Onderzoeksmogelijkheden voor buitenlandse fiscus in België uitgebreid

Ivan Cools
Ivan Cools

De Belgische fiscus hanteerde tot medio 2017 nog de standaardtermijn van drie jaar voor het onderzoeken van buitenlandse inkomsten. Deze gewone onderzoekstermijn werd met onmiddellijke ingang verlengd met vier jaar – dus tot zeven jaar – wanneer er vragen om inlichtingen van een ander land komen.

België wil daarmee zeker stellen dat kan worden voldaan aan de verplichtingen die de OESO oplegt inzake internationale uitwisseling van fiscale gegevens. Als een onderzoek begint in het buitenland, blijkt de normale onderzoekstermijn van drie jaar immers regelmatig te kort te zijn om het onderzoek daadwerkelijk uit te voeren en de gevraagde gegevens over te maken aan de buitenlandse belastingdienst. Bovendien houdt de OESO-standaard in dat de informatie beschikbaar en opvraagbaar moet zijn gedurende ten minste vijf jaar.

Wanneer de Belgische fiscus een onderzoek start, hoeft die in dat geval geen voorafgaande notificatie te sturen aan de belastingplichtige (in tegenstelling dus tot de eveneens zevenjarige fraudetermijn). De belastingplichtige wordt dus niet op de hoogte gebracht van het onderzoek. Opgemerkt zij in die zin dat de Spaanse fiscus kennelijk steeds actiever kijkt naar Belgen die via een Belgische vennootschap een onroerend goed hebben aangekocht in Spanje, bedoeld voor eigen gebruik door de venno(o)t(en). De huurinkomsten die de vennootschap heeft moeten in beginsel per kwartaal in Spanje worden aangegeven. De niet-verhuurde dagen moesten tot voor kort niet worden aangegeven, maar de Spaanse fiscus stelt zich inmiddels op het standpunt dat deze niet-verhuurde dagen wél moeten worden aangegeven. Deze dagen worden voor eigen gebruik beschouwd, wat betekent dat de inkomsten hierop worden berekend volgens de marktwaarde van de woning, meer bepaald wat de woning zou kunnen opbrengen mocht ze worden verhuurd door bijvoorbeeld een agentschap. Deze mogelijke inkomsten moeten nu eveneens per kwartaal worden aangegeven.

Belgen met een tweede verblijf in Spanje, al dan niet ondergebracht in een vennootschap, maar ook beleggingen of spaarrekeningen aldaar, doen er goed aan (eventueel met terugwerkende kracht), na te kijken of in omgekeerde richting niet werd vergeten bepaalde inkomsten ten onrechte niet aan de Belgische fiscus mee te delen. De gegevensuitwisseling tussen België en Spanje lijkt immers ook in die zin zo langzamerhand op kruissnelheid te komen.

Ivan Cools is als partner verbonden aan het Nederlands-Belgisch Centrum en daarnaast onder meer lid van de Raadgevende Commissie Grensoverschrijdend Werken & Ondernemen en diverse adviescommissies van de Tweede Kamer en het Parlement.

T: +32 (0)3-295 55 95 F: +32 (0)3-337 15 80

info@nederlands-belgisch-centrum.be

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.