Belgische forfaitaire waardering gratis woonst definitief naar de prullenmand

Ivan Cools
Ivan Cools

Even een opfrissing van het probleem. De gratis terbeschikkingstelling van een gebouwd onroerend goed door een vennootschap vormt een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de bedrijfsleider die het privé gebruikt (art. 18, §3, punt 2 KB/WIB92). Dit voordeel wordt forfaitair vastgesteld op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) van dit gebouwd onroerend goed. Indien, echter, de terbeschikkingstelling gebeurt door een rechtspersoon, wordt het voordeel forfaitair geraamd op 100/60 van het geïndexeerd KI vermenigvuldigd met 1,25 of 3,8 (afhankelijk of het niet-geïndexeerd KI kleiner is dan respectievelijk groter is dan 745 euro).

Ivan Cools is als partner verbonden aan het Nederlands-Belgisch Centrum en daarnaast onder meer lid van de Raadgevende Commissie Grensoverschrijdend Werken & Ondernemen en diverse adviescommissies van de Tweede Kamer en het Parlement.
tel+32 (0)3-295 55 95

info@nederlands-belgisch-centrum.be
www.nederlands-belgisch-centrum.be

Rechtspraak

De rechtspraak oordeelde de laatste 2 jaren quasi éénduidig dat de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard voor het kosteloos ter beschikking stellen van een onroerend goed discriminerend is. Er bestaat immers een onverantwoord verschil in behandeling tussen de terbeschikkingstelling van een woning door een natuurlijk persoon enerzijds, en door een rechtspersoon anderzijds.

Tweede kans

De fiscale administratie kreeg de mogelijkheid om een subsidiaire aanslag (de zgn. aanslag van de tweede kans) door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter te onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag. Er werd gevreesd dat de fiscale administratie van deze gelegenheid gebruik ging maken om de waardering van het voordeel van alle aard te steunen op de werkelijke waarde van het voordeel en dit op grond van art. 36, §1 WIB92.

Hof van Beroep

Het Hof van Beroep te Gent heeft nu als eerste beroepsrechter in een vervolgarrest van 20 februari 2018 duidelijk geoordeeld dat enkel nog de algemene forfaitaire waarderingsregel mag worden toegepast die het voordeel bepaalt op 100/60 van het geïndexeerd KI van de woning. De waardering op basis van de werkelijke (huur)waarde wordt niet aanvaard. Hoe nu verder?

Hoewel de Belgische Staat nog steeds een cassatievoorziening kan instellen tegen voormeld arrest, lijkt die mogelijkheid zeer gering. In de media verscheen immers het bericht dat Minister van Financiën Johan Van Overtveldt de discriminatie definitief ongedaan wenst te maken. Ik verwacht dan ook op eerder korte termijn een administratieve Circulaire van de Belgische fiscus, waarbij de toepassing van de algemene formule (zonder bijkomende factor 1,25 of 3,8) zal worden gehanteerd, in afwachting waarvan de beslissing over de hangende bezwaarschriften momenteel ‘on hold’ wordt geplaatst. Voor belastingplichtigen die het betreffende voordeel van alle aard nog dienen aan te geven, is het verdedigbaar dit te baseren op de algemene formule.

Quid verleden?

Belastingplichtigen die reeds het voordeel hadden aangegeven op basis van de forfaitaire waardering mét factor 1,25 of 3,8, en bijgevolg reeds een aanslag ontvingen, beschikken over de volgende mogelijkheden:

• een gemotiveerd administratief bezwaar cf. artikel 366 juncto artikel 371 WIB92 kan worden ingediend tegen de gevestigde aanslag, binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

• indien een bezwaar niet meer tijdig kan worden ingediend, kan een verzoek tot ambtshalve ontheffing worden overwogen, gezien het recente standpunt van de Minister van Financiën. Noteer dat een nieuw rechtsmiddel of een wijziging van jurisprudentie niet wordt beschouwd als een ‘nieuw feit’ cf. artikel 376, §2 WIB92. Voor een verzoek tot ambtshalve ontheffing moet de belastingplichtige de overbelasting kenbaar maken aan de administratie binnen 5 jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting gevestigd werd. Aanslagen die gevestigd zijn in 2014 en later zouden hiervoor dus nog in aanmerking kunnen komen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.