Koopjesjacht

Omslag-oplage-Vrijstaand+LR-1
Omslag-oplage-Vrijstaand+LR-1

Koopjesjacht.

uit het boek ‘En nu naar Spanje´van  Jan G.M. van der Burg

Het aantal markten in de omgeving is onuitputtelijk. Elke dag wel ergens een. Op minder dan 20 km afstand. Je hebt de markten met de dagelijkse levensbehoeften als alternatief voor de supermarkt, de markten met snuisterijen, kleding, souvenirs en de vlooienmarkt, een soort zolderopruiming. Of combinaties daarvan. Joyo is er dol op. Op allemaal. Vandaag, zaterdag, wordt het de markt van Nueva Andalucía. In de omgeving van de arena, langs de steil omhoog lopende toegangsweg naar het dorp. Beide zijden bezet door kraampjes met snuisterijen, kleding, souvenirs, kunst, verzorgingsmiddelen maar vooral veel tassen en hoeden. En sieraden of, als je het niet zo helder ziet, ‘juwelen’. Ook veel horloges. Het grootste deel van de kraampjes wordt be’man’d door Spanjaarden, maar ook een behoorlijk aantal door buitenlanders die hier een leven hebben opgebouwd. Vooral Engelsen, Fransen en Afrikanen. Met name de gulle lach van de grote Afrikaanse mannen en de schoonheid van veel Afrikaanse vrouwen verhogen het aangenaam verpozen.

Het doel van onze trip vandaag: geen. Gewoon een beetje slenteren in de kleurrijke entourage met lotgenoten die dit soort markten afstruinen op zoek naar afleiding, een kopje koffie op een van de zonovergoten terrassen in het aangrenzend winkelcentrum, en misschien een toevalstreffer in de vorm van een koopje.

De eerste valkuil kan niet onvermeld blijven: het parkeren. Rondom de markt zijn alle straatjes al om twaalf uur aan beide zijden bezet. De neiging om een plekje te gebruiken waar het eigenlijk niet duidelijk is of het daar wel is toegestaan, die neiging onderdrukken we. Door schade en schande wijs geworden. Negentig euro boete, dus dat doen we niet meer. Dan maar zien of de parkeergarage onder het winkelcentrum vrij is. Er staan maar twee auto’s voor de ingang te wachten op het signaal van de geüniformeerde regelaars dat er weer iemand naar binnen kan. Wel vol dus, maar dat kan niet lang duren. Steeds als er een auto naar buiten komt is het de officiële taak van de regelaar om aan te geven dat er weer iemand naar beneden mag. Het belang van zo’n functie mag natuurlijk niet onderschat worden. Het doet me wel een beetje denken aan het hilarisch plezier van René van der Gijp over de rol van ‘de vierde man’ bij het voetbal. De parkeergarage is – waarschijnlijk ook door de inbreng van de regelaars – zeker niet goedkoop, maar altijd goedkoper dan een forse boete. En lang zullen we niet blijven. Binnendoor naar boven via de volledig marmeren opgang en dito omgeving en dan direct op het overvolle binnenplein met zijn tientallen kraampjes en terrasjes en zijn honderden bezoekers. Alleen op dit binnenpleintje al. De geur van verse koffie vermengd met die van braadworst en Aloë Vera smeersels. Doordat het bij de bezoekers gaat om een mix van lokale bevolking, expats en toeristen lopen de dagritmes nogal uiteen. De een is om twaalf uur al toe aan een hartige versnapering terwijl de ander rond deze tijd op een vrije dag pas aan zijn ontbijt begint. Met een croissantje en een kop koffie, of met een ‘full English breakfast’. We wurmen ons schuifelend door de consumerende massa en werpen links en rechts een blik naar de uitgestalde koopwaar. Veel kitsch, weinig kunst om zo te zeggen. Maar heel soms een kraam waar bijzondere of echt nieuwe zaken worden aangeboden.

 

Toen we ons hier net hadden gevestigd was een van de eerste markten die we bezochten een markt in Sabinillas. Nog dichter bij de overkant: Afrika. Dat was zo’n kruising tussen vlooienmarkt en een markt voor groenten en fruit, specerijen, kleding, maar vooral met veel imitaties van beroemde merken tassen, T-shirts, polo’s, riemen en horloges. Vreselijk veel horloges. Misschien wel tien hebben we er daar gekocht. Variërend van vijf euro voor de gewone kitsch horloges tot wel 25 euro voor de automatische horloges. Van echt niet te onderscheiden omdat we de echte toch nooit te zien krijgen. Als we geluk hadden leefden ze wat langer en in een enkel geval zelfs jaren. In andere gevallen was het plezier al na een paar weken over. Ik heb er nog een heel aardige Panerai aan overgehouden. Het meeste plezier beleefde ik aan het spel. De onderhandeling, de interesse, het weglopen, het teruggeroepen worden, het bod, de teleurstelling, de verontwaardiging en uiteindelijk de schijnbare berusting en de overeenstemming.

 

Later kwam er op de imitaties van dure merkartikelen het stempel van illegaliteit en verdween de handel van de markt door de strikte naleving. Officieel tenminste. Nog heel lang waren er verkopers die onder de tafel nog wel een plastic tasje hadden met bijzondere imitaties van een Rolex, IWC, Patek Philippe, Omega, Breitling, etc. In sommige gevallen kon je zelf aangeven waar je voorkeur naar uitging en dan kon dat de week er op geleverd worden. Moeilijker onderhandelen dan, dat wel. Maar langzaam maar zeker verdween de hele imitatiemarkt en daarmee ook de aantrekkelijkheid van de markt van Sabinillas. Officieel overigens San Louis de Sabinillas. Wat bleef is niet meer dan de vlooienmarkt, groenten en fruit en goedkope kleding.

 

De ervaring met het afdingen uit die eerste tijd komt ons nu goed van pas als het oog van Joyo is gevallen op een tas van een beetje ruw naturel leer met donkere vlekken. Niets sjieks, maar juist wel bijzonder. Het wordt nog bijzonderderder als blijkt dat hij is gemaakt van onbehandeld echt kamelenleer. Trots laat de jongeman ook de details van de bevestiging van de riem zien en zo. Net spijkerkopjes. Het is een koopje: 59 euro. Joyo is eigenlijk niet alleen door de tas geïmponeerd, maar zeker ook door de goedlachse grote Afrikaanse jongen. Ze blijft een beetje lacherig rond de tas en zijn verkoper draaien en begint mij dan aan de ‘jas’ te trekken. Wat ik er van vind. Ik vind het wel een aardig tasje maar wil er toch – toegegeven: een beetje krenterig – op wijzen dat het iets van huisvlijt heeft, iets van dik zeemleer, en dat 59 euro dan toch misschien wel een beetje veel is. Misschien eerst even laten bezinken. We vervolgen onze tour langs nog zeker zeventig kraampjes en ontmoeten ook nog een oude bekende. De vriendelijke Marokkaanse man waarbij we misschien zes jaar geleden een prachtige spiegel kochten. Hij herkent ons al van verre. Typisch kleurrijk Marokkaanse handwerk verkoopt hij. Potten en pannen, lampen en kleinmeubelen. Op bijna alle markten in de buurt maakt hij zijn opwachting. En altijd even hartelijk, handje schudden en een praatje. Alleen omdat we ooit iets moois bij hem kochten. Het doet Joyo zichtbaar goed en bijna is ze de tas vergeten. Bijna, want als we de man weer gedag zeggen en drie kraampjes verder zijn, begint ze toch weer over de tas. “Van echt kamelenleer”. Of we toch niet nog een keer moeten gaan kijken. Zo gezegd, zo gedaan. De brede glimlach (of grijns) op het gezicht van de gitzwarte adonis als hij ons herkent spreekt boekdelen: hij weet het. Dat wordt een verkoop.

Maar ik geef me niet zo makkelijk gewonnen. Nadat Joyo duidelijk heeft laten weten dat ze het wel een erg mooie tas vindt en hij, om ons tegemoet te komen, de prijs verlaagt naar 39 euro, dan nog trek ik Joyo voorzichtig mee. Als hij ziet dat het haar ernst is, maar mij ook, roept hij ons terug: doe dan een bod. Ik bied 15 euro. Hij draait zich bruusk om en lijkt uitgepraat. Wij gaan alsnog weg, waarbij Joyo zichtbaar geërgerd is over het bijna gênante gesteggel om die paar euro. Maar voor mij is het een spel. Voor hem ook, denk ik dan maar. We lopen nog een rondje en besluiten dan maar te vertrekken. Maar niet nadat we bijna achteloos nog een keer de kraam passeren met de kamelenleren tas. Wij kunnen ook moeilijk anders: het is de enige route terug naar de auto. De verkoper ziet ons en schiet ons nog een keer aan: 25 euro? Ik bied 20 euro en hij gaat akkoord. Joyo blij, ik blij en volgens mij de verkoper ook blij. Da’s pas een koopje. Hij ruikt wel een beetje naar kamelen….

 

Het koopje moet gevierd worden en we rijden met de auto naar de tegenpool van Nueva Andalucía: Puerto Banús. Nueva Andalucía boven de doorgaande weg A7 en Puerto Banús, de luxe jachthaven bij de zee, beneden, aan de andere kant van de A7. Kort ritje, door het dorp om de markt heen en dan terug onder de A7 door op weg naar een nieuwe parkeerkans. Vanwege de enorme drukte wordt het weer een parkeergarage. De crisis ligt alweer achter ons en het is te zien. Veel toeristen rond de haven en de mooiste bolides er langs of op de met hekken afgesloten betonnen steigers. Van beschaafde Bentleys en Rolls Royces tot schreeuwerige Ferrari’s en bijvoorbeeld – voor de kenners – een Glossy Pink Porsche Macan.

We passeren de winkels die een paar jaar geleden nog stonden te verpieteren en nu weer vol zijn van de verfijnde exclusieve mode- en horlogemerken (geen imitaties!) en komen zo op de passage langs de vele restaurantjes. Daar zit ook onze favoriet: Picasso. Het is kwart over twee, dus is er halverwege de honderd tafeltjes tellende Pizzeria nog een aardig plekje vrij. Net op tijd. Van half drie tot half vier wordt het uitzicht op de haven ons ontnomen door de rij wachtenden die is opgesteld voorlangs de Pizzeria. In extreem drukke tijden zelfs voorlangs de andere twee pizzeria’s die ernaast liggen en dan zo goed als leeg zijn. Dat zegt toch wel wat. Wat ook gezegd moet worden: het is een heksenketel. Zeker tien man in de bediening, maar altijd alles onder controle. Elke drie minuten rekent er iemand af en komt er een plaats vrij voor de volgende wachtende. Het moet toch te maken hebben met kwaliteit en prijs. En vandaag zijn we uit op de koopjes.

Zoals de aanbieding direct voor onze neus op het tafeltje waar we plaats mogen nemen: een Rioja Faustino VII, vandaag van 14,95 voor 9,95 euro. Voor een hele fles is dat. Op een toplocatie. Kom daar eens om in Nederland. Het is de geschikte begeleider voor een fantastische lunch die we afsluiten met een kopje espresso en een glaasje Sambuca. Volgens de traditie met een lucifer aangestoken om het kostelijke vocht een korte tijd te verwarmen en je zo meer te verwennen met de zachte zoete lucht van anijs. En voorzien van drie koffieboontjes. Die zouden je moeten helpen aan ‘Salud’ (gezondheid), ‘Amor’ (liefde) en ‘Dinero’ (geld). Als je daar zeker van was zou je er zo nog een nemen.

 

Om nog even terug te komen op het ‘koopje’, de tas van echt kamelenleer, die kostte 20 euro. Het tweemaal parkeren bij elkaar 14 euro, het bezoek aan Picasso 55 euro, en laten we voor de benzine ook 6 euro rekenen. Totaal: 95 euro voor een tas die eigenlijk 59 euro kostte. Wie had het over een koopje? Maar een aangename zaterdagmiddag, dat is het zeker.

 

Wil je meer verhalen lezen van Jan G.M. van der Burg, koop dat zijn laatste boek ‘En nu naar Spanje´

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.