man vijfentwintig jaar in Sevilla een chocolaterie runde en sinds twee jaar in Aracena woont en werkt. Ze koopt de cacao rechtstreeks van boeren in Venezuela, Peru en Colombia en werkt alleen met de beste natuurlijke ingrediënten. Geen geraffineerde suikers of andere rare stofjes dus.

Dat resulteert in een wat duurdere chocolade, maar zodra ik een stukje in mijn mond heb weet ik dat ik dat graag betaal. Dit heeft niets te maken met wat je in de supermarkt koopt. Aparte smaakcombinaties met bijvoorbeeld gember, kardemom, kruidnagels en vruchten smelten samen op mijn tong.

Met mijn auto vol lekkernijen en hoofd vol mooie beelden en herinneringen keer ik terug naar huis, genietend van de grote verscheidenheid aan landschappen die Andalusië me tijdens de rit van 3,5 uur weer biedt.

 

www.aracena.es
www.richardchocolat.es
www.almonasterlareal.es
www.molinorioalajar.com

Maria Kupers
Maria Kupers

Creative director van ESpecial Life Magazine en freelance communicatiespecialist

Delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn

¿qué pasa?

culturele agenda van de provincie Málaga

Meer lezen

Een greep uit onze artikelen

Meemigreren, de conclusie

In de vorige edities las je interviews met kinderen die in hun jeugd naar Spanje zijn mee geëmigreerd, ofwel gemeemigreerd met hun ‘gelukszoekende’ ouders. Iedereen

Rokerige straten

De herfst is aangebroken dus ruik je in de straten de onmiskenbare geur van gepofte kastanjes. Het is een ware traktatie voor de liefhebbers: een

Blinked wit

In de dorpjes op het platteland is het een nog steeds een traditie: vrouwen die in het voorjaar met emmers witkalk op de ladders staan

ESpecial Life Magazine

over het goede leven in Spanje

Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen over Spanje!
(max. 1 mail per maand)