Plat konijn

Janvenderburg

Plat konijn

Jan G.M. van der Burg

Onze Belgische buren, die in het appartement beneden ons wonen, zijn echte smulpapen. De donkere, gedrongen, voormalige Congolese prins, Guy, en zijn kleine spierwitte eega, Monique (bijnaam Prutske) – beiden riant gepensioneerd als gevolg van een rijk Sabena verleden – nemen het er goed van. Dagelijks. Prutske, klein maar dapper, kookt als een ware keukenprinses. Als rond het middaguur de walm van haar kookkunst onze neuzen bereikt, weten we het zeker: Guy zit weer goed vandaag. Hij wordt weer op z’n wenken bediend. Dat schijnt hij ook gewend te zijn. “Witte handschoenen en drie livreiers om hem te bedienen”, liet Prutske zich in een onbewaakt ogenblik eens ontvallen. Altijd het beste van het beste. Het zal met het vage vorstelijke of koloniale verleden te maken hebben. Hij zit dus meestal goed en dat heeft tot gevolg dat de calorieën hem zijn aan te zien. Hoewel nog steeds actief (hij is de zeventig gepasseerd en tennist nog enkele keren per week op het lokale wellness resort), betrappen we hem ook nog al eens in z’n opvallende zweetpakuitmonstering. Dat schijnt te helpen om wat aanzettingen te verliezen.

Regelmatig profiteren wij ook van Prutskes bijzondere kokkerellen en af en toe trekken we er met z’n vieren op uit. Dan weten zij altijd wel een gelegenheid waar het nog beter toeven is dan in de vele Venta’s die we zelf al verkend hebben. Van een heel ander niveau ook. Dit keer moeten we mee de bergen in om een tot restaurant omgebouwd oud stationsgebouw in Jimera de Libar met een lunchbezoek te vereren. Dat wordt nog een behoorlijke rit.

Maar eerst nog even kennismaken met een andere vondst: vooraf een glaasje drinken bij het in de wijde omgeving geroemde Meson La Molienda in Benalauria. Bijzonder, alleen al omdat het bijna niet te vinden is, maar ook omdat het de beste lokale keuken zou hebben en prachtige tapas zou serveren. Een kleine witte herberg in een oude olijfoliemolen. Winkeltje en restaurant tegelijk. We genieten buiten op het terras van wat stukjes Manchego kaas, geserveerd op een hard blauw schoteltje en bijna drijvend in de olie, en nog zo’n schoteltje met een paar plakjes Jamon Bellota.  Plus natuurlijk alvast een glaasje Fino.

 

Hier verhaalt Prutske van de oorsprong van het restaurant waar we naar toegaan. Rond 1880 hadden de in Gibraltar gelegerde officieren genoeg van de dramatische reis door het bergachtige land van Ronda. Zij zochten een comfortabeler oplossing om in Bobadilla te komen. Daar konden ze de trein van Malaga naar Madrid nemen, verder de bewoonde wereld in. De kronkelige wegen en paden maakte het transport van Gibraltar naar het treinstation in Bobadilla een steeds terugkerende en vooral tijdrovende ergernis. En gevaarlijk, niet alleen door de slechte wegen, maar ook door het risico om te worden overvallen. Alexander Henderson, een Britse ondernemer en financier, nam, samen met een aantal ingenieurs, het initiatief tot de aanleg van een spoorlijn dwars door de bergen. Dynamiet en doorzettingsvermogen zorgden er voor dat ruim tien jaar later de nieuwe spoorlijn van Algeciras naar Bobadilla in gebruik wordt genomen. Een veilige en snelle route die zich via veertien tunnels en over vele bruggen dwars door een betoverend mooi berglandschap slingert. Mr. Henderson’s Railway. Onder die naam is de spoorlijn nog steeds bekend en in gebruik. Ook als onderwerp van de BBC serie Great Continental Railway Journeys. Niet alleen vanwege het mooie landschap, maar meer nog vanwege de prachtige en vaak luxe pleisterplaatsen erlangs. De spoorlijn volgt de dalen langs de rivieren en loopt daardoor in veel gevallen wel honderden meters lager dan de soms oogverblindend witte dorpjes erboven. De pleisterplaatsen bij de stations, die oorspronkelijk dan in een verlaten gebied lagen, oefenden weer een aantrekkingskracht uit op de lokale bevolking om er zich te vestigen. Zo ontstonden nieuwe kleine nederzettingen rond het station die in eerste instantie werden genoemd naar het dorp erboven. Een nieuwe naam, niet alleen voor het treinstation, maar voor de hele nederzetting.

Zoals de locatie waar we nu naar toe rijden ‘Estacíon de Jimera de Libar’. Naar het dorp Jimera de Libar dus, dat een paar honderd meter hoger ligt. De gevel van het pakhuis is gesierd met het kleurrijk geëmailleerde plaatje boven de entree ‘Restaurante Quercus’. Het ligt aan een verlaten laadperron van het treinstation en heeft de naam eerlijk, gezond en ‘homemade’ voedsel te serveren. En niet te krenterig.

 

Eenmaal binnen proeven we de sfeer van mensen die het ons naar de zin willen maken. Prachtig gerestaureerde ruimte met veel bijzondere details. Alle muren steenrood gekalkt, alle meubilair van stoer Spaans donker hout, grote antieke plavuizen op de vloer. De stenen plint rondom en een paar andere elementen geverfd in een contrastkleur lavendel. Prachtige combinatie met het zachte steenrood.  Donkerhouten balkenconstructie boven je hoofd in het zicht en grote, net zo donkere, schuifdeuren die nog herinneren aan de functie die het gebouw ooit had. Hoge houten stoelen met rieten zitting. Steenrode echte tafelkleden met groene servetten en onderkleedjes, voorzien van een groen ruitpatroon, die er duidelijk onderuit steken. Een grote primitieve open haard met daarop de onvermijdelijke prullaria, hier en daar wat planten en een oud en vaal groen dubbel kamerscherm. Tegen de muur een grote buffetkast, een aantal kleine vaandels en wat Spaanse schoteltjes. Plus een paar kleine etsen die samen met de Engels aandoende onderkleedjes en gordijnen een laatste verwijzing zijn naar Mr. Henderson?

De hele stijlvolle entourage en verzorging, de warme ontvangst en de direct geserveerde amuses: het belooft een culinair feestje worden.

Prutske weet wat ik als hoofdschotel moet bestellen. In ieder geval: plat konijn. En ik weet dat ik gerust op haar advies kan afgaan. Vooraf neem ik een beroemd Spaans soepje, de ‘Ajo blanco’, een romig witte koude zomersoep met amandelen, veel knoflook, brood en dat alles vermengd met olijfolie, sherry azijn en ijswater. Gegarneerd met wat stukjes meloen en een paar rozijnen. Een plaatje om te zien en nog lekkerder. Bij mijn disgenoten zie ik onder andere met witte tonijn gevulde piquillo pepers, kroketjes, gefrituurde aubergines met Ronda honing en grote schijfjes tomaat met ansjovis.

Alle voorgerechten die de tafel sieren zijn stuk voor stuk kunststukjes en de Fino is een prima begeleider. Wij drinken al jaren geen sherry meer maar Guy zweert bij de Fino. Hij kent en herkent ook de kwaliteit van alle sherry wijnen. Van zoet en stroperig tot gortdroog. In Spanje zijn we zelf al eens gestruikeld over een bestelling voor een glaasje sherry. Dat kennen ze echt niet, de obers kijken je vragend aan. Zij kennen alleen de Fino of de Amontillado, of Oloroso, of Manzanilla, of . . .  Het beestje bij de naam noemen.

Voor de wijnen bij de rest van wat een copieuze maaltijd dreigt te worden verlaten we ons sowieso blindelings op de keuze van Guy. We zullen het later bij het afrekenen weten!

 

Dan volgt voor mij de ‘Conejo’. Een heel konijn in een feestelijk versierde platte schaal waar ie nauwelijks boven uitkomt. Dus ja, plat. Waarom plat, hoe? Ik wil het eigenlijk niet weten (de trein misschien?). Toch maar even nagevraagd en het lijkt nog erger: officieel heet het ‘platgeslagen’. Prutske noemde het ook zo, maar ik wilde het niet geloven of u de associaties, die bij zo’n brute benaming horen, besparen. Het gaat om een bijzondere keukentechniek die – overgewaaid uit Jamaica – wordt toegepast om er voor te zorgen dat het dier gelijkmatig gegrild wordt. Dat verklaart het heerlijk knapperige velletje rondom, aan beide zijden bedoel ik. Een tongstrelende lekkernij met knoflook, olie, kruidnagel en pruimen en heel veel (stukjes) bot, dus het is wel peuzelen. Bolletje saffraanrijst er bij en een mooi glas rode Rioja, ‘gran reserva’ natuurlijk.

Bijzondere smaakvolle en opnieuw feestelijk gepresenteerde desserts (voor mij een flensje gedrenkt in een citroenig sinaasappelsausje, afgetopt met een blaadje mint) besluiten het gelag. Of het moet nog het kleine glaasje zoetige Málaga wijn zijn dat ons tot slot wordt aangeboden. Het zal zijn om de rekening wat te verzachten. Al met al een gedenkwaardige trip en een aangenaam verpozen. De zondag waardig.

De weg naar huis is het stil in de auto en in mijn spiegel zie ik zelfs een paar gesloten ogen.

Wie is Jan G.M. van der Burg?

Janvenderburg

Jan G.M. van der Burg (3 december 1949) groeit op in een beschermde omgeving in de periferie van de Rotterdamse haven. Na de HBS opleiding in de roerige zestiger jaren en de bekende 12 ambachten en 13 ongelukken ontwikkelde hij zich via een praktijkopleiding op een reclamebureau, een Amerikaanse Art cursus en diverse workshops tot grafisch ontwerper. Zijn eigen studio voor grafische vormgeving groeide uit tot een gerenommeerd designbureau met een reputatie op het gebied van identiteit. Voor bedrijven als Nutricia, Shell, PTT, FME, Drager, Gispen, Brinkers, Waayer ontwerpt hij logo’s, huisstijlen, documentatie, manuals, verpakkingen en winkelformules.

Onder het pseudoniem Yannik, maakt hij op fotografie gebaseerde en digitaal gemanipuleerde kunst en treed daarmee voor het eerst naar buiten tijdens de Millenium expositie in galerie Port Zélande. Van zijn portretcollages is “Koningskoppel”, gemaakt in opdracht van de Koning Willem I stichting, het bekendst.

In 1998 ontwerpt hij “Waterburgt”. Ir. Frank Ruiter schrijft over dat huis: “Een gebouw met een ziel. Moderne architectuur leeft en blijft eeuwig jong of we nu praten over de villa’s van Berlage, de woningbouwcomplexen van de Amsterdamse school of de woningen van Rietveld, Duiker, Brinkman en Van der Vlugt. In dit rijtje past ook dit manifest aan de Rotte”.

Omslag-oplage-Vrijstaand+LR-1

Na de eeuwwisseling worden het designbureau en Waterburgt verruild voor een verblijf van vijf jaar in het (culinair) aantrekkelijke binnenland van Zuid-Frankrijk en nog eens tien jaar aan de zuidkust van Spanje. Daar werkt hij ook intensief aan de ontwikkeling van een kunstpaleis in de haven van Marbella: “El Arca de Arte”. Doel: meer begrip voor elkaars cultuur door uitwisseling over kunst tussen mensen van drie religies rondom de Middellandse Zee.

Over de ervaringen met het wonen in Frankrijk en Spanje publiceerde hij de boeken “Enchanté…” (ISBN 97890860012) en “En nu naar SPANJE” (ISBN 9789086550050). Ook schreef hij over gezondheid, bewegen en (lekker) eten in “VERGEET DiETEN” (ISBN 9789086550005). Een poging om media aandacht te verschuiven van heilloze diëten naar een gezonde leefstijl met het accent op lang vergeten en simpele, goede gewoontes.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.