Fiscale actualisering voor Belgen met een buitenlandse eigendom

Ivan Cools
Ivan Cools

Fiscale actualisering voor Belgen met een buitenlandse eigendom

Het inkomen van een niet-verhuurd gebouwd onroerend goed dat in het buitenland gelegen is (en dat niet de eigen woning is), moet in de belastbare grondslag van de Belgische personenbelasting worden opgenomen op basis van de huurwaarde ervan. Van die huurwaarde mag 40 % als kostenforfait in mindering worden gebracht. Gaat het om een onroerend goed gelegen in een verdragsland (waaronder Spanje), dan is het buitenlands onroerend inkomen weliswaar in principe in België vrijgesteld, maar krachtens de verdragen mag België toch met dat inkomen rekening houden om het progressief tarief op de andere inkomsten te bepalen, hier geldt immers het zogenaamde progressievoorbehoud. Met het oog op de toepassing ervan wordt het in principe van belasting vrijgestelde inkomen opgenomen in de belastbare grondslag, en wordt de belasting vervolgens verhoudingsgewijs verminderd a rato van het aandeel van het vrijgesteld gedeelte in het geheel van het belastbaar inkomen. Het blijft evenwel een gegeven, dat zelfs als dit inkomen uit een buitenlandse bron vrijgesteld is met progressievoorbehoud, het inkomen dat in eerste instantie aan het belastbaar inkomen moet worden toegevoegd, bepaald wordt op de met 40 % verminderde huurwaarde.

Standpunt Administratie

Tot voor kort hield de Administratie voor, dat de voormelde huurwaarde steeds gelijk was aan de gemiddelde jaarlijkse brutohuur die men, ingeval van verhuring, gedurende het belastbaar tijdperk, volgens de gebruiken van het land en de ligging van de goederen, had kunnen verkrijgen. Het belastbaar inkomen van een in België gelegen gebouwd onroerend goed dat niet verhuurd is én dat niet de eigen woning is, wordt daarentegen bepaald in functie van het geïndexeerd kadastraal inkomen. Daar wordt vervolgens 40 % bijgeteld. Dit met 40 % verhoogd geïndexeerd kadastraal inkomen voor een niet-verhuurd binnenslands gelegen tweede verblijf, is doorgaans aanzienlijk lager dan de met 40 % verminderde bruto huurwaarde voor een niet-verhuurd in het buitenland gelegen tweede verblijf. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat het kadastraal inkomen dat vandaag nog steeds wordt gebruikt, een afspiegeling is van de netto huurwaarde medio de jaren zeventig van de vorige eeuw en dus meestal nauwelijks nog enig verband vertoont met de actuele werkelijke huurwaarde.

Standpunt Europa

De Europese Commissie berekende een vijftal jaar geleden dat het belastbaar inkomen uit een buitenlandse bron op deze manier ongeveer 50 % van zijn marktwaarde zou bedragen, terwijl dit slechts ongeveer 20 tot 25 % van de marktwaarde zou zijn voor het belastbaar inkomen uit een Belgische bron. Dit verschil in vaststelling van de belastbare grondslag naargelang de woning in of buiten België is gelegen, werd een aantal jaar geleden voor het Hof van Beroep te Antwerpen aangekaart door een rijksinwoner die eigenaar was van een in Frankrijk gelegen niet-verhuurde vakantiewoning. Vooraleer daarover uitspraak te doen, stelde het Hof een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU; meer in het bijzonder stelde zich de vraag of dit verschil in behandeling niet strijdig is met de Europese vrijheid van kapitaalverkeer. Het Hof van Justitie van de EU antwoordde in haar arrest van 11 september 2014 (C-489/13) dat de vrijheid van kapitaalverkeer effectief geschonden wordt, als een in een andere lidstaat gelegen niet-verhuurd gebouw op een hogere grondslag wordt belast, dan een in België gelegen niet-verhuurd gebouw. Op basis hiervan besliste het Hof van Beroep te Antwerpen in haar uitspraak van 2 juni 2015, de huurwaarde als criterium voor de belastingberekening ten aanzien van de Franse niet-verhuurde vakantiewoning opzij te schuiven en uit te gaan van de door de Franse fiscus vastgestelde ‘valeur locative’. De Administratie heeft nadien ook bevestigd dat, gelet op deze rechtspraak, de in aanmerking te nemen huurwaarde in principe steeds vervangen mag worden door het door een buitenlandse overheid vastgestelde of uitdrukkelijk goedgekeurde fictieve inkomen van het betrokken niet-verhuurd in het buitenland gelegen onroerend goed.

Ivan Cools is als partner verbonden aan het Nederlands-Belgisch Centrum en daarnaast onder meer lid van de Raadgevende Commissie Grensoverschrijdend Werken & Ondernemen en diverse adviescommissies van de Tweede Kamer en het Parlement.

T: +32 (0)3-295 55 95

F: +32 (0)3-337 15 80

info@nederlands-belgisch-centrum.be

www.nederlands-belgisch-centrum.be

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


U bent toch geen spambot? * Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.