Rio Tinto in Huelva

Surrealistisch landschap als getuige van eeuwenoude mijnindustrie. Vanaf de Costa del Sol is het een hele rit, maar eenmaal in de provincie Huelva beland, treffen we een unieke omgeving. Hier stroomt de enige rode rivier ter wereld, die samen met de mineraalrijke grond de voedingsbodem vormde voor een eeuwenlange mijnindustrie. Een dagtrip met een verrassende combinatie van cultuur, natuur, industrie, geschiedenis en wetenschap wacht hier op ons.

Tekst en foto’s  Else Beekman

Door de specifieke samenstelling van de bodem rond het huidige dorpje Minas de Riotinto werd al ver voor onze jaartelling gezocht naar zilver, goud, koper, ijzer en andere mineralen. In het bijzondere gebied zoeken tegenwoordig wetenschappers van de NASA diep onder de grond naar bewijs dat er ook zonder zuurstof en licht leven mogelijk is. Hier in Huelva ligt het enige gebied op aarde waarvan de bodem overeenkomsten vertoont met Mars. De jarenlange exploitatie van de mineralen met de vele bijbehorende afgravingen heeft het landschap een uniek uiterlijk gegeven. De geologische lagen vormen met elk een eigen wondelijke kleur horizontale lijnen in de afgravingen. De gaten in het landschap vormen een ruwe onderbreking in de met bomen getooide en glooiende heuvels.

Afwisselende dagtrip

Maar wat moet je met deze informatie als toerist, vraag je je nu wellicht af. Especial Life ging op onderzoek en beleefde een zeer afwisselende dag voor jong en oud. Mede dankzij de Stichting Minas de Riotinto, die het geheel op overzichtelijke en interessante wijze toegankelijk heeft gemaakt voor publiek. We beginnen in het dorpje Minas de Riotinto, waar in Parque Minero de Riotinto het mijnmuseum ligt, een souvenirwinkel en de receptie. Hier kun je terecht voor toegangskaarten voor de vier verschillende te bezoeken onderdelen: de afgraving met de mijntunnel La Peña del Hierro; de rit met de antieke trein langs de Río Tinto; een bezoek aan het interessante museum én tot slot een bezoek aan de Engelse wijk Bella Vista. Voor een goed overzicht koop je het best een alles-in-één-kaart. Die kost voor volwassenen 19 euro, 65-plussers betalen 15 euro,  voor kinderen vanaf 4 jaar 15 euro en voor kleintjes tot 4 jaar betaal je 3 euro.

Het eerste onderdeel van de dag is de openluchtmijn Peña del Hierro die op zo’n 10 kilometer buiten het dorp ligt. Hier rijden we naartoe in een lange sliert auto’s achter de gids aan. Dus over de route hoef je je geen zorgen te maken.

Openluchtmijn Peña del Hierro

Iberiërs en Feniciërs groeven bij Minas de Riotinto al naar zilver, ijzer en koper. De delving nam echter met de komst van de Romeinen de eerste grote vlucht. Na het vertrek van de Romeinen was het er lange tijd stil totdat het Engelse mijnbedrijf Riotinto Mining Company de rust in de slaperige, landelijke streek vanaf eind negentiende eeuw definitief verstoorde en ook een flinke visuele stempel drukte op het omliggende landschap.

Nadat we de auto hebben geparkeerd, krijgen we eerst uitleg over de geschiedenis van de openluchtmijn. Dan wandelen we met een beschermende helm op ons hoofd de oorspronkelijke mijngang in. Deze is 155 meter lang. Vleermuizen schieten over ons hoofd en de muren schitteren bij een bepaalde lichtinval van het mineraal dat er in verstopt zit. Aan het einde van de gang wordt je getrakteerd op een adembenemend uitzicht. De grote afgraving, die meer op een vulkaankrater lijkt, is gevuld met roestkleurig water. Dat komt door het hoge
zink-, koper- en ijzergehalte. De diameter van die ‘krater’ is boven 330 meter en onder 190 meter. Buiten voor de ingang ligt nog een Romeinse liftschacht die enkele jaren geleden volledig werd gerestaureerd.

Met het diesel- of stoomtreintje

Na het bezoek aan de Peña del Hierro rijden we met zijn allen achter de gids aan naar het opstappunt van het ouderwetse treintje. Dit rijdt over een traject van 8 kilometer langs de Río Tinto over hetzelfde spoor dat eind negentiende eeuw door de Engelsen werd gebruikt om de opgegraven mineralen naar Huelva, en van daaruit naar Groot-Brittannië te verschepen.Tussen november en april wordt de trein aan een stoomlocomotief uit 1875 gekoppeld. Het is de oudste in zijn soort die nog in bedrijf is in Spanje. In de zomer is een stoomlocomotief in het zuiden van Spanje namelijk te gevaarlijk vanwege de grote kans op bosbranden in het droge gebied. Als de trein eenmaal krakend, piepend en schokkend rijdt, worden we na elke bocht getrakteerd op een ander zicht op de roestkleurige rivier. Het water contrasteert prachtig met het groen op de oevers en de staalblauwe lucht erboven. Onderweg passeren we, al luisterend naar de de gids (in rap Spaans, dat wel), oude overslagplaatsen, vergane treinstellen, roestige locomotieven en stationgebouwtjes. Bij de plekken waar de aarde weggegraven is, heeft elke laag een andere kleur. Dat geeft het landschap, ondanks menselijk ingrijpen, toch een spectaculair uiterlijk. De gids vertelt dat als de Río Tinto eenmaal bij Huelva in de Atlantische Oceaan stroomt er niets meer van de rode kleur over is. Onderweg vloeien andere beken en rivieren in de rode rivier, die zo langzaam zijn kleur verliest. Wel schijnt het mineraalrijke water te zorgen voor de bijzonder goede en ook beroemde vis, schelp- en schaaldieren die bij Huelva worden gevangen.

Na ruim een half uur komen we aan bij een stationnetje waar we pauzeren en ook wat versnaperingen kunnen kopen. Wij dalen af naar de rivier om het bizarre water van dichtbij te bekijken en de kinderen stoppen een beetje in een waterflesje om als aandenken mee naar huis te nemen.

Het mijnmuseum

Eenmaal terug in het dorpje rammelen onze magen en gaan we lunchen. Wij aten voor het gemak in restaurant Atalaya, dat naast de ingang van Parque Minero Riotinto ligt. Achteraf gezien niet de beste keuze. Het eten was erg matig en de bediening uiterst rommelig. Kies beter voor La Fábrica of Galán. Beide hebben zeer goede recensies. Het museum is ons derde programma-onderdeel van de dag. Het is gevestigd in het eerste ziekenhuis ‘moderne stijl’ dat in Spanje door de Britten werd gebouwd. In veertien zalen krijg je een uiterst gedetailleerde indruk van het hoe, wat en waarom van de mijngeschiedenis en de impact die deze heeft gehad op het dorp en zijn bewoners. Er is zoveel informatie die, onbegrijpelijk alleen in het Spaans, wordt uitgelegd, dat het ons op een gegeven moment duizelt. Wel bewonderen we wat langer de prachtige mineralen uit de hele wereld die er zijn uitgestald. We zien Romeinse – zelfs stoffelijke – resten die door de jaren heen in de mijnen werden gevonden. We lopen door de zaal met maquettes waarop je de geschiedenis van het landschap en het dorp kunt bestuderen. Las Minas de Riotinto werd zelfs enkele malen verplaatst om nieuwe afgravingen te kunnen exploiteren. Hier wordt pas goed de enorme impact van de mijnindustrie duidelijk. In een andere zaal staan prachtige en originele locomotieven en treinwagons van de Riotinto Mining Company. Tot slot is er nog een volledig nagebouwde Romeinse mijn van 250 meter lang. Hier wordt duidelijk in wat voor een hel de mijnwerkers leefden. Eenmaal binnen brachten ze de rest van hun maximaal vier jaar durende leven geboeid aan korte kettingen door met het uitvoeren van loodzwaar werk onder mensonterende omstandigheden. De kinderen maken hier echter grote lol. Die zien de schaars verlichte gang meer als een spookhuis en gillen het uit na elke hoek als ze weer een donker Romeins figuur in een hoekje ontwaren.

Victoriaanse wijk Bella Vista

Het vierde en laatste onderdeel van ons bezoek ligt aan de rand van het dorpje. Naast alle arme mijnwerkers die vroegtijdig stierven aan long- en andere ziekten door het ongezonde werk dat ze deden, waren er natuurlijk ook de eigenaren, de leidinggevenden en de ingenieurs die voor het bedrijf werkten en hun gezinnen. Uit Engeland overgekomen wilden zij in Spanje hun eigen Britse levenswijze vasthouden. Ze voelden zich niet helemaal thuis tussen de voornamelijk Andalusische landarbeiders in de omgeving. Daarom werd voor hen een speciale wijk gebouwd. De eerste tien woningen in Victoriaanse stijl waren eind 1883 klaar. Zeven jaar later volgde de tweede rij woningen, waaronder Casa 21. Dit huis is in oorspronkelijke staat en gemeubileerd opengesteld voor publiek. Het staat vol met antieke meubels, gedekte tafels met honderd jaar oud Chinees servies, oude boeken en details zoals kinderspeelgoed en echte foto’s van toen aan de muur. De kamer met originele foto’s van de eigenaren, ingenieurs en hun personeel biedt ook een aardig inkijkje in het welvarende leven dat deze mensen hadden, compleet met sociale club. Een leuk detail is dat op het sportcomplex waarop alle huizen in deze wijk uitkijken de allereerste tennisbanen van het Spaanse vasteland liggen. Naast tennis introduceerden de Britten ook de tot dan toe in Spanje onbekende sporten voetbal, golf en polo. De andere woningen zijn nog steeds bewoond. Het zijn beschermde, monumentale panden. Een ervan is in gebruik genomen als Casa Rural Old England House. Een kamer voor twee personen kost vanaf 80 euro per nacht.

Meer informatie: arquemineroderiotinto.com

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.